of 61441 LinkedIn

Digitale overheid nog niet klaar voor gemeenten

August Hans den Boef en Rinke Smedinga Reageer

De bankencrisis ontstond doordat bestuurders geen zicht meer hadden op wat er in de banken gebeurde. Precies dit is nu aan de orde met de digitalisering van overheidstaken. Wij voorspellen dat de digitalisering burgers en bedrijven in de problemen zal brengen, wethouders zal doen opstappen, grondrechten op scherp zal zetten en omvangrijke budgetoverschrijdingen zal veroorzaken. Een oproep aan de politiek om de adviezen waarom ze vroeg ook uit te voeren.


Systeempjesjungle
De overheid bestaat uit circa 1200 verschillende organisaties. Zij werken digitaal, maar met een jungle aan systeempjes. Al deze organisaties hebben voor de uitvoering van hun taken elkaars gegevens nodig: persoonsgegevens, informatie over lonen, uitkeringen, gebouwen, bedrijven, voertuigen. Dat geldt ook voor de semi-overheid: onderwijs- en zorginstellingen en woningbouwcorporaties. Voor een soepele informatie-uitwisseling tussen de verschillende overheden zijn standaarden nodig. De dienstverlening functioneert immers veel goedkoper en beter als de inmiddels digitale informatie gebruikt kan worden door alle overheden, zelfs door derden. Maar dat is de overheid nog niet gelukt. 
Om de hele keten efficiënter te maken, moet de overheid de regie stevig in handen hebben. Maar vanwege het gebrek aan regie bakkeleien overheidsorganisaties al jaren met elkaar en met hun leveranciers over hoe het moet en wie wat moet betalen. Het hele proces van digitalisering lijkt pijnlijk zichtbaar te maken dat de overheid wel bestaat als abstract idee, maar niet leidend is in het handelen van de organisaties waaruit ze bestaat.
 

Digitaliseringsmachine hapert
Menig rapport en onderzoek heeft dat inmiddels bevestigd. In juli 2012 is een parlementair onderzoek begonnen naar ICT-projecten van de overheid, door de Tijdelijke commissie ICT onder leiding van Ton Elias. Minister Plasterk schreef in oktober een openhartige brief aan de Tweede Kamer waarin hij aangaf te hebben overwogen om de modernisering van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), stop te zetten. In 2001 stelde een commissie onder voorzitterschap van Arthur Docters van Leeuwen vast dat we niet de huidige, problematische bureaucratie en wetgeving moesten digitaliseren (verkokerd, verticaal), maar proces- en ketengericht moesten opereren (horizontaal). De voorgestelde Proceswet interbestuurlijke samenwerking is er helaas nooit gekomen. In het rapport Het uur van de waarheid (2007) benadrukken Jan Postma en Jacques Wallage dat zowel op het politieke als op het ambtelijke niveau het gevoel van urgentie ontbreekt. Ze pleitten voor een nationaal urgentieprogramma dat samengesteld en gerealiseerd moest worden door een ministeriële commissie onder leiding van de premier of vice-premier. Die laatste aanbeveling is niet overgenomen door het kabinet-Balkende IV.
Dat de overheid haar regierol op ICT niet kan waarmaken, is in 2010 nog eens ondubbelzinnig vastgesteld toen Docters van Leeuwen een Gateway Review verrichte naar het Nationaal Uitvoeringsprogramma eOverheid. Hij deelde de alarmerende code rood uit: te complex, te gericht op techniek en een gebrek aan visie. De gevraagde fundamentele verbetering van de visie en aanpak zijn grotendeels uitgebleven. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de Starting Gate Review van Informatisering Decentralisatie (naar gemeenten) in september vorig jaar een oranjerood advies uitbracht.

Ambitieuze digitalisering of pragmatische decentralisatie?
De decentralisatie wordt de lakmoesproef voor de digitale overheid. Niet alleen zijn er door de decentralisatie nieuwe taken op het bordje van de gemeenten beland, maar ook een explosieve Haagse ICT-erfenis. Geen gemeentebestuur zal er een fles lokale kruidenbitter om durven te verwedden dat de informatievoorziening over anderhalf jaar gereed is voor de transitie. In het slechtste geval kunnen gemeenten straks hun ICT-activiteiten niet meer overzien, niet meer aansturen en evenmin betalen. De burger gaat dat merken in meer bezuinigingen of belastingen en in fouten door besluitvorming op basis van onvolledige of onjuiste informatie. Wethouders moeten zich verantwoorden voor fouten, ook als die ontstaan door gebrekkige ICT. Dan zullen colleges van B&W proberen om ICT-problemen op te lossen met andere gemeenten, die in hetzelfde schuitje zitten. Intergemeentelijke samenwerking echter, zet de raad meestal buitenspel.
Burgemeesters zijn verantwoordelijk voor de persoonsgegevens van hun burgers, maar op het landelijke systeem waarin die zijn opgeslagen, hebben ze geen invloed. Dat is niet meer uit te leggen. Slechts elf procent van de burgers heeft volgens de Nationale ombudsman vertrouwen in de manier waarop de overheid omgaat met hun gegevens.

Waarom zijn die digitaliseringsperikelen nu zo erg? De overheid is nu duurder dan nodig en haar dienstverlening zou veel beter kunnen. Maar een derde reden baart nog de grootste zorg, en dat is dat de overheid kwetsbaar is geworden door de sterke afhankelijkheid van de bedrijven aan wie ze de automatisering heeft uitbesteed. Wanneer die bedrijven elkaar vinden in een gezamenlijke strategie, of worden overgenomen door enkele grote spelers in de sector, dan kan het gaan als bij de banken. Want als die bedrijven instorten, kan de overheid niet meer functioneren. Op die manier kunnen de ICT-bedrijven aan overheden voor hun diensten vragen wat ze willen.

Remedie? Regie!
De overheid zal de regie op haar digitale informatievoorziening weer in handen moeten krijgen. De oplossing zit niet bij de leveranciers, want die hebben andere belangen. En ook niet bij de ambtenaren, want die ontwikkelen geen fundamenteel nieuw beleid. De oplossing moet uit de politiek komen. Dat is des te urgenter nu gemeenten veel meer autonomie hebben gekregen. Een wethouder van de Partij Gemeentebelang die straks moet besluiten over het aanpassen van tientallen applicaties om te voldoen aan een landelijke standaard, heeft dan wel wat uit te leggen. Want als die aanpassing de gemeente veel geld kost en niet direct iets oplevert, zal zo’n besluit geheid met vertraging of gedeeltelijk, dan wel helemaal niet genomen worden. Regie voeren eist onder deze omstandigheden ook eenheid in beleid op landelijk en lokaal niveau. Dat is nieuw. En cruciaal.
Voor de politici is er goed nieuws. Het advies is al geformuleerd. Het Nationale Urgentieprogramma. Waarom krijgt dat door Wallage aanbevolen programma geen herkansing, inclusief het voorzitterschap van de (vice-)minister-president? En de adviezen van Docters van Leeuwen (de Adviescommissie ICT en Overheid) zouden het perfecte kader vormen voor het stoppen van de sluipende crisis. En de noodzakelijke basis leggen voor een gezonde samenwerking tussen overheid en burgers.

August Hans den Boef is essayist en publicist en werkte tot 2011-2012 als senior docent-onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.

Rinke Smedinga is bibliothecaris en adviseert de overheid ruim 20 jaar over ICT en communicatie. Hij werkte onder meer voor ICTU, Logius, VNG/KING, BZK, gemeenten en grote advies- en ICT-bedrijven. 


Dit is een sterk verkorte versie van het oorspronkelijke verhaal, dat hier is terug te vinden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.