of 59162 LinkedIn

Inzage: dwangsom en misbruik

Het stof is neergedaald en de paniek is weg. Een paar maanden na invoering van de AVG merk ik dat het iets rustiger is geworden rondom privacy. De AP is al wel diverse keren in actie gekomen.

Zo heeft de AP controles uitgevoerd, een aantal dwangsommen opgelegd en een dwangsom ingevorderd bij een bank, die niet voldeed aan een inzageverzoek. Vooral die laatste zaak is interessant en – hoewel onder de oude Wet bescherming persoonsgegevens opgelegd – nog steeds relevant.

 

De AP had de bank twee maanden de tijd gegeven om gehoor te geven aan het inzageverzoek van de klant, maar kennelijk voldeed de bank hier niet aan. De bank wilde niet aan het inzageverzoek voldoen, omdat zij zich op het standpunt stelde dat degene die het verzoek tot inzage deed, misbruik maakte van dat recht. Voorafgaand aan het onderzoek door de AP was al een procedure gevoerd bij de Rechtbank in Den Haag. De rechtbank had de bank gelijk gegeven en stelde dat verzoeker het inzageverzoek had gedaan om bewijsstukken in handen te krijgen die hij wilde gebruiken in een bodemprocedure tegen de bank.

 

De rechtbank oordeelde dat verzoeker daarmee misbruik maakte van zijn recht op inzage. Wel opmerkelijk, want jaren geleden is al in de Dexia-zaken uitgemaakt dat het enkele feit dat het inzageverzoek tevens een ander doel kan dienen, geen reden is om misbruik aan te nemen. Je hoeft als betrokkene (verzoeker) dus geen reden op te geven voor een inzageverzoek. En ook al doet betrokkene een inzageverzoek op het eerste oog met een ander doel, dan nog mag je inzageverzoek niet zomaar weigeren.

 

De AP heeft na de uitspraak van de rechter de klacht van verzoeker zelfstandig onderzocht en komt dus tot een ander oordeel dan de rechtbank. Van de AP moet de bank betrokkene inzage geven in zijn persoonsgegevens. Dat heeft de bank dus niet gedaan, reden waarom de AP de dwangsom heeft ingevorderd. Deze casus benadrukt overigens de onafhankelijkheid en autoriteit van de AP. In sommige zeer casuïstische uitzonderingsgevallen kan wel sprake zijn van misbruik van het recht op inzage. Op 8 oktober 2018 heeft de rechtbank Midden-Nederland een uitspraak gedaan waarbij de rechtbank overwoog dat ‘het eiser louter gaat om het grootschalig in den lande incasseren van geldsommen ten laste van de overheid’.

 

De rechtbank oordeelde dat eiser de bevoegdheid om een Wbp-verzoek in te dienen voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegevens heeft gebruikt en daarmee blijkt geeft van kwade trouw. Deze overweging lijkt in lijn met de Wob-jurisprudentie, maar zijn sterk casusafhankelijk en je moet echt een sterke zaak hebben. De zaken waarin misbruik is aangenomen zijn nog op één hand te tellen. Bovendien is er een belangrijk verschil tussen inzage doen bij een bestuursorgaan of bij een bedrijf. Door de schakelbepaling in de Uitvoeringswet AVG is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing bij een inzageverzoek bij een bestuursorgaan en kan dus een dwangsom worden gevorderd als het bestuursorgaan niet (tijdig) beslist. Dat lijkt in sommige gevallen dus een motivatie om inzageverzoeken te doen. Ben benieuwd hoe de jurisprudentie zich op dit vlak verder zal ontwikkelen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.