of 59130 LinkedIn

Voetbalfeodalisme

Nu de Champions League wederom is gewonnen door grootmacht Real Madrid, de Achterhoek en Emmen Eredivisie gaan spelen en men zich in Kerkrade en Enschede voorbereidt op minstens één seizoen Eerste Divisie, is het tijd om de balans op te maken van ‘de belangrijkste bijzaak van het leven’: voetbal.

Niet in de laatste plaats omdat diverse gemeenten betrokken zijn bij de levensvatbaarheid van Betaald Voetbal Organisaties (BVO’s), een thema dat – terecht - veelvuldig is behandeld door Binnenlands Bestuur. Zo onderhouden alleen Eindhoven (PSV), Doetinchem (De Graafschap) en Alkmaar (AZ) geen direct financiële relatie met een voetbalclub. Nieuwsuur toonde recentelijk nog aan dat de 32 gemeenten die een BVO hebben de afgelopen tien jaar 240 miljoen euro uitgaven aan die clubs. Dit uit zich in de vorm van leningen, aankopen van stadions, subsidies en garantstellingen. Zo zijn van die 32 gemeenten er 12 volledig of grotendeels eigenaar van het plaatselijke stadion.

 

Volgens hoogleraar Maarten Allers, zitten die gemeenten ‘in een wurggreep bij de clubs’ want ‘zo’n club weet dat een stadion zonder club zo goed als niets waard is, dus dan kun je gekke dingen gaan doen.’

Het lokaal bestuur in Nederland heeft het er dus maar druk mee. Maar die verstrengeling tussen markt en overheid, tussen BVO’s en gemeenten, is geenszins nieuw. Nieuw zijn de verhoudingen in de internationale voetbalmarkt. Twintig tot dertig jaar geleden konden clubs als Ajax en PSV de Champions League nog winnen, inmiddels is dat onmogelijk en definitief voorbehouden aan de happy few.

 

De wereld van het grote geld en het principe van cumulative capitalism voltrekt zich in snel tempo in de voetballerij. Dit Mattheus-effect, waarbij kapitaal zich kan vermenigvuldigen met kapitaal, zorgt ervoor dat de rijkste voetbalcompetities rijker worden en dat het verschil tussen clubs en competities steeds groter wordt, zo blijkt ook uit cijfers van Deloitte. En er zijn vooralsnog weinig bemoedigende signalen richting enig zelfcorrigerend vermogen, zoals in Amerika. In tegenstelling, er worden inmiddels ideeën ontwikkeld, zoals een Superleague van Europese topclubs, die deze ongelijkheid alleen nog maar meer zullen gaan stimuleren.

 

Het zorgt ervoor dat clubs uit de allerrijkste competitie ter wereld, de Engelse Premier League, zich inmiddels kunnen ontplooien als feodale heren. Gesteund met Russische of Arabische middelen kunnen clubs als Manchester City en Chelsea zoveel spelers opkopen en onderbrengen bij kleinere clubs, dat er inmiddels een voetbalpiramide is ontstaan die vergelijkbaar is met het feodalisme uit de Middeleeuwen. Dat Middeleeuws feodalisme bestond eruit dat een koning of leenheer grond toebedeelde aan leenmannen waarvan de opbrengsten de leenheer toekwamen. In de huidige tijd zien we hetzelfde verdeel-en-heers principe, ook in Nederland. Voetbalfeodalisme, want niet via grond, maar via voetballers. Zo heeft Manchester City een ‘samenwerkingsverband’ met het door mij geliefde NAC Breda en heeft Chelsea een officieuze relatie met Vitesse.

 

Maar de invloed van de Engelsen reikt van FC Groningen tot PEC Zwolle en FC Twente. Het zorgt ervoor dat deze teams jaarlijks een aantal talentvolle spelers kunnen lenen die het zich anders nooit zou kunnen veroorloven. En in eerste instantie lijken er alleen maar winnaars. Deze clubs krijgen sportief gezien betere teams, het voorziet de Eredivisie van een talentvolle impuls en Chelsea en Manchester City profiteren economisch. Want het stallen van talent zorgt voor extra financieel rendement. Vooral voor de Engelse leenheren, die forse winsten behalen bij het doorverkopen van huurspelers. Let wel, ‘doorverkoop’, soms zonder ook maar één minuut in het shirt van Manchester City of Chelsea gespeeld te hebben. Het zorgt voor dubieuze constructies en perverse effecten. Niet in de laatste plaats voor de horigen in dit feodale stelsel, de leenspelers zelf, die verhandeld worden via zaakwaarnemers.

 

Het is een bijzondere situatie die ook lokale overheden voor een dilemma stelt, aangezien gemeenten met miljoenen verbonden zijn aan de lokale trots. Vaak ook met als doel om via voetbalsport sociale en culturele ongelijkheid lokaal te bestrijden. Maar in hoeverre willen gemeenten medeverantwoordelijk zijn voor vergaande vormen van sportieve en financiële ongelijkheid? In hoeverre willen gemeenteraden nieuwe vormen van feodalisering stimuleren? De vraag is uiteraard in hoeverre gemeenten nog iets kúnnen inbrengen, want met de huidige financiële afhankelijkheden ligt er een klassieke lock-in situatie op de loer. Desalniettemin is het van belang om de perverse effecten van dit voetbalfeodalisme nauwgezet te volgen. Voor je het weet zit je in een volgende ‘wurggreep’.

 

Mark van Ostaijen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.