of 59345 LinkedIn

De overheid mist de virtuele boot

3 reacties

Sociale media bieden de mogelijkheid om online in gesprek te gaan. En een mondiger wordende burger verlangt online naar het gesprek met de overheid. De overheid start daarom steeds meer (top down) elektronische participatie-initiatieven. Maar zij is nog weinig actief op het bottom up alternatief; online platformen die doelgroepen van de overheid zelf starten en waarin maatschappelijke of politieke discussies centraal staan.

 

Binnen de huidige, gesloten overheid is weinig ruimte voor innovatie. Zo heeft de overheid geen beleid om dit soort platformen passief of actief te betrekken in beleidsvorming (passief door alleen te luisteren of actief door werkelijke participatie). Vaak wordt gezegd dat burgers helemaal niet willen meedenken over beleid. Dit is in zekere mate waar. Er is maar een kleine groep die werkelijk online participeert. Er is echter wel een toename aan ‘politieke’ discussies (CBS) en een grote meerderheid van de burgers (72%) wil wel degelijk meer betrokken worden bij de vorming van beleid (21minuten.nl). Ze zoeken elkaar daarnaast bij voorkeur op via online gemeenschappen die zij zelf starten.

 


De kracht van online bottom-up initiatieven is dat de participanten bewust de keuze maken om mee te praten op dat specifieke platform, wanneer hen dat uitkomt. Vanuit dit perspectief laat de overheid kansen onbenut voor de vorming van beter beleid en met name de acceptatie daarvan. De burger discussieert immers al flink op bestaande platforms, maar de overheid sluit hier niet bij aan.De commerciële wereld experimenteert al met uiteenlopende vormen van e-participatie. Actief online op zoek naar klanten, signaleren van problemen en proberen die op te lossen. Ook voor de overheid is het mogelijk om actieve e-participatie te benutten als input voor beleid. Daarnaast kan ze staand en komend beleid toetsen en zo werken aan een positiever imago. Een overheid die ‘echt luistert’ en actie onderneemt.
Neem het voorbeeld van BON (Beter Onderwijs Nederland), een online platform waar actuele onderwerpen aangaande diverse vormen van onderwijs worden besproken. Leraren, ouders en zelfs leerlingen zijn hierop te vinden. Daarnaast wordt er over zowel inhoudelijk onderwijs als over beleid gesproken: de perfecte groep voor toetsing en vorming van beter beleid. Dit gebeurt in kleine groepen offline, maar nog niet online. Een gemiste kans. De overheid is hierop niet zichtbaar, terwijl zij een essentiële speler is op dit onderwerp.

 

Uit recent onderzoek van ANP blijkt dat gemeenten sociale media nog zeer beperkt inzetten bij de gemeenteraadsverkiezingcampagne. Deze terughoudendheid, zeker op momenten die essentieel zijn in het contact met de burger, is sprekend voor de manier waarop overheden omgaan met online potentieel. Een belemmering daarin is voornamelijk de starre en hiërarchische interne structuur van de overheid die nog niet geschikt is gebleken voor (bottom-up) e-participatie. De ambtenaar moet deze structuur doorbreken. Hij is de contactpersoon tussen de overheid en haar doelgroepen en kan hierdoor een essentiële rol voor e-participatie vervullen.
Deze nieuw manier van werken vraagt om een ‘nieuw ambtenaar’ ook wel de Ambtenaar 2.0 genoemd. Belangrijke kenmerken, oftewel het DNA, van De Nieuwe Ambtenaar zijn: innoverend, flexibel, transparant en welwillend. Een nieuwe manier van communiceren is bij e-participatie essentieel. Daarbij horen ook nieuwe technologische competenties voor ambtenaren.

 

Het klinkt misschien simpel, maar de uitvoering bij de overheid is nog niet zo simpel gebleken. Online communicatie moet een belangrijker onderdeel van het werk van de ambtenaar worden. Dit vraagt een aantal zaken van de ambtenaar, zoals een investering van tijd, online luisteren en zelfs de dialoog aangaan. Ze kunnen valsheden of ongefundeerde uitlatingen aankaarten en beargumenteren of verwijzen naar de juiste informatie. Daarnaast is vanuit de overheid een duidelijk mandaat en goede regels noodzakelijk. Goede begeleiding en stimulering vanuit de overheid is hierbij van groot belang.
Dit vraagt van de overheid: meer horizontale structuren, faciliteren en bewerkstelligen van transparantie, en een betere online ondersteuning van ambtenaren. Ambtenaren kunnen, naast aan te dringen op deze veranderingen, het heft in eigen hand nemen en actief aan de slag gaan. Ga naar buiten! En nog belangrijker; omarm de dynamische omgeving van het internet en zet deze in voor een werkelijke bijdrage aan beter beleid.

 

Janine Bake is organisatie- & innovatieadviseur bij Alares en onder andere actief op het onderwerp e-participatie bij overheden. Zij deed voor haar masterstudie Nieuwe Media & Digitale Cultuur aan Universiteit Utrecht onderzoek naar e-participatie en is afgestudeerd bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Lees hier haar masterthesis: ‘Online initiatieven vanuit de samenleving, de gemiste kans voor overheden voor de vorming van beter beleid’  

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ambtenaar op
Zolang na elke verkiezing een bezuinigingsronde volgt, die vooral op de ondersteunende diensten neerslaat, zal dit soort uitvoerend werk niet van de grond komen.

Beleidsmedewerkers (om wie het hier immers gaat) hebben simeplweg geen tijd om zich hier ook maar in te verdiepen.
Door Harro op
Goed stuk, alleen een beetje jammer van die eeuwige framing van de overheid die "altijd achter de feiten aanloopt".
Dat doet geen recht aan het goede werk van velen bij de overheid.
En dat de overheid niet gelijk op zou lopen met de commerciële wereld.... dat geloof ik niet.
Zeker wanneer ik zie dat bv. Rijkswaterstaat eerder was met "twitter-care" dan een bedrijf als Tele2. Los van de success-stories van UPC c.s. denk ik dat er nog veel meer voorbeelden van bedrijven zijn die niet luisteren of online reageren op klanten.

Ik ben overigens wel benieuwd hoe het Centrum voor Publieksparticipatie in deze discussie staat. Jammer dat ze in het stuk niet genoemd worden.
Door Matt Poelmans (directeur Burgerlink) op
Schrijfster wijst er terecht op dat eParticipatie grote kansen biedt voor de overheid, en betoogt dat initiatieven van onderop meer kans van slagen hebben dan van bovenaf. Jammergenoeg beperkt tot zij zich tot “eParticipatie ten behoeve van betere beleidsvorming”. De eParticipatie Monitor van Burgerlink (de opvolger van Burger @ Overheid) hanteert een bredere definitie: het inschakelen van burgers bij verbetering van publieke dienstverlening, openbaar bestuur en sociale samenhang.

Dat is om twee redenen van belang. Wil eParticipatie de beloftes waarmaken, dan moeten ten eerste meer mensen, en bij voorkeur anderen dan de “usual suspects” meedoen. Die zijn met nieuwe middelen niet zonder meer geïnteresseerd in oude zaken. Dienstverlening en burgerschap liggen letterlijk dichter bij huis en kunnen meer mensen aantrekken. Ten tweede zijn gemotiveerde ambtenaren 2.0 inderdaad voorwaarde voor verandering, maar dat is niet voldoende. Het politiek- bestuurlijk stelsel moet fundamentele veranderingen ondergaan. Alleen dan ontstaat er werkwijzen met ruimte voor beïnvloeding van buitenaf en van onderop.

Om die reden richt Burgerlink zich op het vereenvoudigen en standaardiseren van kansrijke initiatieven en het omzetten daarvan in operationele participatiediensten die aansluiten bij de werkwijzen van de overheid of deze aanpassen. Zie bijvoorbeeld de vernieuwde websites www.petities.nl en www.watstemtmijnraad.nl

eParticipatie staat nog in de kinderschoenen maar gelukkig gebeurt er het nodige. Zie voor een actueel overzicht de Burgerlink eParticipatie Monitor en de brochure op www.burgerlink.nl