of 59345 LinkedIn

Open overheidsdata: ruwe grondstof, geen oplospoeder

Pim Boers en Simone Kramer 1 reactie

De potentie van open overheidsdata kan alleen worden gerealiseerd als de overheid er voldoende toelichting bij geeft en goed luistert naar de data-tovenaars die de gegevens omzetten in een aantrekkelijk massaproduct.

Op zijn allereerste werkdag in het najaar van 2009 kondigde de Amerikaanse president Obama een ambitieus programma aan voor ‘transparency’ en ‘open government’. Een nieuwe, ongekende mate van openheid zou de Amerikaanse democratie versterken en de efficiëntie en effectiviteit van de overheid bevorderen. Ook David Cameron startte na zijn aantreden een grootschalig transparantie-initiatief vanuit de Britse overheid. Net als in de VS spelen open data daarbij een sleutelrol. In de meest gangbare definitie zijn open data vrij toegankelijke gegevens, die zonder juridische restricties te gebruiken zijn en worden aangeboden in een makkelijk bewerkbaar computerbestand. Burgers kunnen in open overheidsdata antwoord krijgen op hun vragen: Waar geeft mijn gemeente precies geld aan uit? Hoe is dit specifieke besluit tot stand gekomen? Welke resultaten heeft dit ministerie geboekt?

Ook in Nederland zijn open data hot. Zo stelt de Raad voor het Openbaar Bestuur in het net verschenen rapport 'Gij zult openbaar maken' dat niet-openbaarheid een uitzondering moet zijn. ‘Believers’ kijken naar de berg gegevens waarop de overheid zit en zien gouden mogelijkheden. Als de overheid haar data zonder restricties voor iedereen toegankelijk maakt, zullen er als vanzelf mooie dingen gebeuren, zo is hun overtuiging. Deze gedachte is aantrekkelijk, maar ook te kort door de bocht. We leven immers in een tijd van apps, bedoeld om ons te bedienen met de kortste route naar informatie en entertainment. Open data zijn om die reden voor de meeste mensen niet interessant. Als ik wil weten hoe warm het is in Den Haag, wil ik niet een eindeloze lijst met gegevens van weerstations doorlopen, maar gewoon in een paar kliks of swipes de temperatuur zien op de plek waar ik sta. Het idee dat het aanbieden van open data automatisch de afstand tussen burger en overheid verkleint is dus een misvatting. Dit kan pas als ondernemers, journalisten of de overheid zelf erin slagen om de open data om te zetten in een laagdrempelige en gebruiksvriendelijke toepassing.

Open data zijn dus ruwe grondstoffen, die in de juiste handen kunnen worden omgezet in een aantrekkelijk massaproduct. Slimme ondernemers kunnen in de onbewerkte gegevens kansen voor nieuwe diensten zien, data-journalisten de contouren van een mooi verhaal. Zo vormen radarbeelden van het KNMI de basis voor de populaire Buienradar en openbare gegevens van scholen en ziekenhuizen voor ranglijstjes en kwaliteitsvergelijkende sites. Voor een succesvolle omzetting van de data is het essentieel dat de betekenis hiervan duidelijk is: waar kijk ik precies naar en wat is de relatie tussen de verschillende gegevens? Zonder een dergelijke  toelichting kan de potentie van de data niet volledig worden benut en bestaat zelfs de kans op verkeerde interpretaties en onjuiste toepassingen. Open data aanbieden moet dus meer zijn dan data beschikbaar maken in een bewerkbaar bestand. De overheid moet ‘data-tovenaars’ helpen door context te bieden, door bij de data een toelichting te leveren over waar de data over gaan en hoe ze verzameld zijn. Dat werkt het best als de gebruikers van de data bij de overheid terecht kunnen voor vragen en opmerkingen. Vervolgens kan de overheid deze verwerken in de toelichting bij de data, zodat iedereen daarvan kan profiteren.

Als de overheid dus echt werk wil maken van open data, zal ze met geïnteresseerde burgers, ondernemers, journalisten en wetenschappers de dialoog moeten aangaan om ze optimaal te kunnen bedienen. De huidige overheidssystemen die de open data genereren, zijn meestal niet ontwikkeld met dat doel. Zo kun je op officielebekendmakingen.nl alle kamerstukken vinden, maar mist bijvoorbeeld de functionaliteit om op datum van debat te zoeken of de mogelijkheid om bij een motie te kunnen doorklikken naar de stemmingsuitslag. Het aangaan van een open data-dialoog met de samenleving houdt dus in dat de overheid zich bereid moet tonen om de manier van aanbieden te veranderen als dat nodig is. De parlementaire data die de Tweede Kamer sinds kort beschikbaar maakt via haar interne systeem Parlis is een mooie testcase.

Kort samengevat: bedrijven, journalisten en wetenschappers moeten de kans krijgen om open overheidsdata om te zetten in informatie of producten voor de ‘gewone’ burger’. Hiervoor moet de overheid de aangeboden data goed toelichten en openstaan voor een echte dialoog.

Pim Boers houdt zich binnen de Algemene Rekenkamer bezig met open data. Simone Kramer is werkzaam bij de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM). Dit stuk is geschreven op persoonlijke titel.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan van Til (civil information engineer) op
Wie de (internationale) informatiemaatschappij een warm kloppend hart toedraagt, praat maar liever niet over "overheidsdata", maar - veel algemener - over "data". Daar komen we als maatschappij al snel veel verder mee: "overheidsdata" is immers slechts een kleine subset van "data".
Een ander misverstand inherent aan het gebruik van de term "overheidsdata" is dat die term gemakkelijk suggereert dat het om data-van-de-overheid gaat. Dat is natuurlijk onzin; de overheid is veel gevallen slechts de houder van die data - en dat is iets geheel ànders. En - zoals we weten: het is de eigenaar die bepaalt; niet de houder! Toch?

Scherp gezien van de auteurs is dat "data aanbieden dus meer [moet] zijn dan data beschikbaar maken in een bewerkbaar bestand. De overheid [een willekeurige data-leverancier] moet [...] helpen door context te bieden, door bij de data een toelichting te leveren over waar de data over gaan en hoe ze verzameld zijn." Uit m'n hart gegrepen: data zonder context komt nooit tot bedoelde betekenis!

"Als de overheid [een willekeurige data-leverancier] dus echt werk wil maken van [het publiceren van] data, zal ze met geïnteresseerde [data-bewerkers en data-consumenten] de dialoog moeten aangaan om ze optimaal te kunnen bedienen." Context moet expliciet worden gemaakt! Nee, klopt, "[d]e huidige overheidssystemen die [ruwe] data genereren, zijn meestal niet ontwikkeld met dat doel": in die systemen blijft de context doorgaans impliciet. Wellicht (?) is dat voldoende helder voor in-siders, maar het is beslist ontoereikend voor out-siders!

"Kort samengevat: [iedere persoon moet] de kans krijgen om [...] data om te zetten in informatie of producten voor [iedere persoon]. Hiervoor moet [iedere persoon] de aangeboden data goed toelichten en openstaan voor een echte dialoog." Dat behoort in moderne informatiemaatschappij 'gewoon' wettelijk te worden geregeld. Punt.