of 59199 LinkedIn

Afscheid van de externen

De vanzelfsprekendheid om een adviesbureau in te huren, is niet meer. En dat blijft ook zo, verwachten gemeenten in een onderzoek van Binnenlands Bestuur.

(Klik om te vergroten)


De algemeen directeuren van de provincies en de secretarissen van de grootste gemeenten zijn het blijkens het onderzoek over één ding roerend eens: in de toekomst verwachten ze minder extern advies te hoeven inhuren en als het al wordt ingehuurd, is het ook nog eens tegen minder kosten.

Binnenlands Bestuur vroeg de ambtelijke leiding van provincies en grote gemeenten hoe vaak en hoeveel zij de komende jaren adviseurs willen inschakelen. De uitkomst geeft een duidelijke richting: extern advies wordt minder. En bovenal, het moet goedkoper. Alle respondenten spreken die verwachting uit. Andere ontwikkelingen onderstrepen dat gemeenten en andere overheden het gemakkelijker met minder advies af kunnen. De Amsterdamse hoogleraar verandermanagement Jaap Boonstra constateert dat er sprake is van een groeiend zelfbewustzijn onder gemeenten om tal van zaken weer zelf uit te voeren.

De toenemende samenwerking tussen diensten van dezelfde gemeente, maar ook tussen meerdere gemeenten, vermindert de noodzaak om externe adviesbureaus in te schakelen. Juist door die samenwerking is het blikveld van ambtenaren, en dus gemeenten zelf, vergroot: er is meer oog voor de aanpak van een maatschappelijk probleem. De focus is minder gericht op het belang van het eigen onderdeel of organisatie; adviesbureaus werden juist vaak ingehuurd om het blikveld van ambtenaren en ambtelijke organisaties te verleggen van zichzelf naar de burger.

Verder speelt volgens Boonstra een belangrijke rol dat verandermanagement nadrukkelijk een taak is geworden van elke leidinggevende. Dat vermindert de vanzelfsprekendheid externe adviesbureaus te huren. Rijk Het is niet alleen zwaar weer voor de organisatie- en adviesbureaus die hun brood verdienen bij provincies en gemeenten.

Voor het eerst sinds jaren geldt dat ook voor de bureaus die voor het Rijk werken. Bij de rijksoverheid is, zo blijkt uit de deze week gepresenteerde jaarrapportage bedrijfsvoering, vorig jaar een kwart minder aan inhuur van extern personeel uitgegeven dan in 2009. Uit het overzicht dat minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer stuurde, blijkt dat de inhuur van externen vorig jaar 1.027 miljoen euro bedroeg, 257 miljoen euro minder dan in 2009. De daling deed zich vooral voor bij de ministeries van Defensie, Financiën en de voormalige ministeries van Justitie en Verkeer en Waterstaat. Verreweg het meeste externe ingehuurde personeel bij het Rijk betreft overigens uitzendkrachten.

Het gaat om tweederde van de totale kosten. Zo’n 30 procent van de kosten betreft het terrein waar organisatie- en adviesbureaus actief zijn: één vijfde van de totale kosten van externe inhuur maakt het Rijk voor beleidsondersteuning, een tiende voor beleidsgevoelig advies. Extern advies moet goedkoper. Om paal en perk aan de uitgaven te stellen voor adviesbureaus en externe inhuur heeft het Rijk vorig jaar een uitgavennorm voor externe inhuur gesteld op maximaal 13 procent van de totale personele uitgaven.

De toenmalige ministeries van Economische Zaken, VROM en Verkeer en Waterstaat kwamen boven die norm uit. Maximumtarief Vanaf dit jaar is de norm nog strenger, omdat de Tweede Kamer de motie-Roemer aannam. Die verzocht het kabinet om de ministeries een afdwingbare norm op te leggen van 10 procent. Het kabinet heeft die norm vanaf begin dit jaar daadwerkelijk gesteld. Ministeries mogen als het echt noodzakelijk is die norm wel overschrijden, maar moeten dat achteraf wel verantwoorden. Vorig jaar is ook een maximumtarief vastgesteld voor externe inhuur buiten de zogeheten mantelcontracten.

Het tarief dat met ingang van dit jaar is ingevoerd, bedraagt 225 euro per uur, exclusief btw. Met dat maximumtarief krijgen extern ingehuurde krachten naar verhouding geen hoger inkomen dan de maximum bruto beloning voor leden van de zogeheten topmanagementgroep van de rijksoverheid. Als de inhuur tegen een hoger tarief toch noodzakelijk is, moet dat worden gemotiveerd. Bovendien moeten de ministeries in hun jaarverslagen over 2011 rapporteren hoe vaak en waarom het maximumtarief is overschreden.

Het scherper letten op de uitgaven merken de adviesbureaus al enige tijd, mede door de financiële crisis van 2009 als gevolg waarvan Rijk, gemeenten en provincies fors bezuinigen. De vraag van overheden naar advies is daardoor al afgenomen. De adviesbureaus merken dat dus in hun portemonnee. In de krimpende adviesmarkt hebben de bureaus ook te maken met prijsdumping, met name door detacheerders. Zij proberen hun duurdere consultancy-collega’s met dumptarieven weg te drukken. Voor de overheid als opdrachtgever is dat prettig. Volgens Theo Camps, bestuursvoorzitter van zo’n consultancy, de Berenschot Groep, liggen de tarieven voor ingenieurs nu zelfs onder die van loodgieters. Dalende omzetten en verliezen in de sector

zijn het gevolg. Bureaus in consultancy en detachtering waar soms 20 procent van het personeel thuis op de bank zit, zijn eerder regel dan uitzondering.

Ook de grote jongens als Berenschot, BMC, Maandag en Yacht hebben mensen ontslagen. Maar zij bestaan nog. Anderen hebben de crisis niet overleefd en zijn omgevallen dan wel overgenomen. Vorig jaar stopten dienstverleners als Corgwell, Van Naem&Partners, Zorg Consult en Gradus Groep. Dit jaar ploften Het Bureau Interim! (bekend onder de naam Meesters in Management), Segment Groep en pensioenconsultancy Numerando. 

Met name voor éénpitters zijn de gevolgen van zulke faillissementen groot. Zelfstandigen zonder personeel hebben vaak voor maanden aan onbetaalde facturen openstaan en kunnen fl uiten naar dat geld: curatoren geven de fiscus en UWV voorrang. Sommige ingewijden verwachten dat de markt eind dit jaar weer gaat aantrekken. Niet zozeer de vraag naar interimmers en gedetacheerden, die ligt naar verluidt nog altijd volledig plat, maar wel de vraag naar kennis.

Anderen vrezen dat de malaise echter nog niet voorbij is en stellen dat het nooit meer wordt zoals het was. Dat de crisis de wereld ook op lokaal niveau heeft veranderd, is bijvoorbeeld merkbaar in Soest. Die gemeente gaat bijvoorbeeld meer en meer gebruik maken van beschikbare kennis onder de eigen bevolking. ‘Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat de mensen hier gemiddeld genomen hoogopgeleid zijn’, stelt gemeentesecretaris Age Veenstra verderop in deze special. Zo kan hij voor milieuadviezen in Soest wonende medewerkers raadplegen van nabij gevestigde instituten als het RIVM en het KNMI, die dat voor eigen rekening vrijwillig doen. Zo spaart de gemeente op slimme wijze dure adviseurs uit, maar beschikt op die manier evengoed over een doortimmerd advies.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Alfred Griffioen (zelfstandig Consultant) op

Met verbazing heb ik dit issue over de inhuur van externen gelezen. Het gebrek aan zelfkritisch vermogen van Binnenlands Bestuur viel me met name op. In diverse koppen en redactionele commentaren wordt gesteld dat externen duur zijn, zonder te kijken naar de effectieve kosten van eigen medewerkers. In de regel is mijn ervaring dat de af te dragen sociale en pensioenpremies, het ziekteverzuim, overhead en eventuele wachtgelden gemakshalve niet worden meegerekend. Laat staan het feit dat iemand die voor 36 uur een loondienstverband heeft, er ook altijd zit (vaak letterlijk), ook al heb je zijn of haar expertise niet nodig. De genoemde norm dat een externe nooit meer mag verdienen dan een burgemeester is helemaal een lachertje. Daarvoor huur je in een gezonde interimmarkt net een projectleider in, maar zeker geen doorgewinterde turn-around manager. Wat gek dat het bedrijfsleven geen moeite heeft met hogere tarieven, terwijl bedrijven vaak kostengerichter zijn dan overheden. Dat zeuren over tarieven, is dat nou jaloezie van ambtenaren die zelf niet de stap naar het ondernemerschap durven te zetten? Of is het in het belang van overheidsmanagers om grote afdelingen met eigen mensen te houden, omdat dat meetelt mee voor de persoonlijke inschaling? Dan snap ik ook de geringe focus op productiviteit. Wellicht dat dat een mooi thema is voor een volgend nummer.

Door Mark Bassie (Flex-beheer) op

Met veel interesse heb ik deze BB20 special gelezen over de teruggang van de inhuur van externen in het algemeen en consultants in het bijzonder. Het is grappig te lezen dat alle geïnterviewden het erover eens zijn, ongeacht of ze uit de overheid zelf komen of uit de hoek waar de klappen vallen. Er wordt nu veel minder ingehuurd tegen lagere tarieven en dat is niet iets tijdelijks maar dat blijft zo. De redeneringen zijn: Er werd vroeger veel te snel en te veel ingehuurd en dat beseffen we nu. En er is toegenomen zelfbewustzijn, dus we hebben die externe deskundigheid ook niet zo hard nodig, we kunnen het zelf ook wel. De onderlinge concurrentie tussen de aanbieders (detacheerders en consultants) houdt de tarieven laag, dus blijven de inhuurkosten ook lager. Wat ik in al die reacties mis, zijn de gevolgen voor de overheid van de vergrijzing en de uittreding. Het is nog geen jaar geleden dat er van Binnenlandse Zaken alarmerende rapporten verschenen onder alarmerende titels als De grote Uittocht. Hierin staat dat in 2020 zeven van de tien overheidswerknemers verdwenen zal zijn door pensionering of door het vinden van een andere baan. Waar denkt de overheid voldoende nieuwe ambtenaren te vinden op een krapper wordende arbeidsmarkt, zoals alom wordt verwacht? Natuurlijk, er kan wat worden gewonnen aan efficiency en aan automatisering maar zeven op de tien? Ik merk helemaal niets van minder taken bij gemeenten, integendeel er wordt weer volop gedecentraliseerd door het Rijk. Ofwel, wie denkt dat met name de lagere overheden al haar taken zonder veel externe hulp kunnen blijven doen, die mag het mij uitleggen. En dan benader ik het vraagstuk alleen kwantitatief, zonder de kennis-drain die ontstaat door al die uittredende ervaren kenniswerkers.
Wat overigens veel zinvoller is als diezelfde overheid gaat nadenken hoe het traditionele verschil tussen vast en flex kan verdwijnen, zodat de aloude discussie over ‘veel of weinig inhuren’ verandert in ‘flexibel bemensen van overheidsprojecten’. Daar ligt de kern waar de hele Nederlandse economie bij gebaat is: Hoe gaan we slimmer met minder mensen hetzelfde (of ander?) werk doen, ongeacht de vorm waarin die mensen hun werk aanbieden (in dienst, ZZP, ondernemer, uitzendkracht etc)?

Door Theo Geurts (zelfstandig professional) op
Minder externen, daar had geen onderzoek naar gedaan hoeven te worden. Gewoon gezond verstand. Er moet veel bezuinigd worden bij de overheden. Het mes gaat flink in de FTE’s. Directeuren en secretarissen zullen dus op voorhand geen pleitbezorgers zijn voor de inhuur van externen. Dat is vragen om moeilijkheden in de eigen organisatie.

Maar hoe staat het nu met de taken van die bezuinigende overheid. Blijven de gemeenten, provincies en het rijk hetzelfde doen met minder interne en externe mensen? Of, worden sommige taken niet, gedeeltelijk of met minder kwaliteit goed uitgevoerd? Daar is onderzoek naar nodig. Door efficiency verbeteringen is het e.e.a. te winnen en door samenwerken zeker. Maar samenwerken kost óók tijd, dat gaat niet vanzelf. Het is op zich een goede richting om met minder meer te doen; samenwerken heeft dus de toekomst.

Dat externen slechte adviezen gaven, geloof ik niet; het is meer een stok om de hond te slaan. Als de adviezen echt structureel slecht waren geweest, had de sector het al lang gemerkt. De overheid is niet gek.

Leidinggevende moeten nu niet alleen de touwtjes aan elkaar zien te knopen om nog zo veel mogelijk te zorgen dat hun eenheid haar taken op tijd, volledig en goed uitvoert, ze moeten ook veranderingen zelf gaan doen. Dat kost weer tijd van hen zelf en van hun medewerkers. Zou er veel veranderen?

Er is minder ingehuurd, dat blijken vooral uitzendkrachten te zijn. Er is dus minder gedaan of de ambtenaren zijn harder gaan werken. In dat laatste geloof ik niet echt. De meesten zitten tot hun nek in het werk en werken gewoon hard. Er is dus minder gedaan in 2009.

De tarieven. Wat wel eens vergeten wordt is dat er veel zelfstandige professionals (ZP) zijn, die aan de slag willen (blijven). Daar hebben verschillende intermediairs zich op gestort. Die zorgen eerst goed voor zich zelf, een vast bedrag per uur. Daardoor is niet de hoogte van het tarief belangrijk, maar het aantal ZP’ers. De tarieven dalen daardoor zee sterk, er is geen rem in deze krimpende markt. En natuurlijk gaan de grote bureaus die mantelcontracten hebben dat merken. Dom, dom, dom dat de consultancy en ICT bureaus en de ZPérs zich zo tegen elkaar laten uitspelen.

Soest kiest voor vrijwilligers om het werk te doen. Maar kun je deze vrijwilligers ter verantwoording ropen als het toch even anders blijkt? De tijd zal het leren

Tot slot, de bezuinigingen treffen de burgers en de ‘externen’, dus ZP’ers en consultancy en ICT bureaus, daar is geen ontkomen aan. Het tij keert, alleen is niet te voorspellen wanneer. De overheid zal echter naar haar burgers en bedrijven moeten duidelijk maken wat niet of minder gedaan wordt. En dat hoor ik nog niet.

Externen zin gemiddeld niet beter of slechter dan internen. De ZP’er is een ondernemer met hard voor zijn vak en voor vrijheid. Dat vak wil hij blijven uitoefenen. Gebruikmaken van externe vaklieden is conjunctuur gevoelig. Op dit moment spint de overheid nog garen bij het feit dat er zoveel ZP’ers zijn; dat kost geen WW. Op den duur is het slecht voor de flexibiliteit van de Nederlandse economie. Wie durft er immers nog ZP’er te worden.
Door Jan Jager (bedrijfskundige) op
Beetje opluchting zou wel passen zijn. Zij (die consultancy) hebben buitengewoon veel geld verdient en dan vooral bij de overheid, al lustte het bedrijfsleven er ook wel pap van. Meestal waren die onderzoeken en conclusies van die clubs volstrekt overbodig. Ingegeven door (nieuw) management die zich wilde profileren. Reorganisatie en chaos gingen vaak samen. Het ritueel altijd hetzelfde. Eerst de ananlyse die onveranderlijk een somber beeld van de bestaande organisatie gaf. Tuurlijk, want er moest worden opgelost. Verschuiven, afstoten, ontslagen, net balletje balletje. Ik schrijf dit niet uit rancune, want ik bleef altijd aan de goede kant, wegens kritisch denken en handelen. je kon er alles tegenin brengen en zelfs dat namen ze grif over. Nee, beter een goed idee gestolen dan een slechte zef bedacht was toch veelal de werkwijze van die organisatiekundigen. Veel projectie met kleurenplaatjes en schema's Hoe ondoorzichtiger hoe groter de kans op een opdracht. Goochelaars met cijfers die wonderbaarlijk genoeg kloppend werden geslagen. Nee, ben blij dat ook deze hype is ingezakt. Toneelvoorstellingen in het theater graag! Stukje duiding zeg maar!

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners