of 64740 LinkedIn

Herverdeling gemeentefonds ‘niet goed genoeg’

Binnenlandse Zaken mag opnieuw aan de bak om in 2023 tot een betere herverdeling van het gemeentefonds te komen. Zonder aanpassingen kan het huidige voorstel er volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) niet mee door. En dan nog moet het over maximaal drie jaar worden vervangen door een compleet ander voorstel.

Binnenlandse Zaken mag opnieuw aan de bak om in 2023 tot een betere herverdeling van het gemeentefonds te komen. Zonder aanpassingen kan het huidige voorstel er volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) niet mee door. En dan nog moet het over maximaal drie jaar worden vervangen door een compleet ander voorstel.

Als gevolg van het nieuwe verdeelvoorstel zouden er bij volledige invoering ongeveer 50 gemeenten meer dan 60 euro per inwoner op achteruit gaan en zo’n 40 gemeenten er meer dan 60 euro op vooruit. Voor nadeelgemeenten, zo adviseert de Raad, moet dat nadeel beperkt blijven tot maximaal 45 euro per inwoner – in drie jaarlijkse stappen van 15 euro en pas daarna op basis van beter inzicht in het beoogde eindbeeld verdere stappen te nemen. Voor de goede orde: voor voordeelgemeenten geldt datzelfde plafond. Vier jaar doortrekken met het niet echt overtuigende verdeelmodel, zoals Binnenlandse Zaken wil, acht de Raad onverstandig.

 

30 miljard

Dat is het advies van de ROB over de nieuwe voorgestelde herverdeling van het gemeentefonds. Zo’n andere verdeling van het rijksgeld over de gemeenten – zo’n 30 miljard euro per jaar – is nodig omdat duidelijk is dat in de huidige opzet sommige gemeenten (veel) te en andere gemeenten (veel) te weinig krijgen. In enkele gevallen gaat het om wel 200 euro per inwoner.

Ondanks diverse aanpassingen overtuigt het door Binnenlandse Zaken gemaakte herverdelingsvoorstel nog steeds niet. Het is beter dan het vorige voorstel, maar nog steeds niet goed genoeg’, aldus ROB-raadslid Peter Verheij. Zo ontbreekt een goed onderbouwd inhoudelijk verhaal dat verklaart waarom bepaalde gemeenten volgens de modellen lagere of hogere kosten hebben en zodoende een lagere of hogere uitkering moeten krijgen. De adviesraad mist een inhoudelijke basis waarop de uitkomsten vervolgens kunnen worden beoordeeld.

 

Niet-vrijblijvende randvoorwaarden

De Raad acht het mede daarom niet verstandig om het huidige voorstel ‘op deze manier zonder meer in te voeren’ en stelt een aantal niet-vrijblijvende randvoorwaarden. Behalve meer verantwoording van de gemaakte keuzes, moet er meer worden gekeken naar financiële draagkracht van individuele gemeenten – hun eigen inkomsten – en de regionale welvaart.

Daarnaast vindt de Raad het niet eerlijk dat bij de herverdeling wordt uitgegaan van de uitgaven van gemeenten in 2017. Grote gemeenten hadden in het sociale domein toen veel meer uitgaven dan gemeenten met minder dan 100.000 inwoners. Pas in de jaren erna stegen de uitgaven van de kleine gemeenten. Gevolg daarvan is dat het model nu doorschiet in het voordeel van de grote steden, ten koste van de kleinere gemeenten. ‘Het peiljaar is 2017: uitgavenpatronen die toen aanwezig waren, zijn nu al deels achterhaald, laat staan bij de geplande invoering van de nieuwe verdeling in 2023. Dit leidt tot vertekening, een overschatting van grootstedelijke kenmerken en onuitlegbare patronen.’

Als harde voorwaarde stelt de ROB dat bij de verdeling van middelen de zogeheten centrumfunctie minder gewicht krijgt en de aanwezigheid van éénpersoonshuishoudens genuanceerd wordt, zodat wel ouderen meetellen maar niet studenten.

 

Nieuw verdeelmodel

De Raad adviseert bovendien om na invoering van de herverdeling in 2023 direct te gaan werken aan een nieuw verdeelmodel voor de bekostiging van het sociaal domein. Daarin moet dan meer oog zijn voor kenmerken van huishoudens en de kans dat zij een beroep op ondersteuning door de gemeente doen – eigenlijk analoog aan de manier waarop de bijstand vanuit Den Haag wordt bekostigd. Dat nieuwe verdeelmodel zou dan in 2026 gereed moeten zijn.

 

Meicirculaire

Op de vraag of invoering per 2023 nu nog lukt, antwoordt ROB-raadslid Peter Verheij dat het aan het rijk is om te kijken of het aanbrengen van de noodzakelijk geachte aanpassingen voor de meicirculaire van volgend jaar haalbare kaart is. Vóór die meicirculaire van 2022 moeten die wel zijn gemaakt, anders kan de herverdeling niet al per 2023 ingaan. Zijn collega-raadslid Peter Wilms gaat er vanuit dat het kan. De aanpassingen vragen volgens hem immers niet om het maken van een nieuwe integrale inschatting.

Het is nu in eerste instantie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om op basis van het ROB-advies tot een oordeel te komen over het verdeelmodel.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
SGP'er Verheij (ROB) bepaalt gelukkig niet wanneer een nieuw Gemeentefonds in werking moet treden. Er dient alles, maar dan ook alles, aan te worden gedaan om de herverdeling in 2023 in te laten gaan. M.i. behoort de nieuwe opzet voor de herverdeling gepaard te gaan met extra (smeer)middelen van het Rijk. In het kader van de toepassing van de AWB is een overgangsperiode van 4 jaar helemaal niet zo gek. Gelet op de grootte van de bedragen zou zelfs voor 5 jaar kunnen worden gekozen. Dat bij de onderliggende cijfers een duidelijke toelichting hoort is evident, net als het wel degelijk meenemen van centrumfuncties (denk aan cultuur, regionaal onderwijs, specifieke zorgaccommodaties e.d.). Voor zover mij bekend wordt het cijfermateriaal van 2019 al bij de nieuwe opzet betrokken.
Door Richard (ambtenaar) op
Helder advies de ROB waar de minister niet omheen kan. Advies doet recht aan de ingebrachte bedenkingen van de nadeelgemeenten. De (her)verdeling van het gemeentefonds mag geen tombola zijn!!