of 63561 LinkedIn

‘Geen vertrouwen door incidentele toezeggingen’

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Er zijn toezeggingen van het rijk op de korte termijn, maar op de langere termijn blijven gemeenten met een hoop onzekerheid zitten. Martine Koedijk, partner en sectorvoorzitter Lokale Overheid bij PricewaterhouseCoopers (PwC), vertelt dat ze dit bij het accountantskantoor terugzien in de jaarstukken. Uitgesteld onderhoud begint zich te wreken, er komen grote transities op gemeenten af en ze zouden – soms, misschien? -  minder braaf kunnen zijn bij het begroten.

Incidenteel goede resultaten, structureel tekorten

Koedijk: ‘De jaarrekening van nu kan je op het verkeerde been zetten. Een stuk of vijftien gemeenten zijn klant bij ons en bij heel veel zie je een positief resultaat en dan kun je denken dat het hartstikke goed gaat, maar als je dieper kijkt dan zie je dat het gaat om een incidenteel resultaat. Het grotere rekeningresultaat komt vooral door corona en de compensatie van het rijk. In de structurele begrotingen redden gemeenten het net aan, of niet.’

 

De toezeggingen zorgen niet voor houvast en vertrouwen

‘Als gemeente wil je bepaald beleid uitvoeren, maar je weet niet hoe het gaat in 2022, 2023, 2024. Je kan alleen kleine stapjes met zekerheid zetten. Er is meer rust in het sociaal domein door de toezeggingen van het rijk, maar dat is toch weer tijdelijk. Eigenlijk wil je dat dit soort problematiek voor de langere termijn wordt opgelost. Je wilt rust in de tent, zodat er stappen in het sociaal domein gezet kunnen worden. Die zullen voor elke gemeente anders zijn, maar als de begroting structureel in balans is dan geeft dat meer zekerheid.’

 

Er komt veel op ze af

‘Gemeenten zijn de spil in de uitvoering van een aantal grote transities. Naast de normale beleidsuitvoering en de uitdagingen in het sociaal domein staan het woningtekort, de energietransitie, klimaatadaptatie en de stikstofcrisis voor de deur. Dat kan alleen maar als je ze daar ook de ruimte voor geeft. Als een gemeente een energietransitie wil realiseren, of de woningbouw wil stimuleren, dan zal die daar ook de financiële middelen voor nodig hebben. Gemeenten moeten bijvoorbeeld grondexploitaties financieren en die zijn vaak niet of minder winstgevend zonder veel koopwoningen.’

 

‘Ik wil geen pleidooi houden dat er meer en meer geld naar gemeenten moet, maar je moet voor de langere termijn heldere afspraken met elkaar hebben. Zorg voor meer houvast - waar moeten we naartoe en hoe kunnen we dat vormgeven? Datzelfde geldt natuurlijk voor de herijking van het gemeentefonds. Alle gemeenten moeten daar rekening mee houden, dus helderheid helpt. ’

 

Uitgesteld onderhoud wreekt zich

‘Bij een aantal gemeenten zien we dat er nu extra investeringen nodig zijn voor de infrastructuur. Onderhoud wordt steeds duurder. Als je als gemeente geen ruimte hebt, waar kun je dan op bezuinigen zonder dat inwoners er al te veel last van hebben? Nou, dat komt op een keertje terug. De BBV heeft nieuwe regelgeving dat je voorzieningen moet treffen voor achterstallig onderhoud waarbij sprake is van kapitaalvernietiging. We zien dat bij een aantal gemeenten, die te erg achterstallig onderhoud hebben en dat nu moeten oplossen.’

 

Duidelijk geraakt door corona

‘Als je de jaarstukken gaat lezen dan zijn die doordrenkt met corona. Dat heeft een enorme impact op de financiën gehad, maar ook op het beleid en de doelstellingen. Wat ik heel mooi vind is dat het wat betreft juistheid en rechtmatigheid over het algemeen goed is gegaan, bijvoorbeeld met de Tozo-regeling. De steun van het rijk was in het geval van corona ruim en dat gaf rust en perspectief. Wel heeft een aantal gemeenten er financieel gezien natuurlijk last van. Er zijn duidelijke verschillen, bijvoorbeeld bij gemeenten die meer afhankelijk zijn van toerisme. En de effecten de komende jaren blijven onzeker.’

 

Iets minder braaf zijn?

‘In de coronacrisis is het heel lastig gebleken het verschil tussen de begroting en de werkelijke realisatie te voorspellen. Daarom is er bij meerdere gemeenten een groter rekeningresultaat. Als eerder in het jaar duidelijk is dat je geldt overhoudt dan kun je natuurlijk beter bijsturen. Dat is de kracht van de voorspellende waarde: beter inschatten wat het resultaat wordt en dan beter bijsturen zodat er geen onderbesteding komt.’

 

‘Bovendien begroten gemeenten hun vele projecten in jaarlagen. Maar in de werkelijkheid is het altijd anders. Projecten gaan zelden sneller dan verwacht dus als je al die projecten zo laat staan dan begroot je in feite de onderbesteding. Stel, een gemeente heeft tien projecten lopen dan zouden die in plaats van voor 100 procent, voor 70 procent kunnen worden begroot. Want je weet dat er vertraging komt, alleen niet precies waar, en zo zorg je voor minder onderbesteding. Maar je neemt dan wel een risico voor dat jaar.’

 

‘En gemeenten zijn voorzichtig met het benutten van hun reserves. Het komt ook door deze onzekere tijd. Je ziet vaak dat de algemene reserves en het weerstandsvermogen conform de normen zijn, maar dat er ook nog andere risicoreserves zijn. Ze zijn voorzichtig. Gemeenten met een hoge solvabiliteit kunnen misschien wat meer risico nemen. De Eneco-gemeenten hebben bijvoorbeeld grote bate gehad en dat hoeven ze niet meteen uit te geven, maar ze zouden wel met iets meer risico kunnen begroten.’

 

Gemeenten lopen voorop in digitalisering jaarstukken

‘Zwolle en Rotterdam waren de eerste publieke instellingen ooit die een controleverklaring ontvingen bij de digitale jaarrekening in plaats van bij een gedrukte versie. Het is niet revolutionair, maar er moest wel een evolutie plaatsvinden om dit mogelijk te maken. Het systeem moet bijvoorbeeld goed beschermd zijn zodat de jaarrekening na afloop niet meer kan worden veranderd. We geven ook al een digitaal akkoord bij beursgenoteerde ondernemingen, maar in de publieke sector lopen gemeenten op dit gebied voorop.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners