of 61869 LinkedIn

Adviescollege financiën bestuurders ‘zeer wenselijk’

Een onafhankelijk instituut is zeer wenselijk en behulpzaam om aanpassingen te agenderen en te beargumenteren in het pakket van arbeidsvoorwaarden voor politieke ambtsdragers. Dat schrijft BZK-minister Kajsa Ollongren in haar nota naar aanleiding van het verslag wetsvoorstel adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers, waarin ze ingaat op vragen van vier Tweede Kamerfracties.

Een onafhankelijk instituut is zeer wenselijk en behulpzaam om aanpassingen te agenderen en te beargumenteren in het pakket van arbeidsvoorwaarden voor politieke ambtsdragers. Dat schrijft BZK-minister Kajsa Ollongren in haar nota naar aanleiding van het verslag wetsvoorstel adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers, waarin ze ingaat op vragen van vier Tweede Kamerfracties. 

Commissie-Dijkstal
Tien jaar geleden boog de commissie-Dijkstal zich al over de beloning en rechtspositie van politieke ambtsdragers. Veel van haar adviezen werden omgezet in wet- en regelgeving. Het ging vooral om aanpassingen in uitkeringsduur, de introductie van de sollicitatieplicht en re-integratievoorziening, verrekenplicht van neveninkomsten en het onderbrengen van burgemeesters en commissarissen onder uitkeringsrecht van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Rechtspositiebesluiten werden ook gewijzigd, zoals het schrappen van de periodiekenstructuur voor burgemeesters en de introductie van een extra vergoeding voor fractievoorzitters in provinciale staten en gemeenteraden.

Kredietcrisis
Toch werden twee belangrijke adviezen niet in een wet of regel vervat. De kredietcrisis gooide hier destijds roet in het eten. De commissie adviseerde een nieuwe samenhangende salarisstructuur voor alle politieke ambtsdragers die was afgeleid van het salaris van de ministers en de instelling van een permanent adviescollege voor de rechtspositie van politieke ambtsdragers en topambtenaren. Beide adviezen werden zelfs in wetsvoorstellen omgezet, maar ook nog voor behandeling ingetrokken. Het toenmalige kabinet vond dat in het licht van de toenmalige kredietcrisis niet tot de verhoging van het salaris van ministers besloten zou moeten worden en het zag ook geen reden voor het adviescollege.

Terughoudendheid doorbroken
‘Het is moeilijk denkbaar dat er ooit een goed moment aanwijsbaar is om naar het salarisniveau van de politieke en ambtelijke top te kijken’, schreef de commissie-Dijkstal in 2004 in een ander advies, merkt de minister op. En: het is en blijft ‘onder welke omstandigheden dan ook een lastig onderwerp’. Deze constatering veronderstelt de noodzaak van een permanent adviescollege, aldus de minister, ongeacht de maatschappelijke en de economische context. De agenderende functie van de commissie en haar adviezen hadden een positieve werking op de inhoud van het publieke debat over arbeidsvoorwaarden van politieke ambtsdragers, vindt zij. ‘Dankzij de commissie-Dijkstal kon de terughoudendheid van het kabinet en het parlement worden doorbroken om te discussiëren en te besluiten over de eigen arbeidsvoorwaarden.’

Waardevol instrument
Al is die terughoudendheid er nog steeds, constateert ze. Zo werd het nooit ‘politiek opportuun’ geacht een integrale discussie te voeren over de onderlinge samenhang van de arbeidsvoorwaarden van alle politieke ambtsdragers in Nederland. D66-Kamerleden wijten dit aan ‘het sterk gepolitiseerde karakter van de besluitvorming hierover’. Ollongren ziet hierin dus de grote wenselijkheid van een onafhankelijk instituut. ‘Een onafhankelijk, permanent adviescollege kan een waardevol instrument zijn om gevraagd en ongevraagd onafhankelijk advies te geven over structurele wijzigingen in aanspraken van politieke ambtsdragers’, schrijft zij in antwoord op vragen van de SP die de noodzaak van het adviescollege niet zien. Het college kan arbeidsvoorwaardelijke aanpassingen van politieke ambtsdragers agenderen en op basis van zijn adviezen kunnen parlement en kabinet 'goede, weloverwogen beslissingen nemen over aanspraken van politieke ambtsdragers'. Beide Kamers mogen direct advies vragen aan het adviescollege.

Advies over alle financiële aspecten
D66-Kamerleden vragen zich af of het gevraagd en ongevraagd advies het beste middel is om het adviescollege te depolitiseren, want een gevraagd advies kan politiek geladen zijn en een ongevraagd advies kan een reactie zijn op een lopende politieke discussie. Zij opperen een tweejaarlijks advies over het beloningsniveau van politieke ambtsdragers. Maar de minister wijst erop dat de bedoeling van het kabinet is dat het adviescollege zich niet beperkt tot het beloningsniveau, maar juist breed adviseert over alle financiële aspecten van de rechtspositie van politieke ambtsdragers: uitkering na aftreden of ontslag of bij arbeidsongeschiktheid, pensioenaanspraken, onkostenvergoedingen, voorzieningen voor uitoefening van het ambt en nevenfuncties en -inkomsten. Bij een tweejaarlijks adviestraject zou de beoogde rust en duidelijkheid over het arbeidsvoorwaardenpakket mogelijk niet worden bereikt. ‘Het risico bestaat dat het nieuwe advies wet- en regelgeving over het vorige advies inhaalt.' Het kabinet laat het liever bij het onafhankelijk adviescollege zelf om tempo en timing van zijn advisering te bepalen.’

Ongemak
Het ongemak dat politieke ambtsdragers voelen als het gaat om de besluitvorming over hun eigen rechtspositie kan zien op meer onderwerpen dan structurele salarisaanpassingen, schrijft Ollongren. ‘Daarom wil het kabinet de reikwijdte van de adviestaak niet daartoe verengen.’ Het kabinet heeft niet gekozen voor advisering over andere dan financiële aspecten van de rechtspositie, want daar is al een ander adviesorgaan voor: de Raad voor het Openbaar Bestuur. Die adviseert over de inrichting en het functioneren van het openbaar bestuur. ‘Het is niet de bedoeling dat het adviescollege gaat adviseren over de werkwijze van politiek en bestuur, maar wel over hoe de arbeidsvoorwaarden van politieke ambtsdragers kunnen bijdragen aan het functioneren van volksvertegenwoordigers en bestuurders in het bestuurlijk bestel.’

Kennis van rechtspositie
De adviesfunctie ziet dus niet op de wettelijke plicht voor een burgemeester om zich in de gemeente te vestigen waar hij of zij is benoemd, maar wel op de vraag hoe het arbeidsvoorwaardenpakket de burgemeester kan ondersteunen om die woonplicht binnen afzienbare termijn gestand te doen. Het wordt ook niet de taak van het college om te adviseren over wenselijkheid van nevenfuncties, maar wel over hoe inkomsten uit die functies met het hoofdinkomen als politiek ambtsdrager moeten worden verrekend. Maar hoe wordt dan geborgd dat er ook personen worden benoemd die bekend zijn met het decentrale niveau, niet alleen met het nationale niveau, wil de VVD weten. Ervaring en deskundigheid op het terrein van het openbaar bestuur en kennis van de rechtspositie en beloningsverhoudingen bij de overheids- en marktsectoren zullen bepalend zijn, aldus Ollongren.

Complementair met ORDPA
Ook wijst ze op de positie van het Overleg Rechtspositie Decentrale Politieke Ambtsdragers (ORDPA) dat uitsluitend op de arbeidsvoorwaarden van decentrale politieke ambtsdragers ziet. Het nieuwe adviescollege zal meer in den brede adviseren over de rechtspositie van politieke ambtsdragers. ‘Zijn conclusies zullen worden omgezet in concrete voorstellen voor wet- en regelgeving en ook worden besproken in het ORDPA voor zover het aanspraken van decentrale politieke ambtsdragers betreft.’ Het ORDPA kan ook zelf het initiatief nemen om bij de minister van BZK onderwerpen aan te dragen die voor een adviesaanvraag aan het adviescollege in aanmerking kunnen komen. ‘Het kabinet acht het adviescollege en het ORDPA complementair aan elkaar en is van mening dat zij elkaar kunnen versterken. Daarmee zal het decentrale aspect voldoende naar voren komen, aldus de minister.

Onafhankelijkheid
SP-Kamerleden vragen of er oud-politici in de commissie mogen plaatsnemen en waarom het kabinet denkt dat politieke onafhankelijkheid gegarandeerd is als het adviescollege bestaat uit bijvoorbeeld vertegenwoordigers van lobbyverenigingen van werknemers en werkgevers. Volgens de minister ligt het gezien de gevraagde kennis in de rede dat leden zullen worden gezocht onder gewezen ambtsdragers uit het openbaar bestuur (ook op decentraal niveau), organen van werkgevers en werknemers, bedrijfsleven en wetenschap. ‘Een college dat wordt gevormd door leden met een gevarieerde achtergrond, met kennis van en gevoel voor maatschappelijke verhoudingen.’

Geen slager die eigen vlees keurt
De onafhankelijkheid van het adviescollege wordt gewaarborgd doordat de leden ‘zonder last’ zitting hebben en geen functies vervullen die onverenigbaar zijn met de taakvervulling van het college. ‘De functies waarover het college adviseert, zijn in ieder geval onverenigbaar met het lidmaatschap. De advisering dient buiten het politieke speelveld plaats te vinden. Daarom dienen leden van het adviescollege ook niet actief te zijn in het openbaar bestuur.’ Zo wordt een direct belang bij de uit te brengen adviezen over bezoldiging en overige financiële aspecten van de rechtspositie voorkomen. Een lid van het adviescollege mag ook geen topfunctie vervullen die onder de reikwijdte van de Wet normering topinkomens (WNT) valt, zodat zij niet indirect over hun eigen salaris kunnen adviseren. ‘Het is van essentieel belang te voorkomen dat ‘de slager zijn eigen vlees keurt’.’ De advisering mag niet politiek gekleurd zijn en dient buiten het politieke speelveld dient plaats te vinden. Wel kunnen leden van het adviescollege dus voor of na hun lidmaatschap politiek ambtsdrager zijn.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Een evenwichtige mix van oud politici en HR deskundigen uit het bedrijfsleven lijkt de beste oplossing.