of 59130 LinkedIn

Brexit raakt ook Nederlandse regio’s

Over een jaar zal het Verenigd Koninkrijk de EU officieel verlaten, en nog steeds is er onduidelijkheid over hoe de toekomstige relatie tussen de 27 EU-lidstaten en VK zich gaat vormen. Dat leidt tot veel onzekerheid in Europese regio’s, die zich nu niet optimaal kunnen voorbereiden op de Brexit.

Nederlandse provincies horen bij de regio’s die economisch het meeste zullen merken van de Brexit. Kwetsbare sectoren zijn vooral handel, dienstverlening en productie. Dat blijkt uit een onderzoek van het Europees adviesorgaan van lokale en regionale overheden van de EU, het Comité van de Regio’s (CvdR). Dat onderzocht wat het effect is van de Brexit op de regio’s en steden van de 27 lidstaten. Ook heeft het CvdR gekeken of regio’s zich al op de Brexit voorbereiden. Kennisinstituut Europa Decentraal analyseerde het onderzoek.

Veel onzekerheid
Over een jaar zal het Verenigd Koninkrijk de EU officieel verlaten, en nog steeds is er onduidelijkheid over hoe de toekomstige relatie tussen de 27 EU-lidstaten en VK zich gaat vormen. Dat leidt tot veel onzekerheid in Europese regio’s, die zich nu niet optimaal kunnen voorbereiden op de Brexit.
Uit het onderzoek komt naar voren dat 60 procent van de decentrale overheden nog niet is begonnen aan een strategie voor de Brexit. Wel verwacht 59 procent van decentrale overheden in Europa dat de Brexit een hoog of gemiddeld effect zal hebben op hun regio.

Primaire sector
In de primaire sector zal EU-lidstaat Ierland het meeste gaan voelen van de Brexit. Nederland en België worden daarna het sterkst geraakt. In het CvdR-rapport worden Noord-Holland, Flevoland en Noord-Brabant genoemd als Nederlandse regio’s die in deze sector de grootste (economische) blootstelling aan de Brexit ondervinden.

Industriële sector
De secundaire sector, ook wel de industriële sector, loopt ook veel risico door de Brexit volgens het rapport. Er zijn vijf regio’s in Nederland waarvan minimaal 10 procent van de industriële sector is blootgesteld aan de Brexit. Dat zijn Zuid-Holland (11,4 procent), Flevoland (10,5 procent), Groningen (10,2 procent), Noord Holland (10,2 procent) en Overijssel (10 procent).

Dienstensector
Wat betreft de tertiaire sector, de dienstensector, zijn de effecten van de Brexit volgens de onderzoekers veel complexer en moeilijker te meten dan bij de primaire en secundaire sector. In tegenstelling tot de andere sectoren, hoeft de Brexit in deze sector niet noodzakelijkerwijs negatief uit te pakken. Op het gebied van de financiële dienstverlening liggen er volgens een eerder ING-onderzoek zelfs kansen voor andere EU-landen, omdat het financiële hart van de EU momenteel in Londen zit. Daarmee is de (financiële) dienstensector één van de weinige sectoren waar economische groei zou kunnen ontstaan dankzij de Brexit. Het CPB heeft het over een stijging van 15.000 banen in de lowtech-industrie en in de financiële dienstensector.
Een kanttekening is volgens kennisinstituut Europa Decentraal wel op zijn plaats. Want hoewel er kansen liggen voor de Randstad, kost de verplaatsing van financiële kantoren volgens het ING-onderzoek geld en is de concurrentie met andere EU-lidstaten hoog. Daarbij komt dat de Nederlandse dienstensector niet een-op-een aansluit op de Britse. De Nederlandse dienstensector richt zich in tegenstelling tot de Britse dienstensector met name op ICT, techniek en transport.

Toerisme
Een andere dienstensector die door de Brexit wordt geraakt is het toerisme. Met name populaire bestemmingen voor Britse toeristen, zoals Portugal en andere mediterrane landen zullen er last van hebben. Voor Nederland geldt dat in veel mindere mate. De Brexit zal naar verwachting in deze sector tot weinig productieverlies leiden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.