of 63000 LinkedIn

Pluis – niet pluis: de meerwaarde van het wijkteam in het herkennen van verward gedrag

Pluis – niet pluis: de meerwaarde van het wijkteam in het herkennen van verward gedrag.
jb lorenz Reageer

De afgelopen jaren heeft jb Lorenz de training Pluis – niet pluis verzorgd aan medewerkers van wijkteams in heel Nederland. Daaruit komt een rode draad naar voren. Duidelijk is dat het wijkteam een cruciale rol speelt in het herkennen van verward gedrag. Het is voor medewerkers van het wijkteam helaas nog niet altijd duidelijk wat ze vervolgens kunnen doen. Het ontbreekt hen aan handelingsperspectief. De training Pluis-niet pluis geeft inzicht in concrete mogelijkheden hoe om te gaan met mensen met verward gedrag maar vooral ook hoe je kunt bepalen of en zo ja, welke hulp en ondersteuning nodig is.

Verward gedrag?

In de media wordt de term verward gedrag vaak gekoppeld aan geweld, politie-optreden en een opname in de GGZ. De kans is echter groot dat jij en ik – je leest het goed! –  ergens in ons leven ‘verward gedrag’ vertonen. Verward gedrag heeft namelijk veel mogelijke oorzaken die in ieders leven kunnen voorkomen. Denk aan liefdesverdriet, slaapgebrek, een licht verstandelijke beperking, onzekerheid, ruzie, rouw, paniek, dementie, verslaving, niet aangeboren hersenletsel of schulden. Of een combinatie hiervan. ‘De’ persoon met verward gedrag bestaat niet. In het algemeen kun je zeggen dat het bij verward gedrag gaat om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen. Aangezien het iedereen kan overkomen, is het belangrijk dat we ons afvragen: hoe wil je zelf worden behandeld als je op een dag verward gedrag vertoont? En: hoe herkennen anderen dat je verward gedrag vertoont?


De dagelijkse praktijk van wijkteams

Medewerkers van het wijkteam zijn de ogen en oren in de wijk. Zij merken het op wanneer iemand zichzelf minder goed gaat verzorgen; af laat weten op de wekelijkse koffieochtend; afspraken vergeet. Zij signaleren dat iemand oogcontact vermijdt, niet stil kan zitten of moeite heeft met een normale handeling als koffie zetten voor het bezoek. Zij zien de impact van het verlies van een geliefde, een baan of structuur. Of, ook belangrijk, zij kunnen nieuwe collega’s vertellen dat mevrouw van nummer 148 zich altijd zo gedraagt en dat dat voor haar juist niet vreemd is.

Onze ervaring is dat medewerkers van het wijkteam aangeven dat zij steeds vaker in hun dagelijkse praktijk te maken hebben met mensen die verward gedrag vertonen. Dat kan heel pril zijn, een ‘niet pluis’ gevoel, of al escaleren tot meervoudige problematiek, overlast en een huisuitzetting.

Vaak hebben wijkteams, afhankelijk van de gemeente, verschillende mogelijkheden om aan de slag te gaan met mensen die verward gedrag vertonen. Denk aan intercollegiaal overleg, het inroepen van de hulp van een gedragsdeskundige of ervaringsdeskundige, het bijeenroepen van een multidisciplinair overleg of het aanmelden voor een persoonsgerichte aanpak. Tegelijkertijd zien we dat medewerkers dit moeilijk vinden. Bijvoorbeeld omdat ze de relatie met de inwoner niet op het spel willen zetten. Een andere reden is dat ze in een eerdere casus slechte ervaringen hebben opgedaan met de lokale GGZ aanbieder: ‘Ik krijg mijnheer toch weer terug op mijn bordje dus ik ga het niet proberen’. Ook onwetendheid over wat bijvoorbeeld de huisarts en GGZ wel en niet kunnen doen, speelt een rol. Wanneer iemand zichzelf verwaarloost, wil dat niet zeggen dat dit voldoende reden is om iemand gedwongen op te nemen. Zonder goede uitleg van de GGZ hierover, ontstaat ruis en teleurstelling.


Niet pluis gevoel

Wat is dan dat ‘niet pluis’ gevoel? Dit is altijd een interessant gedeelte van de training. De deelnemers worden doorgezaagd over wat voor hen het niet pluis gevoel is. Over het algemeen denken we te weten wat iemand anders bedoelt met een niet pluis gevoel. Maar hoe beschrijf je een gevoel? Hoe maak je je collega duidelijk waarom je je zorgen maakt?

 

Afbeelding

Wanneer we tijdens de training vragen het niet pluis gevoel zo concreet mogelijk te beschrijven, is vaak de eerste reactie een schouderophalen, gevolgd door: ‘nou gewoon, niet pluis’. Vervolgens blijkt dat er verschillende varianten zijn. Denk aan kippenvel, jeuk, buikpijn, slapeloosheid, ik-wil-hier-weg, ik-wil-hier-blijven of een knagend gevoel. Het ene chaotische huishouden is gezellig, het andere chaotische huishouden geeft buikpijn. Waarom is dat? De deelnemers zijn het erover eens dat dit niet iets is dat je kunt leren op je opleiding. Je kunt wel proberen je gevoel te onderbouwen. En ervaring maakt dat je alerter bent op signalen. Aan de andere kant, te veel ervaring kan ook betekenen dat deze signalen je geen kippenvel meer geven.


En dan?

Een medewerker van het wijkteam heeft aan een huisbezoek een niet pluis gevoel overgehouden. En dan?

  1. Stap 1 is het bespreekbaar maken van het niet pluis gevoel. Allereerst richting jezelf: wat voel ik nou eigenlijk? Waarmee begon het? Waarom zit het me niet lekker? Daarna richting collega’s: herkennen jullie dit? Spreek het gevoel altijd uit. Liever een keer extra gerustgesteld worden door je collega’s dan er zelf mee rond blijven lopen en achteraf denken dat je eerder had kunnen of moeten ingrijpen.
  2. Vervolgens is het goed om het niet pluis gevoel te toetsen. Het kan immers een momentopname zijn geweest. Iedereen heeft recht op goede en slechte dagen. Neem als dat kan een collega mee, vier ogen zien meer dan twee.
  3. Nog een toets: bij de persoon zelf. Spreek uit dat je geen goed gevoel hebt. De ervaringen hiermee lopen uiteen. Soms kaart een medewerker het gelijk aan en dan blijkt dit eigenlijk altijd te leiden tot een goed gesprek. Soms denkt een medewerker alleen maar ‘ik wil hier weg’.
  4. De vierde stap gaat eigenlijk vooraf aan stap 1: zorg dat binnen het wijkteam kennis is over het lokale zorg- en ondersteuningsaanbod. Zijn er in de wijk laagdrempelige inloopmogelijkheden? Wat doet precies de praktijkondersteuner van de huisarts? Wat houdt de Wet verplichte GGZ in?
  5. Tot slot en net zo belangrijk als stap 4: zorg dat het lokale zorg- en ondersteuningsaanbod weet wat het wijkteam wel en niet doet. Het wijkteam is immers niet het afvalputje van de gemeente.

 

De training Pluis – niet pluis is geaccrediteerd bij Registerplein en SKJ. Er wordt altijd gebruik gemaakt van een co-trainer, werkzaam bij een lokale zorgaanbieder. De training kan in overleg met de aanvrager op locatie worden gegeven, geheel online of hybride.

 

Meer lezen over deze training of heb je vragen? Hier vind je meer informatie.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Afbeeldingjb Lorenz

Postbus 30223

3001 DE Rotterdam

010-3040186

www.jblorenz.nl

info@jblorenz.nl

Meer nieuws

Het Online Eerstelijns Congres 2021

Afbeelding


3 en 4 juni én 8 oktober 2021

Dag 1: De eerste lijn op de eerste rang

Dag 2: de eerste lijn en het sociaal domein

Dag 3: Offline netwerkevent op 8 oktober

Lorenz Scan

Met de Lorenz scans worden gevalideerde data en kengetallen op maat ontsloten voor diverse maatschappelijk relevante thema’s. Bekijk hieronder de video met uitleg.


Afbeelding

Wat doen wij?

Whitepapers