of 59162 LinkedIn

Een bestuurder moet vooral geloofwaardig zijn

Wie wordt de beste bestuurder 2018? Duidelijk is dat hij of zij vooral geloofwaardig moet zijn. Sabine van Zuydam promoveerde vorige maand op een onderzoek naar het belang van juist die kwaliteit voor politiek leiders.

Wie wordt de beste bestuurder 2018? Duidelijk is dat hij of zij vooral geloofwaardig moet zijn. Sabine van Zuydam promoveerde vorige maand op een onderzoek naar het belang van juist die kwaliteit voor politiek leiders.

Wie gelooft politici nou op hun woord? Stel de vraag op een gemiddeld feestje en het antwoord luidt ­negen van de tien keer: “ik niet”. Niet zelden gevolgd door kwalificaties als zakkenvullers en baantjesjagers. Maar stel je de vraag meer specifiek, bijvoorbeeld over de geloofwaardigheid van een individuele

politicus, dan pakt de uitslag veel minder negatief uit. Dat ondervond Sabine van Zuydam tot haar verbazing tijdens haar onderzoek naar de geloofwaardigheid van bestuurders, waarop ze medio oktober promoveerde aan de Universiteit Tilburg. Vrijwel iedereen blijkt dan een voldoende te scoren.

 

Bekwaamheid

Door het handmatig analyseren van 64 televisieoptredens, 3.341 krantenartikelen en 34.668 tweets van politiek leiders tijdens de verkiezingscampagne van 2010 en in 2013/2014 gedurende Rutte II, ontdekte ze onder andere dat er in het publieke debat substantieel meer aandacht is voor bekwaamheid dan voor betrouwbaarheid en betrokkenheid. Job Cohen verspeelde in 2010 volgens Van Zuydam zijn als burgemeester van Amsterdam opgebouwde geloofwaardigheid op het onderdeel bekwaamheid. Hij had als lijsttrekker van de PvdA zijn cijfers niet op orde in een van de eerste tv-optredens als PvdA-lijsttrekker bij vragen over wat een halfje wit kostte, hoeveel werklozen Nederland telde en wat de totale hypotheekschuld bedroeg.

Die kritiek kreeg in die periode echter geen voet aan de grond omdat de meeste mensen focusten op Cohens betrouwbaarheid en betrokkenheid. Van Zuydam: ‘Je kunt een tekort op een van die onderdelen wel tijdelijk compenseren, maar je hebt ze alle drie nodig. Het maakt je anders kwetsbaar.’

 

Dynamisch

Geloofwaardigheid, zo benadrukt ze, maakt geen onderdeel uit van iemands persoonlijkheid. ‘Je kunt niet over jezelf zeggen dat je geloofwaardig bent. Het is niet iets wat je bent. Het is een eigenschap die alleen een ander aan iemand kan toekennen. Voor politici geldt dat het oordeel aan de burger en zogeheten peers is. Geloofwaardigheid komt tot stand in de relatie tussen leiders en burgers. Sterker, zonder publiek bestaat geloofwaardigheid niet. Daarbij: het is dynamisch, je moet het keer op keer bewijzen. Hoe geloofwaardig je ook wordt gevonden, door een onhandige actie kun je het van het ene op het andere moment verspelen.’

 

Zure toon

In tegenstelling tot de zure toon die op feestjes vaak de boventoon voert als het over de betrouwbaarheid van politici gaat, bleek uit haar onderzoek dat het best goed gaat met de geloofwaardigheid van individuele politiek leiders. Ze onderzocht dat door op drie momenten een representatieve steekproef te houden. ‘Wanneer je, zoals in deze steekproef, mensen direct, één op één, vraagt wat ze van Mark Rutte, Emile Roemer, Diederik Samsom of Frans Timmermans vinden, dan blijken mensen betrekkelijk positief te zijn. Wie het meest geloofwaardig was? Frans Timmermans als minister en Emile Roemer als fractievoorzitter. Onvoldoendes waren er voor Geert Wilders, Henk Krol en Norbert Klein. Burgers waren het minst positief over de geloofwaardigheid van Stef Blok, de minister van Wonen en Rijksdienst. Op onderdelen scoorden hij en Rutte onvoldoende.’

 

Emoties tonen

De sleutel tot het succes bij optredens  ligt volgens Zuydam op drie terreinen: een politiek leider moet zowel specifiek, consistent en herkenbaar zijn. ‘Wat je geloofwaardig maakt is als je in je optredens iets van je emoties toont, laat zien wat je raakt, waar je kwaad om wordt of juist enthousiast. Wat minister Timmermans van Buitenlandse Zaken eruit deed springen, was zijn kwaliteit om zijn menselijke gezicht te laten zien. Dat maakt hem super herkenbaar’, zegt ze. ‘Burgers kunnen zich makkelijk met hem identificeren.’

 

Slachtoffers

Geloofwaardigheid wordt dus zowel bepaald door de manier waarop over politiek leiders wordt gesproken in het publieke debat in de media, als door het handelen van politiek leiders zelf. Het publieke debat in de media ontwikkelt zich niet onafhankelijk van wat er op het politieke podium gebeurt. Haar conclusie is bepaald niet dat politiek leiders slachtoffers zijn van hoe het publieke debat daar wordt gevoerd. Kranten, of ze een linkse dan wel rechtse signatuur hebben, sabelen in ongeveer dezelfde bewoordingen onhandig opererende politici neer of hemelen ze op. ‘Ze geven door hun manier van optreden zelf de aanleiding voor hoe er over hen wordt gesproken in het publieke debat’, verduidelijkt Van Zuydam nog maar eens.

 

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 21 van deze week

Verstuur dit artikel naar Google+