of 59274 LinkedIn

'Overheid moet leren denken in digitale informatiestromen'

Het wordt tijd dat de overheid beseft dat ze een ‘iOverheid’ is geworden. Dat constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het deze week gepresenteerde rapport iOverheid. Een aantal nieuwe instituties moet dat besef aanzwengelen.

De overheid digitaliseert steeds meer, maar blijft denken in termen van techniek. Zonder het door te hebben is de overheid een ‘iOverheid’ geworden, die steeds meer gegevens over burgers genereert, opslaat, ‘vernetwerkt’ en combineert. Uit het WRR-rapport blijkt dat het broodnodige debat over de gevaren daarvan niet gevoerd wordt of zelfs wordt omzeild. De discussie gaat alleen over veiligheid (ov-chipkaart) of financiële debacles (grote ICT-projecten), de systeemverantwoordelijkheid is nergens ondergebracht. Tijd dus voor een paar nieuwe instituties, stelt de WRR voor: een commissie voor de iOverheid voor het overzicht, een iPlatform dat de transparantie vergroot en een iAutoriteit die problemen daadkrachtig kan aanpakken.

 

‘We willen niet méér commissies’, verzekert auteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg en WRR-lid, om maar meteen de kritiek voor te zijn. ‘Dat iPlatform is bedoeld om al die losse clubjes die zich ermee bezig houden nou eens bij elkaar te krijgen. Het gaat om hun functies, niet om de naambordjes.’

 

De digitaal vernetwerkte overheid leidt tot problemen en gevaren die menigeen niet ziet, concludeert Prins uit de forse WRR-studie. ‘Hoe meer je de informatie vernetwerkt, en hoe abstracter en hoe verder weg die informatie van zijn oorspronkelijke context raakt, hoe kwetsbaarder je als burger wordt.’

 

De ‘bewijspositie’ van de burger verandert bijvoorbeeld en daarmee ook bij wie de bewijslast ligt. ‘Het is nu aan jou om aan te tonen waarom de vooringevulde aangifte van de Belastingdienst niet klopt. Maar de Belastingdienst haalt die gegevens overal en nergens vandaan.’

 

Risicokleurtjes

 

Ook medeauteur Dennis Broeders van de WRR ziet vaak te veel vertrouwen in de techniek. ‘Die computer geeft door wat je erin stopt, maar de informatie migreert van context naar context en dat is precies ons punt. Het probleem zit hem uiteindelijk in de interpretatie van de gegevens.’

 

Prins heeft genoeg voorbeelden waar het mis kan gaan met alle digitale informatiestromen die in omloop zijn. Denk bijvoorbeeld aan online netwerkdiensten als Facebook en Hyves. Mensen kunnen soms bij sollicitaties in verlegenheid worden gebracht door hun eigen profiel en persoonlijke informatie die ze op hun pagina hebben geschreven.

 

Feitelijk gebeurt exact hetzelfde bij de overheid, stelt Prins. Kinderen uit bijvoorbeeld probleemgezinnen, die onder toezicht staan van jeugdzorg of in aanraking zijn geweest met de politie, staan in allerlei systemen, die hen categoriseren en classificeren. Na verloop van tijd kan dat een probleem opleveren. ‘De Belastingdienst werkt ook met profielen. Op een gegeven moment kan je er tegenaan lopen dat je zelf allang uit de problemen bent, maar dat de overheid je nog wel steeds typeert als probleemgeval X, Y of Z.’

 

Burgers die daardoor bepaalde diensten niet meer krijgen of onterecht op een onaangename manier door de overheid worden behandeld, kunnen bij verschillende instanties terecht, zegt Prins. ‘Maar je kunt niet bij één instantie terecht voor de hele iOverheid, alleen bij allerlei losse organisaties, dus je bent eindeloos bezig.’

 

Onderlinge linkjes

 

Het is nu echt aan de politiek om het informatiebesef te verankeren, vinden Prins en Broeders. De financiële debacles en de problemen met de beveiliging van de ov-chipkaart zijn gepolitiseerd, zegt Broeders, terwijl weinig wordt gesproken over die informatiestromen tussen verschillende systemen. ‘Op welk punt wil je dat laten stoppen? Je kunt toch voorzien dat bij nieuwe wetgeving over het Elektronisch Patiëntendossier, het Elektronisch Kinddossier of de Verwijsindex Risicojongeren op een gegeven moment iemand zijn vinger opsteekt en zegt dat het wel handig zou zijn wat extra onderlinge linkjes te maken?’

 

Function creep, het gebruik van systemen waarvoor ze oorspronkelijk niet bedoeld zijn, is ook een kenmerk van de iOverheid. Zo wordt het automatische nummerbordherkenningssysteem (ANPR) in bepaalde regio’s voor een groeiend aantal opsporingstaken ingezet. Prins: ‘We zeggen niet op voorhand dat dat niet mag; het is ook innovatie. Alleen moet het wel tijdig politiek bediscussieerbaar zijn. We hebben gemerkt dat veel ambtenaren ook met die problematiek worstelen.’

 

Een discussie over het ‘Huis van Thorbecke’, met zijn vastgelegde schotten en gescheiden verantwoordelijkheden, gaat Prins en Broeders eigenlijk te ver. Prins: ‘Die discussie duurt ook te lang. Onze boodschap is urgenter. Er kan gewoon niet gewacht worden. Groeiende identiteitsfraude pak je op korte termijn niet aan met een discussie over Thorbecke.’

 

Veel belangrijker vinden ze het om de beslissers bij de overheid snel bewust te maken te maken van het besef dat ze een iOverheid is en de voorgestelde overkoepelende instituties als iAutoriteit en iPlatform, onder te brengen bij bijvoorbeeld het College Bescherming Persoonsgegevens of de Nationale ombudsman. ‘Maar dan verschuiven wel hun taken. Het CBP moet nu primair vanuit een wet redeneren die alleen maar bepaalde aspecten van digitalisering en informatieverknoping bestrijkt. De Nationale ombudsman is er alleen voor overheidskwesties. Maar die informatiestromen trekken zich helemaal niets meer aan van de grenzen tussen publiek, semi-publiek en privaat.’

 

Zie voor het rapport: www.binnenlandsbestuur.nl/ioverheid 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.