of 59250 LinkedIn

Gemeenten met veel kernen karig bedeeld

Door het toenemend aantal gemeentelijke herindelingen stijgt het gemiddeld aantal kernen per gemeente. Ondanks het belang dat wordt toegekend aan het behoud van het eigen karakter van lokale verbanden, blijft een financiële tegemoetkoming van het rijk echter achterwege.

Ondanks het belang dat wordt toegekend aan het behoud van het eigen karakter van lokale verbanden, blijft een financiële tegemoetkoming van het rijk echter achterwege voor gemeenten met veel kernen.

Uit onderzoek van gemeentefondsspecialist Ferry Knaack AdviesVV blijkt dat van 1997 tot 2018 het aantal gemeenten met een derde is afgenomen. Tegelijkertijd is het gemiddelde aantal kernen per gemeente in die periode gestegen met 107 procent.

Súdwest-Fryslân koploper
Absolute koploper is en blijft de gemeente Súdwest-Fryslân. Na de herindeling van zeven jaar geleden telde de gemeente al 52 kernen, maar door het splitsen van Boarnsterhim (2014) en Littenseradiel (2018) is dat aantal gegroeid tot 68. Vanaf de start heeft de te vormen gemeente specifiek geïnvesteerd in het (ver)binden van de vele kernen in de nieuwe gemeente, onder andere met een kernenfonds.

Knaack zet in zijn onderzoek de kosten op een rij die Súdwest-Fryslân sinds de herindeling op die manier heeft gemaakt. Voor 2011 is 836.000 euro beschikbaar gesteld. Omdat er toen 52 kernen waren, komt dat neer op een bedrag van afgerond 16.000 per kern. Sinds het in 2018 uit 68 kernen bestaat, is het kernen-budget gegroeid tot 1,2 miljoen euro. Dat betekent een bedrag van 18.000 euro per kern.

Ambtelijke inzet
De uitgaven voor het kernenbeleid van Súdwest-Fryslân zijn vergeleken met zeven gemeenten met meer dan 20 kernen. Daarbij komt Knaack uit op bedragen die variëren van 4.000 tot 15.000 euro per kern. Daarbij lijken de kosten per kern op te lopen met het aantal kernen.

In het gemeentefonds is er sinds 1997 een maatstaf bedrag per kern als vergoeding van de hogere kosten ten gevolge van het hebben van meerdere kernen. Voor 2018 bedraagt dat 9.100 euro per kern, waarvan 300 euro voor bestuurskosten. Het is volgens Knaack duidelijk dat dat bedrag niet in verhouding staat tot de uitgaven. ‘Het bedrag is amper genoeg om een zaaltje te huren en een kop koffie te schenken bij het jaarlijks bezoek van het college aan de kernen. Enige ruimte voor ambtelijke inzet is er dan niet meer. In gemeenten met veel kernen vraagt het beleid meer dan een jaarlijks bezoekje van het college, zo wordt breed erkend. Een gericht beleid dat de inwoners werkelijk aan het grotere bestuurlijke verband bindt, vereist met name personele inzet’, zegt hij.

Twee uur per week
Om contacten met de kernen en het daar aanwezige maatschappelijk krachtenveld te onderhouden en daadwerkelijk inhoud te geven, is volgens Knaack een inzet van honderd uur per kern op jaarbasis (twee uur per week) een minimum. ‘Bij een uurtarief van 75 euro bedragen de basiskosten dan 7.500 euro per kern’, aldus Knaack. ‘Het bedrag per kern heeft zich niet mee ontwikkeld met de gewijzigde structuur van gemeentelijk Nederland, gekenmerkt door een toenemend aantal gemeenten met veel kernen.’

In 1997, toen de Financiële Verhoudingswet wed ingevoerd, waren er twaalf gemeenten met meer dan twintig kernen en was het gemiddelde van de tien gemeenten met de meeste kernen 23. In 2018 waren er 32 gemeenten met meer dan twintig kernen en was het gemiddelde in de top tien 37 kernen. Die ontwikkeling heeft niet geleid tot een herziening van het bedrag per kern.

Reëlere vergoeding
Een verhoging van het bedrag per kern voor gemeenten met meer dan twintig kernen is volgens hem onontkoombaar, waarbij de voorkeur uitgaat naar een gestaffelde verhoging met de grenswaarden (4.000  euro voor 20-35 kernen, 8.000 euro voor 35-50 kernen en 12.000 euro voor meer dan 50 kernen). Knaack: ‘De kosten van dit voorstel, ongeveer 7,5 miljoen euro in 2019 kunnen worden gedekt doordat 25 maal het vaste bedrag per gemeente, ongeveer 9 miljoen euro, vrijvalt in het gemeentefonds als gevolg van het lagere aantal gemeenten.’

Het moment is volgens hem nu daar, en de minister moet niet wachten tot een brede herziening van de financiële verhoudingen wordt ingevoerd. ‘Tegenover de kosten van noodzakelijk en breed gedragen kernenbeleid staat dan een reëlere vergoeding,’ aldus Knaack.

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 7 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bruno Steiner (zelfstandig onderzoeker financiële verhouding) op
Helaas ben ik het met vorige sprekers een. Heb ook rapport gelezen. Wat een droefenis. Gemeenten met meer kernen verdienen beter.
Door Coen van Rij (directeur) op
Deze analyse is bedroevend. Om te voorkomen dat nu elke week op deze manier een losse maatstaf in BB wordt besproken, zijn we gaarne bereid voor de redactie van BB een spoedcursus gemeentefinanciën te verzorgen.
Door JaapvV (adviseur o.a. voorzieningen) op
Nergens een woord over de besteding van de bedragen per kern. Dat maakt het artikel mi. nutteloos. De investering van ambtelijke uren is ook nergens gekaderd. Jammer.
Door WN (onderzoeker) op
De berekening van Knaack deugt niet. Hij vergeet de uitkeringsfactor in het gemeentefonds. Hierdoor krijgen gemeenten een honorering van circa 13K per kern. Daarnaast ontvangen grotere kernen (vanaf 500 adressen) een honorering van circa 80K per kern (Sudswest Fryslan heeft er daarvan 12). Nog afgezien van inwoners, huishoudens, woonruimten in die kernen.