of 59147 LinkedIn

Provincies vrezen mislopen Europese investeringen

Het kabinet richt zich in de ogen van de provincies wat al te eenzijdig op verlaging van de Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie. Ze wijzen erop dat elke euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) leidt tot een investering in de regionale economie van ruim 3 euro.

Het kabinet richt zich in de ogen van de provincies wat al te eenzijdig op verlaging van de Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie. Ze wijzen erop dat elke euro uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) leidt tot een investering in de regionale economie van ruim 3 euro.

IPO hekelt beeldvorming kabinet

Het IPO, de koepelorganisatie van de provincies, wijst de ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën in een brief op de belangen die worden geschaad als het kabinet te hard roept dat de Nederlandse afdrachten aan de EU te hoog zijn. De focus ligt daarbij veel te eenzijdig op de uitgavenkant. ‘Wij begrijpen de wens van het kabinet om effecten voor de rijksbegroting te minimaliseren en onevenredige lasten te voorkomen.

Maar de inkomstenkant mag daarbij niet uit het oog verloren worden. Als de koek verdeeld wordt, is het belangrijk dat ook Nederlandse regio's daarvan een deel krijgen om te kunnen blijven investeren in innovatie, groei en banen. In onze visie kan het niet zo zijn dat Nederlandse regio's straks Europese investeringen mislopen ten gevolge van een al te eenzijdige focus op het beperken van de afdrachten’, aldus IPO-voorzitter Theo Bovens. ‘We moeten ons verzetten tegen te gemakkelijke maar onterechte beeldvorming als zou het huidige regionale investeringsbeleid niet toekomstgericht zijn.’

Opslokken
Waar minister-president Rutte vorige week in zijn speech voor het Europees Parlement niet naliet te stellen dat met name de EU-structuurfondsen een groot deel van het budget ‘opslokken’ en het belang benadrukte van minder EU-uitgaven, roept het IPO het kabinet op oog te hebben voor wat de EU-fondsen de Nederlandse economie opleveren. In die zin sporen ze Den Haag aan zich hard te maken voor de belangen van de Nederlandse regio’s. ‘Dit ook vanwege onze gezamenlijke ambities in het kader van het afgesproken Interbestuurlijk Programma tussen het rijk en de decentrale overheden’, aldus het IPO.

Lat omhoog
Uiteindelijk draait het volgens het bestuur van de provinciekoepel om de meerwaarde die met Europese investeringen wordt gerealiseerd op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Die meerwaarde wordt in de brief met cijfers onderbouwd. Zo is becijferd dat in Nederland in de periode 2007-2013 elke euro uit het EFRO heeft geleid tot een investering in de regionale economie van 3,34 euro. In totaal ging het daarbij om een investering van 2,76 miljard euro.

‘In ons land hebben in de periode van 2014 tot nu al meer dan vijfduizend startende ondernemers via het EFRO de weg naar de markt gevonden’, licht Theo Bovens toe. ‘En de lat gaat verder omhoog vanaf 2021. Minimaal 85 procent van de structuurfondsen moet worden ingezet op het versterken van de innovatiecapaciteit en het tegengaan van klimaatsverandering, inclusief interregionale samenwerking. Het regionaal beleid is daarmee een belangrijk fundament voor de innovatieve ontwikkeling van onze regionale economie en geeft een belangrijke impuls aan het Nederlandse bedrijfsleven inclusief het mkb.’

De provincies onderstrepen in de brief het belang van hun actieve betrokkenheid – en ook die van gemeenten – bij de invulling binnen Nederland van de EU-fondsen. Doordat Brussel in de nieuwe subsidieperiode de lidstaten in principe meer ruimte (‘flexibiliteit’) laat om voor die invulling te zorgen, wil het IPO ervoor zorgen dat de programmering van regionale investeringen aansluit bij de regionale agenda's en Europese maatschappelijke uitdagingen. Zoals bijvoorbeeld de energietransitie en het klimaatakkoord.

Regionale agenda's
Aansluiten bij de regionale agenda’s levert volgens het IPO de beste en meest duurzame resultaten op. ‘Decentrale overheden hebben het beste zicht op wat er op regionaal en lokaal niveau nodig is en met welke specifieke eigenschappen en omstandigheden rekening gehouden dient te worden. Maximale synergie tussen het Europese, nationale en regionale uitvoeringsniveau moet het uitgangspunt zijn. Dat betekent dat bij de uitvoering van regionaal- en plattelandsbeleid de partnerschapsbenadering, waarbij alle bestuurslagen hun rol spelen, onverkort voortgezet moet worden’, aldus het IPO. De provincies putten hoop uit het gegeven dat de partnerschapsbenadering door de Europese Commissie het uitgangspunt blijft. Maar opletten blijft het in een periode waarin de piketpalen worden geslagen voor de nieuwe programmaperiode 2021-2027. Dat gebeurt maar eens in de zeven jaar.


Techniek voor zonnepanelen
In Gelderland en Overijssel maken mkb-bedrijven veel gebruik van Europese subsidie. Dat blijkt uit het derde jaarverslag van het Europese subsidieprogramma Operationeel Programma Oost 2014-2020. Tot eind 2017 is de helft van de beschikbare middelen toegekend aan 362 projecten. Daarbij gaat het om een totaal van ruim 82 miljoen euro. Meer dan 700 mkb-ondernemers uit beide provincies zijn erbij betrokken. Samen met de eigen bijdrage van deze bedrijven, groot bedrijven en kennisinstellingen betekent dat een investering van 222 miljoen euro in de economie in de regio.

Bij het merendeel van de gesubsidieerde projecten, werken twee of meerdere bedrijven en kennisinstellingen samen. Door die samenwerking komt nieuwe techniek beschikbaar voor andere ondernemers en consumenten. Een voorbeeld is het project Coolpack PV waar door Optixolar B.V. (Arnhem) en Kiwa Technology B.V. (Apeldoorn) onderzoek wordt gedaan naar een koeltechnologie voor zonnepanelen. Door het toepassen van ‘Coolpack technologie’ waarvoor geen stroom of water nodig is, wordt de temperatuur van een zonnepaneel lager. Daardoor neemt de opbrengst per zonnecel toe.


Festivals als proeftuin
Een voorbeeld is een met EFRO-geld ondersteund project in Groningen – InnoFest. Het betreft een project dat Nederlandse festivals inzetten om innovaties te testen: deelnemende festivals stellen hun festivalterrein open als een levend laboratorium, waar startups, bedrijven, ondernemers en studenten prototypes van hun producten in de praktijk kunnen testen voordat ze naar de markt gaan. Bij het project zijn ruim vijfduizend mkb-bedrijven betrokken waar dik zevenduizend mensen werken. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.