of 61043 LinkedIn

Wethouders financiën het haasje bij tekorten

De prestaties van een wethouder financiën doen er wel degelijk toe als die zijn positie wil behouden. Als de uitgaven en inkomsten van de gemeente niet in balans zijn, dan wordt ook het evenwicht van de verantwoordelijke wethouder wankel. Dat blijkt uit onderzoek dat Ronald Vuijk deed aan de Radboud Universiteit. ‘Ik vind zelf dat de wethouder financiën wel wat meer aandacht mag besteden aan de kern van zijn werk’, zegt Vuijk, die zelf die functie heeft vervuld.
© Shutterstock

De prestaties van een wethouder financiën doen er wel degelijk toe als die zijn positie wil behouden. Als de uitgaven en inkomsten van de gemeente niet in balans zijn, dan wordt ook het evenwicht van de verantwoordelijke wethouder wankel. Dat blijkt uit onderzoek dat Ronald Vuijk deed aan de Radboud Universiteit. ‘Ik vind zelf dat de wethouder financiën wel wat meer aandacht mag besteden aan de kern van zijn werk’, zegt Vuijk, die zelf die functie heeft vervuld.

Slechte kans

54 wethouders financiën maakten tussen 2010 en 2014 de ambtstermijn niet af en Vuijk onderzocht voor deze periode de ontwikkeling van de solvabiliteit (schuld versus vermogen) van 245 gemeenten. Het verband was zwak, maar het was er. ‘Dat betekent dat als de solvabiliteitsratio verslechtert de kans op vroegtijdig ontslag inderdaad significant groter is’, schrijft Vuijk in zijn proefschrift. ‘Als de solvabiliteit verbetert dan neemt de kans toe dat de wethouder de termijn af mag maken.’

 

Blijven of vertrekken

‘Er is een verband, maar het is zeker geen wetmatigheid’, licht Vuijk toe. ‘Sommige wethouders moeten opstappen terwijl ze het heel goed doen en sommige doen het niet goed en mogen blijven.’ Om hiervoor mogelijke verklaringen te ontdekken – geen sluitende verklaringen, maar mogelijkheden voor verder onderzoek – onderzocht hij enkele casussen. In Winsum ging het bijvoorbeeld hartstikke goed en mocht de wethouder blijven, terwijl het in Drimmelen in een vergelijkbare situatie ook hartstikke goed ging en de wethouder moest vertrekken.

 

Vertrouwen

In Drimmelen stapte wethouder Jan van Meggelen op in 2012. ‘De wethouder was er klaar mee’, vertelt Vuijk. ‘Zijn voorstel werd gehonoreerd, maar hij kreeg niet het vertrouwen dat hij wilde. Niet dat hij géén vertrouwen kreeg – het was niet van het niveau dat hij wilde.’ Terwijl de solvabiliteit met 14 procentpunten was verbeterd, stapte Van Meggelen op. Deze casus gaat dus tegen de hypothese van het onderzoek in.

 

Mogelijke verklaringen

Uit die casussen kwamen enkele interessante mogelijkheden voort die invloed kunnen hebben: de grootte van de financiële reserves, het moment van aankondigen van financiële tegenvallers, de verdeeldheid binnen de raad, de politieke fragmentatie en de houdbaarheidsdatum van wethouders.

 

Houdbaarheidsdatum

‘De houdbaarheidsdatum haalden we uit de literatuur’, vertelt Vuijk. ‘Gemeente en bestuur kunnen op elkaar uitgekeken raken. In de eerste termijn van een wethouder is meestal de gunfactor aanwezig, maar na een tijdje kent de wethouder de raad en kent de raad de trucs van de wethouder.’

 

Geen rol

Toen hij met het onderzoek begon, verbaasde Vuijk zich over de afwezigheid van aandacht in de literatuur voor de rol van individuele bestuurders. ‘Gemeenten worden als geheel afgerekend op hun prestaties: kunnen ze voldoende woningen realiseren, worden wegen goed onderhouden, vervullen ze hun taken goed? En er wordt bijvoorbeeld sinds 1850 al onderzoek gedaan naar de invloed van gemeentekenmerken zoals het aantal bewoners.’ Maar het viel hem op dat in het bestaande onderzoek naar bestuurskracht de individuele bestuurders geen rol leken te spelen. ‘Je zou het idee kunnen krijgen dat het niet uitmaakt of je goede wethouders hebt of niet. Maar dat is dus niet zo. De wethouder financiën komt wel degelijk onder druk te staan.’

 

Écht belangrijk

Bovendien wilde hij antwoord op iets wat hij zichzelf afvroeg toen hijzelf de functie vervulde bij de gemeente Midden-Delfland: wat is nou écht belangrijk om goed te doen? Ruim een vijfde van alle wethouders maakte in de onderzoeksperiode 2010-2014 de termijn niet af. Vuijk, die nu adviseur is bij Berenschot, zocht naar een verklaring voor dat hoge percentage. ‘Er zijn volgens het bestaande onderzoek drie groepen redenen: ten eerste zijn er conflicten met de gemeenteraad, ten tweede is er sprake van gebrekkige competenties en ten derde zijn er privéredenen als ziekte of pensionering.’

 

Zelf ontevreden

Vallen slechte financiële prestaties (soms) niet onder gebrekkige competenties? ‘Dat zou je denken, maar dat zagen we niet terugkomen in het bestaande onderzoek. Er was er ééntje die vertrok omdat die zelf ontevreden was over de resultaten, maar dat bedoelde ik niet. Ik wilde weten of het er voor de gemeenteraad toe deed of jij je werk goed doet.’

 

Vrije ruimte

Volgens Vuijk laten de resultaten zien dat wethouders financiën meer aandacht mogen besteden aan de feitelijke kern van het werk. ‘Wethouders financiën denken soms dat ze heel veel vrije ruimte hebben, maar om het heel simpel te zeggen: op het moment dat een gemeente meer uitgeeft dan dat er binnenkomt, komt ze onder druk te staan.’

 

Interen

‘Heel actueel is de situatie in Den Haag. De solvabiliteit liep terug van 30 naar 20 en dan heb je nauwelijks nog ruimte om te investeren. Dat betekent voor een wethouder dat voor nieuw beleid direct bezuinigd moet worden. Gemeenten met een solvabiliteitsratio boven de 30 kunnen nieuw beleid ontwikkelen en dan rustig kijken waar bespaard kan worden.’ Vuijk voegt eraan toe dat het college van Den Haag claimt dat het interen op de reserves en extra investeren in voorzieningen bewust beleid is omdat zij vinden dat een gemeente geen spaarpot is.

 

Fantastische verhalen

Vuijk ergert zich aan wethouders die de kengetallen links laten liggen. ‘Een financieel gezonde gemeente pakt voor een begroting of jaarverslag gewoon een stukje uit de uitleg over de solvabiliteitsratio, drukt die af en zet er verder niets bij. Maar op het moment dat het problematisch wordt, komen er allerlei redeneringen over waarom de solvabiliteitsratio niet alles zegt. Het zijn fantastische verhalen, maar de bezuinigingen die je moet uitvoeren zijn keihard.’ Zijn advies: maak gebruik van de kengetallen en ga niet uitleggen dat ze niet relevant zijn zodra de gemeente moet interen, potverteren of hoe gemeenten het ook noemen. ‘Een gemeente die een solvabiliteitsratio heeft van 50 doet het super, maar zodra ze gaat interen dan is het een kwestie van aftellen.’

 

Weer actueel

Toen Vuijk aan zijn onderzoek werkte, had hij het idee dat zijn onderwerp alweer gedateerd was vanwege het herstel sinds de financiële crisis. ‘Corona en de tekorten in het sociaal domein maken het onderzoek juist weer heel actueel. En het is veel ernstiger dan in 2010. Toen speelde de crisis en werden gemeenten geconfronteerd met waardedalingen van grond en rijksbezuinigingen. De huidige situatie hakt er veel harder in, met name het sociaal domein, omdat dat structurele tekorten zijn.’

 

Meer geld

‘Hoewel ik het niet kan staven met cijfers verwacht ik dat wethouders veel meer onder druk komen te staan. Ze krijgen er een nieuwe taak bij omdat ze extern aan de bak moeten. Ze moeten moeilijke discussies voeren over het sociaal domein, wat een medebewindstaak is die alleen uitgevoerd kan worden met middelen. Wethouders moeten ineens actie voeren en duidelijk maken: hier moet meer geld in.’

 

Dit artikel verschijnt in nummer 18 van Binnenlands Bestuur.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Dat hoeft natuurlijk helemaal niet als je de vinger maar aan de pols houdt. Gewoon niet meer toezeggen en uitgeven dan er inkomt. Open einden bij uitgaven uitsluiten!