of 59345 LinkedIn

Geen ongebreidelde groei lokale lasten

De vermeende ongebreidelde groei van de lokale lasten blijkt mee te vallen. Dit concludeert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) op basis van een analyse van de ontwikkeling van gemeentelijke woonlasten tussen 1998-2013.

De afgelopen vijftien jaar is het gemeentelijk tarief voor rioolheffing het sterkst gestegen. De tarieven voor onroerende zaakbelasting (ozb) en afvalstoffenheffing stegen het minst hard. Kijkend naar de drie heffingen die samen de gemeentelijke woonlasten vormen, dan zijn deze tussen 1998 en 2013 met gemiddeld 2,2 procent gestegen.

Gemeentelijke woonlasten

Als de prijsstijging wordt gecorrigeerd voor de groei van het beschikbare gezinsinkomen, blijkt dat huishoudens in 2013 gemiddeld minder kwijt zijn aan gemeentelijke woonlasten dan vijftien jaar geleden. De gemiddelde jaarlijkse daling bedraagt 0,2 procent. Dat blijkt uit een analyse van de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten tussen 1998 - 2013 van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo). Een meerpersoonshuishouden was vijftien jaar geleden gemiddeld 505 euro kwijt aan gemeentelijke woonlasten. Nu is dat gemiddeld 697 euro.

 

Meer taken waterbeheer

Het beeld dat gemeenten hun tarieven elk jaar weer fors verhogen, klopt niet, zo concluderen de onderzoekers op basis van hun analyse. De afvalstoffenheffing daalt omdat gemeenten minder kosten maken voor afvalinzameling en –verwerking. Omdat de rioleringskosten stijgen en gemeenten meer taken hebben gekregen op het gebied van waterbeheer is de rioolheffing gestegen. Huishoudens betalen minder ozb omdat de ozb voor gebruikers van woningen is afgeschaft. De ozb voor eigenaren van woningen is de afgelopen vijftien jaar wel gestegen (jaarlijks 4,2 procent), maar de totale woonlastenstijging wordt met name veroorzaakt door de ontwikkeling van de

rioolheffing.

 

Ongebreidelde groei

‘De vermeende ongebreidelde groei van de lokale lasten blijkt dus erg mee te vallen’, stellen de onderzoekers. Dat kan de komende jaren veranderen in verband met de decentralisaties werk, langdurige zorg en jeugd, al durven de onderzoekers daarover nog geen uitspraken te doen. De ozb is voor de meeste gemeenten de belangrijkste vrij besteedbare belasting. Bij tegenvallende inkomsten of nieuwe taken waarvoor gemeenten geen compensatie krijgen, is de ozb veelal de enige belasting waarmee de begroting sluitend kan worden gemaakt. Politiek is ozb-verhoging echter vaak een heikel punt. ‘De toekomst zal uitwijzen of gemeenten dit (de gedecentraliseerde taken, red) kunnen bekostigen via de compensatie die zij ontvangen van het rijk of dat de gemeentelijke belastingen de komende jaren sterker zullen stijgen dan de afgelopen vijftien jaar het geval was’, aldus het Coelo.

 

Gebruikersheffing

Gemiddeld betaalde een huishouden vijftien jaar geleden 241 euro voor de gebruikers- en eigenarenheffing van de ozb; dit jaar gemiddeld 247 euro. De stijging is zo gering doordat in 2013 de gebruikersheffing voor de ozb voor woningen niet meer bestaat. Gecorrigeerd voor de inkomensontwikkeling bedraagt de jaarlijkse gemiddelde daling 2,1 procent.

 

Uitkering gemeentefonds

Tussen gemeenten bestaan grote verschillen. In Wassenaar zijn de tarieven met gemiddeld 3,7 procent gestegen terwijl in Den Haag de tarieven het scherpst zijn gedaald. Gemeenten met relatief dure woningen krijgen sinds 1997 een lagere uitkering uit gemeentefonds. Toen werd het verdeelsysteem van de algemene uitkering fundamenteel veranderd. De gedachte daarachter as dat gemeenten zelf meer belasting konden heffen. Door de ozb te verhogen konden gemeenten die inkomstendaling compenseren. Wassenaar is een van de gemeenten die dit heeft gedaan.

 

Artikel-12

In Den Haag speelde artikel-12 status mee in de tariefsdaling van gemiddeld 7,8 procent per jaar. Om voor artikel 12 in aanmerking te komen zijn gemeenten verplicht hoge ozb-tarieven te hebben. ‘Na van deze status te zijn verlost heeft Den Haag het ozb-tarief verlaagd of nauwelijks laten stijgen, waardoor het tarief sterk achterbleef bij de inkomensgroei’, aldus het Coelo.

 

Rioolheffing

De rioolheffing steeg de afgelopen vijf jaar met gemiddeld 5,6 procent per jaar; van 80 euro in 1998 tot 182 euro in 2013. Gecorrigeerd voor de ontwikkeling van het beschikbaar inkomen, dan is sprake van een stijging van gemiddeld 3,2 procent per jaar.

 

Geen winst, wel verlies

Net zoals de rioolheffing is de afvalstoffenheffing een bestemmingsrecht. Er mag geen ‘winst’ op worden gemaakt, wel verlies. De kosten (of een deel ervan) worden dan gedekt uit andere middelen, zoals de ozb-opbrengsten. Vijf jaar geleden betaalden meerpersoonshuishoudens gemiddeld 184 euro, nu is dat 267 euro: een gemiddelde jaarlijkse stijging van 2,5 procent. Gecorrigeerd voor de groei van het beschikbare gezinsinkomens is de afvalstoffenheffing de afgelopen vijf jaar met maar gemiddeld 0,1 procent per jaar gestegen.

 

Scherp onderhandelen

De tariefsdaling is pas sinds 2005 ingezet, nadat veel meerjarige contracten afliepen. Gemeenten hebben scherp onderhandeld voor de nieuwe contracten en konden deze vaak afsluiten tegen lagere kosten.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
Eens met @ Raymond van den Berg. Onduidelijk is bovendien of we het hier hebben over OZB tarieven (de hoogte van de tarieven wordt over het algemeen bepaald door de hoogte van de WOZ-taxaties) of daadwerkelijk in rekening gebrachte OZB-lasten. Kortom dit artikel in BB roept de nodige vraagtekens op. Het is een vergelijking van appels met peren.
Door Raymond van den Berg (Belastingadviseur lokale lasten) op
Enkele kritische noten die ik eerder op Linkedin plaatste: Ten eerste is in de onderzochte periode door het Rijk één gemeentelijke belasting volledig afgeschaft, zijnde de gebruikersbelasting OZB op woningen. Als je dat drukkende effect niet meeneemt is de OZB over dezelfde periode met gemiddeld 4,2 procent per jaar gestegen. Ten tweede Is door het Rijk de zalmsnip in deze periode afgeschaft. Dit effect zit niet in het woonlastencijfer maar maakt wel dat we effectief 45,38 euro (100 gulden) meer zijn gaan bijdragen. Tot slot is de gemeente in dezelfde periode een veel ruimer kwijtscheldingsbeleid gaan voeren, waardoor de lasten ook anders worden verdeeld. Doet wellicht weinig met het gemiddelde maar raakt wel je portemonnee.
Door Bert op
De conclusie moet als volgt zijn: Burgers en bedrijven worden al jaren buitenproportioneel belast. daar hoef je echt geen onderzoeker voor te zijn
Door Jannie op
Op macroniveau zal het allemaal best kloppen, maar op microniveau heb ik er ernstige twijfels bij.

Het netto inkomen van mijn huishouden daalt al jaren (nog los van de waarde van dat inkomen: ik kan er ook nog eens steeds minder voor doen), mijn gemeentelijke belastingen stijgen al jaren. En niet een beetje. De OZB is in mijn gemeente de afgelopen 2 jaar met resp. 20% en 18% verhoogd. Mijn huis daalde in waarde, maar ik betaalde dit jaar 80 euro meer OZB. Rara, hoe kan dat?

En ik weet zeker dat dat voor een veelvoud van de mensen in meerdere of mindere mate geldt.
Ik vraag mij dan ook af wie de opdrachtgever voor dit onderzoek is. Wie komt dit resultaat nou eens goed uit?...
Door Criticus (Ambtenaar) op
'De vermeende ongebreidelde groei van de lokale lasten blijkt dus erg mee te vallen’.

Helaas geldt dit ook voor mijn netto inkomen dat sinds 2008 achteruit is gegaan ipv gegroeid, zoals men hier 'vermeend'. Ondanks het behoud van mijn baan, maar puur door meer afdrachten van het bruto loon. En ik ben hierin zeker niet de enige!

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners