of 63606 LinkedIn

Zorgen accountant over 3D-operatie

Accountants maken zich zorgen over de uitbreiding van het gemeentelijk takenpakket en wat dat voor eisen stelt aan de informatievoorziening.

Vanwege de decentralisatie van taken in het sociaal domein per 2015 gaat minister Plasterk van Binnenlandse Zaken de komende jaren extra letten op de accountantsverklaringen van gemeenten. Hij laat al over 2013 in kaart brengen wat de aard van die afgegeven verklaringen is.

Signalen dat er nu al veel ondeugdelijke gemeentelijke jaarrekeningen zijn, heeft Plasterk niet, zo antwoordt hij op vragen van Tweede Kamerlid Manon Fokke (PvdA). Zij stelde vragen over de deugdelijkheid van gemeentelijke jaarrekeningen naar aanleiding van uitlatingen van de Rotterdamse rekenkamerdirecteur Paul Hofstra in Binnenlands Bestuur over het jarenlang ontbreken van zulke goedkeurende rechtmatigheidsverklaringen in de tweede stad van het land.

Behalve Tweede Kamerleden maken ook accountants zich zorgen over de uitbreiding van het gemeentelijk takenpakket en wat dat voor eisen stelt aan de informatievoorziening. Zij willen problemen met de verantwoording en controle over de gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugd, zorg en werk voor zijn door gemeenten aan te sporen op voorhand duidelijk te maken welke, meer uniforme prestaties ze van zorgaanbieders verwachten. Gebeurt dat niet, dan leidt dat volgens Huub Wieleman, voorzitter van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), tot ‘frustraties en irritaties’ in het veld – bij ambtenaren bijvoorbeeld die dachten het goed geregeld te hebben –, tot weinig goedkeurende accountantsverklaringen en veel discussies over financiën in de gemeenteraad en uiteindelijk ook in de Tweede Kamer.

De tijd die gemeenten hebben om zich te prepareren op de overname van de taken in het sociaal domein wordt bij uitblijvende wetgeving steeds krapper. Wieleman benadrukt het belang dat gemeenten de verantwoordingseisen vooraf – dat wil zeggen bij het opstellen van de beleidsregels – duidelijk maken. Als dat niet gebeurt, wordt het volgens hem voor accountants moeilijk tot ondoenlijk achteraf vast te stellen in welke mate de geleverde prestaties conform de afspraken zijn. Accountants kunnen in dat geval geen goedkeurende accountantsverklaring verstrekken, of op zijn best alleen tegen veel meer administratieve kosten. ‘Goed toezicht begint bij heldere regels’, zegt Wieleman. ‘Je moet als gemeente weten wat je aan het einde wilt meten’, zegt hij.

Ziekenhuizen
Wieleman zegt te willen waken voor een situatie als bij de ziekenhuizen: geen enkel ziekenhuis heeft tot op heden over 2013 een goedkeurende accountantsverklaring gekregen. De reden? Het is te lastig gebleken om de te declareren prestaties te meten, omdat de afrekenregels vooraf niet helder waren gedefinieerd. Voor de sector is dat heel vervelend, met name ook omdat de financiers er onrustig van worden als de accountants geen uitspraak kunnen doen over de juistheid van de gedeclareerde omzet. ‘Dat is het doemscenario voor gemeenten. Dat wil je dus niet’, zegt Wieleman.

De decentralisaties confronteren gemeenten en zorgaanbieders met grote wijzigingen op het terrein van jeugd, zorg en werk. Daarnaast komen MEE-instellingen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) direct onder de gemeenten te vallen. Vanaf 2015 krijgen zorgaanbieders in principe te maken met 403 gemeenten waarmee ze niet alleen afspraken moeten maken op het gebied van zorginkoop en bekostiging, maar ook met betrekking tot de verantwoording en controle van de gelden. Omdat gemeenten een grote beleidsvrijheid hebben in de keuze van bekostigingsvormen, zullen er verschillen ontstaan in de verantwoordingseisen en de daarmee verbonden administratieve lasten. Vanaf het moment dat een subsidieregeling wordt ontworpen, een aanbesteding wordt uitgeschreven of een overeenkomst wordt afgesloten, zou duidelijk moeten worden hoe zorgaanbieders zich het best meer uniform kunnen verantwoorden.

Fatsoenlijk
Uit signalen is de accountants al gebleken dat gemeenten moeite hebben met de huidige, relatief eenvoudige verantwoording van uitbestede huishoudelijke hulp. Regelmatig kunnen de zogenoemde controleprotocollen de toets der kritiek niet doorstaan. ‘De situatie wordt ingewikkelder als een zorgaanbieder te maken krijgt met meerdere gemeenten die allemaal verschillende verantwoordingseisen stellen’, zegt Wieleman.

‘Neem de jeugdzorg. Je zult toch echt moeten weten om hoeveel probleemgevallen het in die samenwerkende gemeenten gaat, hoeveel tijd en capaciteit er nodig is en hoeveel het mag kosten. Anders kom je niet tot fatsoenlijke contracten’, aldus Wieleman. Datzelfde geldt voor de Wmo. Ook op dat terrein is het nodig dat je als gemeenten vooraf de prestaties definieert. ‘Gemeenten moeten als de wiedweerga aan de slag, daarbij geholpen door de VNG. Die kan een belangrijke rol spelen door bijvoorbeeld modelcontracten en verordeningen op te stellen.’

De NBA heeft haar zorgen over hoe de verantwoording over de decentralisaties en de controle daarop is geregeld onlangs al geventileerd richting VNG. Eerder deed Arno Visser dat namens het bestuur van de verzamelde lokale rekenkamers ook al in Binnenlands Bestuur. Hij waarschuwde voor het ontstaan van een controlegat, want zoals het nu is geregeld, heeft niemand na de decentralisatie zicht op de 16 miljard euro die met die operatie meeverhuist. ‘Straks weten we alleen dat het geld is uitgegeven. Niet waaraan’, zei hij. Visser pleitte ervoor dat gemeenten de doelstellingen zo ‘smart’ mogelijk formuleren. Alleen dan valt te beoordelen of het geld wel juist is besteed. Ook volgens hem zou de VNG daar een belangrijke rol in kunnen spelen. De kritiek van de accountants sluit volgens Wieleman ‘naadloos’ aan op het pleidooi van Visser.


Schrijfwijzer accountantsprotocollen
Om de gemeentelijke beleidsmedewerkers te helpen, heeft de NBA een schrijfwijzer uitgebracht. Dat is een handig instrument dat kan worden gebruikt bij het toetsen van de uitkomsten van regelingen. De schrijfwijzer zet stap voor stap uiteen op welke wijze vanaf de beginfase helder wordt opgeschreven hoe over regelingen of beleid te rapporteren in verband met de accountantscontrole.


Zwart gat sinds 2008
Na de invoering per 2004 van het rechtmatigheidsoordeel – dat toen kwam naast het oordeel over het getrouwe beeld – in de accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening, hield BZK vier jaar lang de aard van de afgegeven controleverklaringen bij. In eerste instantie waren er veel oordeelsonthoudingen. Pas na een aantal jaren steeg het aantal goedkeurende accountantsverklaringen met betrekking tot rechtmatigheid tot een totaal van 92 procent van de gemeenten in 2008. BZK beschikt sinds die laatste meting niet over een integraal beeld van de afgegeven verklaringen.


 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
Ook met het oog op een gemakkelijke, snelle en efficiënte evaluatie na 2 à 3 jaar lijkt het noodzakelijk dat alle belanghebbende partijen (Rijk, IPO, VNG, Zorginstellingen, Accountants e.d.) vooraf (preventatief) afspraken maken over de inrichting en verantwoording van deze 3D-operatie. Zou er überhaupt al over zijn nagedacht?
Door Toine Goossens (Toezichthouder gedrag en moraal) op
Tot welk compromis gemeenten en rijk voor de 3D-operatie komen maakt voor de financieel bestuurlijke verantwoording helemaal niets uit.

Gemeenten worden straks de 3e sector in Nederland waar de accountants een verbod krijgen om een goedkeurende verklaring af te geven. Bij ziekenhuizen en GGZ instellingen is dat al zo.

Accountants weigeren nog langer op te draaien voor voor de puinhoop die (semi) overheden van hun regelgeving maken. VWS en NZa liggen in die rol reeds zwaar onder vuur.

Bij de voorgenomen 3D-operatie wordt het allemaal nog veel erger. Ook voor de nu te decentraliseren taken zullen gemeenten, bij gebrek aan kwaliteit en deskundigheid, kiezen voor de opties om regionaal te gaan samenwerken.

Aan de bestuurs-juridische inrichting van Nederland om dat effectief en efficiënt te doen mankeert bijzonder veel. Prof. mr. D.J. Elzinga c.s. maken in een recent rapport gehakt van de wijze waarop daar in Nederland voor de Omgevingsdiensten invulling aan wordt gegeven.

Het is aannemelijk dat hun conclusies een op een op de 3D-operatie te plakken zijn.

Het kernpunt is dat ministers verantwoordelijk blijven voor de gedecentraliseerde taken, zonder dat gemeenten daarover verantwoording aan de minister afleggen. Zij zijn immers autonoom en zij houden daar halsstarrig aan vast.
Terecht bouwt iedere minister dan andere verantwoordingsmechanismen in.

Zolang rijks- en gemeentelijke overheden geen structurele oplossing vinden voor de bestuurs-juridische organisatie van overheidstaken die de gemeentelijke spankracht te boven gaan, blijft Nederland geconfronteerd met versnipperende regelgeving met alle gevolgen van dien.

Accountants dekken de financiële puinhoop die daardoor ontstaat niet langer toe.