of 64707 LinkedIn

‘Revolverend fonds’ voor wijkvernieuwing

Alle creativiteit moet in de strijd worden gegooid om door te gaan met de fysieke vernieuwing van steden en dorpen, zo vindt minister Liesbeth Spies.

Een zogeheten ‘revolverend fonds’ is een goed alternatief voor de financiering van stads- en dorpsvernieuwing zodra de rijkssubsidie wegvalt. Dat heeft demissionair minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) aan de Tweede Kamer laten weten.

Achterstandswijken

Sinds 1985 stelt het rijk geld beschikbaar om achterstandswijken op te knappen. Eerst ging dat via het stadsvernieuwingsfonds en sinds 2000 via het Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV). In het regeer- en gedoog­akkoord van VVD, CDA en PVV werd het einde van het ISV aangekondigd. Vanaf 2014 houdt het rijk op met de subsidiëring van dorps- en wijkvernieuwing. De klus is echter nog niet geklaard. Er zijn nog steeds achterstandswijken die nodig moeten worden aangepakt. Daarnaast moet worden voorkomen dat wijken afglijden. Gemeenten en provincies zijn daarbij als eerste aan zet, zo schrijft minister Spies. Zij hebben de verantwoordelijkheid om er samen met private partijen en burgers voor te zorgen dat stedelijke vernieuwing wordt voortgezet.

 

Risicodragend

Revolverende fondsen kunnen uitkomst bieden. Een revolverend fonds is een fonds waarmee een overheid leningen verstrekt en/of risicodragend participeert, of leningen garandeert aan projecten met een maatschappelijk doel. De aflossingen kunnen steeds opnieuw worden gebruikt. Daarmee is in de ogen van de minister meteen duidelijk wat het voordeel is van het werken met revolverende fondsen ten opzichte van subsidies. Een subsidie kan eenmalig worden uitgegeven. Via een revolverend fonds kan meerdere keren een lening worden verstrekt. Met andere woorden: met hetzelfde geld kan meer worden gedaan. ‘Het rijk staat positief tegenover de ontwikkeling van lokale of regionale revolverende fondsen’, schrijft Spies aan de Kamer.

 

Energiefonds

Daarnaast biedt volgens Spies het per 2013 in te stellen revolverende fonds voor energiebesparende maatregelen ook ‘interessante, nieuwe mogelijkheden voor stads- en dorpsvernieuwing.’ Vanaf 2013 komt er een revolverend fonds voor energiebesparende maatregelen. Het rijk stelt volgend jaar 70 miljoen euro en daarna 58 miljoen euro beschikbaar voor co-financiering van energiebesparende maatregelen voor grootschalige projecten en voor investeringen door particulieren. Een groot deel van de oude voorraad woningen en gebouwen in oudere wijken zijn vanuit het oogpunt van energie zo lek als een mandje. Als daar via dat nieuwe revolverende energiefonds iets aan wordt gedaan, worden eigenaren mogelijk aangespoord hun woningen ook verder te renoveren. Met het geld dat bewoners dankzij die energiebesparende maatregelen uitsparen, kunnen bewoners bovendien achterstallig onderhoud uitvoeren, zo redeneert de minister.

 

Kwaliteit verbeterd

De kwaliteit van wonen en leven in steden en dorpen is aantoonbaar verbeterd door de inzet die de afgelopen jaren is gepleegd voor stedelijke vernieuwing. Dit wordt geconstateerd in de voortgangs­rapportage stedelijke vernieuwing – een bijlage bij de Kamerbrief over revolverende fondsen. Uit de evaluatie van het beleid 2000-2004 blijkt dat in de dertig grootste gemeenten 113.000 woningen nieuw zijn gebouwd, 18.000 woningen gesloopt en 25.000 woningen gerenoveerd. Daarnaast zijn 600 monumenten opgeknapt en 1.600 bodemsaneringen uitgevoerd. In de periode 2005-2010 heeft stedelijke vernieuwing bijgedragen aan de opleving van steden, vooral als wordt gekeken naar kwaliteit van de woonomgeving, de aantrekkingskracht op hoogopgeleide en kansrijke huishoudens en de samenstelling van de bevolking.

 

Op peil houden

‘Het is wel zaak de bereikte kwaliteit op peil te houden. De eigen ­inzet van bewoners, bedrijven en partijen uit het maatschappelijk middenveld, zoals corporaties, is daarvoor een belangrijke kracht. Geconcentreerde inzet blijft nodig voor die plekken die nog ver onder de maat zitten’, aldus de voortgangsrapportage.

 

Schrappen

De minister beseft dat de omstandigheden voor stedelijke vernieuwing zijn gewijzigd. De economische crisis, overheidsbezuinigingen, verliezen van grondbedrijven, terugval op de woningmarkt en leegstand bij kantoren vragen om meer inventiviteit bij de inzet van de beperkte financiële middelen. Gemeenten zijn daardoor genoodzaakt scherpere keuzes te maken. Zo beperkt Amsterdam haar opgave voor stedelijke vernieuwing tot acht zogeheten focusgebieden, geeft Den Haag prioriteit aan de ontwikkelingen van de ‘centrale zone’ en kiest Rotterdam voor temporisering. Ook andere ­gemeenten schrappen – voorlopig – projecten ten behoeve van andere projecten die niet langer kunnen wachten.


Creativiteit

Niet alles kan meer. Alle creativiteit en inventiviteit voor de inzet van de resterende beschikbare middelen moeten uit de kast worden gehaald om door te gaan met de fysieke vernieuwing van steden en dorpen, om de leefbaarheid op peil te houden en de basiskwaliteit van wonen en leven te waarborgen, zo vindt de minister. Ook op dit beleidsterrein wordt de komende tijd meer van bewoners, bedrijven en het maatschappelijk middenveld verwacht.

Dat hoeven niet alleen heel grootschalige ontwikkelingen te zijn, zo stelt de minister via de voortgangsrapportage. Juist ook kleinschalige oplossingen zijn waardevol. Als voorbeeld noemt de minister kluswoningen in Rotterdam en Den Haag, waar mensen zelf verouderde woningen opknappen. In Leusden en Hoogvliet regelen bewoners zelf een deel van het beheer en onderhoud van de buitenruimte. Het is vooral aan gemeenten en provincies om partijen te enthousiasmeren en te motiveren om met zowel ideeën te komen als de handen uit de mouwen te steken, stelt Spies.


Experiment

Stedelijke-vernieuwing-nieuwe-stijl ‘vergt een omslag in denken en handelen van alle partijen’, realiseert  de minister. Revolverende fondsen waarin ook marktpartijen, beleggers, ontwikkelaars en banken participeren, worden door het rijk ­gezien als goede optie om de komende jaren door te gaan met stedelijke vernieuwing. Het rijk volgt een aantal initiatieven van gemeenten en provincies als experiment.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ra op
Vreemd, je kunt niet reageren onder het artikel over "kritische journalistiek", veelzeggend?