of 64277 LinkedIn

Verdubbelen

De provincies willen een nieuwe belasting. Niet om te betalen natuurlijk, maar om te ­innen. Dat komt omdat de belangrijkste provinciebelasting van nu, dat is de provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting, niet meer geschikt is. Er zijn te veel mensen die die niet hoeven te betalen, omdat ze géén auto hebben, of omdat ze een dure elektrische auto hebben, of een bestelauto. En over een aantal jaar wil het rijk de motorrijtuigenbelasting helemaal afschaffen – dan kun je ook geen opcenten meer vragen.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft onderzoek gedaan naar de beste nieuwe provinciale belasting. Daarbij golden drie ­uitgangspunten. Ten eerste is gelet op de inkomensverdeling, mensen met een hoger inkomen moeten meer provinciale belasting betalen. Ten tweede moeten de opbrengsten stabiel zijn. En ten derde moet de opbrengst ongeveer evenredig over de provincies zijn. Daarnaast waren er nog wat praktische eisen.

 

Ik vind dit wel logische uitgangspunten voor een decentrale belasting. Daarom heb ik ook eens gekeken of de belangrijkste gemeentelijke belasting eraan voldoen. De onroerendezaakbelasting, beter bekend met de afkorting ozb. Met een hoger inkomen woon je vaker in een duurder huis. Dus aan het eerste punt voldoet de ozb. De opbrengsten van de ozb zijn stabiel. Een huis kun je niet eventjes verplaatsen naar een goedkopere buurgemeente. Huizen zijn ook redelijk waardevast.


Dus ook aan het tweede punt voldoet de ozb. Maar het derde punt, evenredig verdeeld over de provincies? Nee. De ozb is een Randstadbelasting. Een huis in de Randstad is, puur vanwege de ligging, gemiddeld meer waard dan een identiek huis buiten de Randstad. Dat waardeverschil wordt de komende jaren alleen maar groter. In de Randstad woont slechts 46 procent van de bevolking, maar er staat 52 procent van de waarde aan woningen en 51 procent van de waarde aan bedrijven. Een inwoner van de Randstad betaalt hierdoor ozb over gemiddeld 27 procent meer waarde – ik zal u de berekening besparen. En dat verschil neemt de komende jaren alleen maar toe.

 

Bij de ene regionale belasting, die van de provincies, geldt een uitgangspunt dat niet geldt bij de andere regionale belasting, die van de gemeenten. Tijd om daar eens over na te denken voordat we de ozb gaan verdubbelen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Wim Burggraaf op
Geachte heer Verhagen,

Het probleem dat u in uw column "Verdubbelen" schetst, nl. het waardeverschil van huizen in de Randstad en elders in het land wat weer leidt tot ozb betaling door een Randstedeling over gemiddeld 27 procent meer waarde en dus tot een onevenredige verdeling over de provincies, is vrij gemakkelijk op te lossen: Stap voor de OZB en andere belastingen, gebaseerd op de OZB-waarde, zoals straks wellicht de provinciale belasting, over van de waardegrondslag op de oppervlaktegrondslag. Eenmaal de kadastrale gegevens raadplegen voor de grondoppervlakten van percelen en de vloeroppervlakten van de gebouwen (in ruimten boven de 1,50 m stahoogte) en dat allebei bijvoorbeeld elke 5 jaar checken en je hebt een objectief meetbare grondslag die voor het gehele land gelijk is.

Daarop kan elke gemeente en straks ook elke provincie haar eigen belastingtarief loslaten (uiteraard in het kader van de autonomie geen uniform tarief). Ook het Rijk kan dat doen v.w.b. het vermogensdeel in de inkomstenbelastingaanslag. Waterschappen eveneens v.w.b. hun heffingen.

Het algemene voordeel is m.i. evident. Het is niet alleen een veel objectievere methode (laat drie taxateurs een object taxeren en je krijg drie verschillende uitkomsten) maar het is bovendien een grote bezuiniging op de gemeentelijke kosten. Al die OZB-taxateurs zijn niet meer nodig en het aantal belastingbezwaren wordt ook drastisch verminderd. Slechts bij verkeerde opmetingen heeft een reclamant immers een poot om op te staan. Maar hoe vaak zal dat voorkomen? Uiteraard zijn er wel kosten v.w.b. de eenmalige opmetingen en het regelmatig checken daarvan. Dat regelmatig checken kan zich trouwens beperken tot het signaleren en verwerken van wijzigingen, zoals grondtransacties en aanbouwingen, grotendeels van achter het bureau door het raadplegen van het kadaster en het gemeentelijk archief. Luchtfoto's kunnen voorts vergunningvrije bouwwerken opsporen, waarvoor daarna bezoek ter plaatse nodig zal zijn om oppervlakte-opmetingen te verrichten.

Ik ben benieuwd naar uw mening over mijn suggestie.