of 62812 LinkedIn

Gemeenten moeten op zoek naar digitaal veranderbesef

Dimitri Palmen Reageer

De zorgen over digitalisering bij de lokale overheid stapelen zich op. Na jaren van investeren en bouwen blijkt slechts een beperkt aantal gemeenten te voldoen aan het verwachtingspatroon van de burger als het gaat om digitale dienstverlening. Wat gemeenten nu te doen staat, is de struisvogelpolitiek loslaten en erkennen dat de urgentie en de noodzaak er zijn om te veranderen. Veranderbesef moet leiden tot veranderbereidheid.

In 2020 maakte 86 procent van de Nederlandse bevolking van 16 tot 75 jaar minstens één keer per jaar gebruik van overheidswebsites. Een jaar eerder was dat nog 81 procent. We weten ‘de overheid’ dus online steeds beter te vinden, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Nederland behoort tot de kopgroep van EU-landen met het grootste aandeel inwoners dat de digitale overheid gebruikt. Dit deel van de digitale transformatie lijkt geslaagd, maar het zegt weinig over het niveau van digitale dienstverlening dat overheidsinstanties bereiken. Uit het ‘Het Digitale OverheidsOnderzoek: Gemeente 2030’ van BCT blijkt namelijk dat gemeenten nog een eind verwijderd zijn van het type dienstverlening dat we kennen van de bekende e-commerce platforms.

 

Gemeenten zijn dan wel geen commerciële instelling, maar moeten toch over een hoge mate van flexibiliteit en wendbaarheid beschikken. Bijvoorbeeld om in te kunnen springen om ouders die slachtoffer zijn geworden van de kinderopvangtoeslagaffaire te helpen. De vraag is: achten gemeenten zichzelf in staat snel en daadkrachtig in te spelen op nieuwe ontwikkelingen? In hoeverre voldoen zij aan het niveau van digitale dienstverlening dat burgers en bedrijven verwachten? En hoe staat het met digitale weerbaarheid nu we meer digitaal verbonden zijn dan ooit? Slechts 30 procent van de ondervraagde managers bij gemeenten geeft aan dienstverlening te bieden op een niveau dat past bij de digitale economie. Dit ondanks wetgeving en talloze stimuleringsprogramma’s. De grootste uitdaging zit in het feit dat gemeenten te weinig de noodzaak voelen om dienstverlening verder te digitaliseren en slimmer in te richten. Een echte zakelijke drijfveer om te innoveren ontbreekt.

 

Daar komt nog bij dat er een tekort aan kennis is om nieuwe technologieën te implementeren en dat gemeenten moeite hebben om hun medewerkers mee te krijgen in deze ontwikkelingen. Het kennisniveau als het gaat om ICT, waar de meeste veranderingen vandaan komen, blijft achter bij de technologische ontwikkelingen. Dit gebrek aan kennis heeft er onder andere toe geleid dat gemeenten steken hebben laten vallen toen zij door de COVID-19 maatregelen gedwongen werden processen verder te digitaliseren. Het onderzoek toont aan dat 62 procent voorafgaand aan de COVID-19 crisis niet klaar was voor volledig digitaal werken. 18 procent onderschrijft de stelling dat minstens één keer de privacy van burgers in het geding is gekomen vanwege onzorgvuldig digitaal handelen. Dit getuigt van digitale onvolwassenheid; veel gemeenten faciliteren hun medewerkers niet goed en werken met een infrastructuur die snel en toch veilig handelen in de weg staat.

 

Een gevolg van COVID-19 is tevens dat omvangrijke IT-innovaties op de lange baan zijn geschoven. Denk onder andere aan het trainen en begeleiden van medewerkers om de adoptie van nieuwe technologie te versoepelen. Ook gegevensuitwisseling in de keten wordt genoemd als een project dat wordt uitgesteld. Beide initiatieven zijn echter essentieel, juist nu de nieuwe Omgevingswet met het Digitaal Stelsel Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt. En recent is ook de Wet Open Overheid door de Tweede Kamer aangenomen. Het zijn ontwikkelingen die een sterke digitale gemeente vereisen. Laat dit momentum niet voorbijgaan.

 

Dimitri Palmen is directeur van dienstverlener BCT

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.