of 62284 LinkedIn

Datacenters: omstreden en onmisbaar

@ www.hollandfoto.net / Shutterstock.com
@ www.hollandfoto.net / Shutterstock.com

De impact van datacenters is groot. Op de technologische mogelijkheden, maar ook op milieu en landschap. Amsterdam en Haarlemmermeer staan onder voorwaarden de bouw weer toe. Binnenlands Bestuur kreeg een virtuele rondleiding in een datacenter.

Het lijkt een fata morgana. Mensen die over de ringweg langs Amsterdam-­Oost rijden, zien donkere, verticale strepen met daartussen iets wat op lucht lijkt. Het zijn aluminium spiegels, gemonteerd op een datacenter van Equinix, en ze weerspiegelen 100 procent van het natuurlijke licht.

 

‘In de reflectie kun je een donkere onweerswolk zien aankomen’, zegt Michiel Eielts, managing director van Equinix Benelux dat eigenaar is van het datacenter. Een onweerswolk, naderend onheil, het zou haast te lomp zijn om dit beeld te gebruiken als metafoor voor de bouwstop voor datacenters die Amsterdam en de Haarlemmermeer vorig jaar instelden, maar het is wel wat de sector heeft beziggehouden.

 

Frustratie

‘Datacenters zijn onmisbare voorzieningen geworden voor vrijwel alle inwoners, bedrijven en instellingen, maar ze nemen ook veel ruimte in en leggen vanwege het hoge energieverbruik een groot beslag op het elektriciteitsnet.’ Dat schreven Amsterdam en buurgemeente Haarlemmermeer in juli 2019.  ‘Op dit moment hebben ­gemeenten nauwelijks instrumenten tot hun beschikking om te sturen op waar de datacenters komen, of aan welke eisen zij moeten voldoen.’


De bouw werd stopgezet, tot frustratie van de datacentersector. Een jaar lang is er onderhandeld. Fysieke rondleidingen bij het reflecterende datacenter van Equinix in Amsterdam-­Oost werden gestopt toen de coronacrisis begon. In plaats daarvan geeft Eielts een virtuele rondleiding, achter de computer. Het is een digitale oplossing ­zoals de hele wereld inmiddels werkt inmiddels met ­digitale oplossingen, voor ­bijvoorbeeld ­vergaderingen, cursussen en schoollessen. Het toont dat datacenters inderdaad ­onmisbare voorzieningen zijn en dat deze infrastructuur steeds onmisbaarder wordt. Eielts werkt ook vanuit huis, maar heeft als virtuele achtergrond het Equinix-kantoor gekozen.

 

E-mail

De bouw van dit datacenter op deze locatie, het Science Park van de Universiteit van Amsterdam, heeft te maken met het begin van het internet als onmisbare ­voorziening. ‘HTTP werd hier ontwikkeld’, vertelt Eielts. De Universiteit van Amsterdam werkte hier begin jaren ‘90 ­samen met de Amerikaanse Stanford ­Universiteit en het Zwitserse CERN ­(bekend van de deeltjesversneller). Er was toen nog geen internet. Een onafhankelijk datacenter en knooppunt was nodig om de uitwisseling van data te faciliteren – hoe dichter bij het knooppunt, hoe sneller de verbinding. ‘De eerste e-mail werd hier verzonden.’

 

Inmiddels zijn er vijf lagen beveiliging voor wie naar binnen wil. Eerst is er de receptie, vervolgens hekjes en daarna komen bezoekers bij de vergaderruimte. Ook tijdens de virtuele tour kom je langs een foto van Eielts met koning Willem-­Alexander. De rode deur is de sluis, daarna komt de biometrische handscanner en voor de vijfde en laatste laag heb je een geautoriseerde toegangspas nodig.

 

In de volgende gang hangen links foto’s van Schiphol en rechts foto’s van de haven van Rotterdam. Het zijn twee knooppunten van wereldwijd verkeer en de datacenters misstaan daar niet bij. ‘Nederland heeft een koppositie op het gebied van ­datacenters’, schrijft Amsterdam. Samen met Frankfurt, Londen, Parijs en Dublin schaart de gemeente zich bij de meest ­geliefde locaties voor de vestiging van ­datacenters in Europa, bekend als ‘de ­gouden ruit’ of de minder flatteuze afkorting ‘FLAP-D’. Volgens Eielts zijn het zelfs alleen Frankfurt en Londen die zich écht met Amsterdam kunnen meten.


‘Dan komt Parijs en dan een hele tijd niets. Dan bijvoorbeeld Madrid. In de wereld is Amsterdam zevende of achtste. Recent hoorde ik nog van iemand uit Tokyo dat we op hetzelfde niveau staan.’

 

In gevaar

Maar Eielts maakt zich zorgen dat die ­positie in gevaar komt en daarom zoekt hij de publiciteit. ‘We hebben hard gewerkt om te komen waar we zijn. De overheid denkt: we zijn er al. Maar op het ­moment dat je dat denkt moet je je zorgen gaan ­maken. 22 jaar geleden begon het lobbyen voor goede internetverbindingen toen de eerste zeekabels binnenkwamen. De vorige golf was die van de telecommunicatie­bedrijven, tien jaar geleden.


Nu gaat het om de big five van cloudservice­providers en dat zijn ook ­partijen die wij graag zien. Het is een ­proces waar zo’n twintig jaar overheen gaat en bij de top komen is ­bijzonder geweest. Er blijven is een ander verhaal.’

 

Op de locatie waar de virtuele rond­leiding plaatsvindt, verbindt Equinix zo’n tweehonderd partijen en het ­verbinden aan dit netwerk is een van de verkooppunten waarmee het bedrijf ­nieuwe klanten probeert binnen te halen. Een connectie is binnen 24 uur te leveren en het datacenter zorgt voor de ruimte waar servers geplaatst kunnen worden, het vermogen om ze te draaien en de koeling. In dit gebouw staan zo’n drieduizend racks, kasten waar de servers in worden ­geplaatst. ‘Het is een van de redenen dat de rijksoverheid koos voor Equinix’, zegt Eielts. ‘De 64 datacenters die ze gebruikten, waren oud en in slechte staat. Nu hebben ze nog maar vier datacenters, op verschillende locaties om het ­risico te spreiden.’

 

En voor regionale overheden worden ­clouddiensten, waarbij gegevens niet meer lokaal op een harde schijf worden bewaard maar in de cloud bij een serviceprovider, ook steeds belangrijker. ‘Dit is de plek waar regionale overheden toegang tot de cloud kunnen krijgen. Vroeger was de overheid één grote kolom, tegenwoordig heeft elke organisatie zijn eigen beveiliging, zijn eigen manieren om informatie uit te wisselen, et cetera.’ Ga maar na hoe belangrijk Zoom en Microsoft Teams is ­geworden tijdens de coronacrisis.

 

Hoe dichter bij een knooppunt, hoe beter de verbinding. In Amsterdam komen de zeekabels aan land en daarom is het ­interessant voor bedrijven als Equinix om de datacenters hier in de buurt te hebben. Hoe groter de afstand, hoe meer van de snelheid verloren gaat. ‘Rotterdamse vertegenwoordigers willen wel dat we daarheen komen, maar dan moet ik ze uitleggen dat dat fysiek niet kan, het levert te veel vertraging op. De extra kosten en verlies van performance maken dat het commercieel niet interessant is.’

 

Bouwstop

De impact van datacenters is groot. Op de technologische mogelijkheden (voor bijvoorbeeld innovatie), maar ook op het stroomverbruik, het milieu en het landschap. Amsterdam en de Haarlemmermeer besloten daarom in juli 2019 tot een ­bouwstop voor datacenters, met een jaar onderhandelen als gevolg. Het belang is duidelijk voor de twee gemeenten: ‘Om de internationale concurrentiepositie van ­Nederland op het gebied van hyperconnectiviteit te behouden en te versterken is het van belang dat de komende jaren het aantal datacenters binnen de bestaande ­hyperconnectiviteitsclusters kan blijven groeien.’ Dat schrijft Amsterdam in het conceptdocument Vestigingsbeleid ­Datacenters 2020-2030 (inspraak is tot en met 31 augustus mogelijk).

 

Haarlemmermeer wil specifieke bedrijventerreinen gaan aanwijzen als vestigings­gebieden voor groene, duurzame data­centers. ‘Alleen de meest innovatieve, duurzame en groene datacenters zijn welkom’, vertelt wethouder Ruigrok (economische zaken en innovatie, VVD). Het voorstel van het college is om voorzichtig te groeien tot 2030, waarna de ruimte opraakt. Ook in Amsterdam zijn datacenters weer welkom onder strenge voorwaarden. Er mogen ­alleen datacenters bijkomen op plekken waar die al zijn en ze moeten voldoen aan strenge eisen qua energiegebruik of waterverbruik voor koeling. Datacenters met een groot vermogen moeten een eigen ­inkoopstation aanleggen om overbelasting van het elektriciteitsnet te voorkomen én om voldoende over te laten voor andere voorzieningen van Amsterdam.

 

Tijdens de virtuele tour komen de duurzame oplossingen van het datacenter in Amsterdam-Oost aan bod. Een pomp op het dak brengt de koude uit de lucht naar de vloer, zodat de servers in de drieduizend rekken kunnen worden ­gekoeld. Als er warmte moet worden ­opgeslagen, kan dat met een opslag die tot 180 meter diep gaat. Eielts wil het energieverbruik ‘ook even in perspectief plaatsen’: ‘We zijn zo effectief mogelijk. Als je één kilowatt voor een computer nodig hebt, moest je daar thuis vroeger ongeveer één extra kilowatt verbruiken voor stabiele stroom en koeling. Hier is er slechts een kwart kilowatt voor nodig. Het is een van de efficiëntste datacenters in de klimaat­zone.’ De restwarmte die vrijkomt kan in de grond worden opgeslagen. Daarmee wordt ‘s winters de UvA verwarmd.’

 

Grote kans

 ‘De Amsterdamse wijk Watergraafsmeer wil ook de warmte gebruiken en de gas­leiding eruit halen’, vertelt Eielts. ‘Er loopt een traject vanuit de gemeente en we kunnen heel veel leveren.’ Amsterdam noemt het gebruik van restwarmte inderdaad een ‘grote kans’ in het concept-vestigingsbeleid. Het is geen echter oplossing voor alle datacenters, want warmte en koude kunnen net als digitale informatie niet over lange afstanden worden vervoerd. ‘Wij hebben hier het geluk dat we naast een woonwijk zitten.’

 

Voor de eigenaren van datacenters zal het in ieder geval een opluchting zijn dat er weer een toekomstvisie is. Eielts: ‘In deze industrie is tien jaar heel lang, maar het quotum is voldoende om voor die periode capaciteit te garanderen. Het belangrijkste is echter dat er tegelijkertijd wordt gewerkt aan de jaren erna. Er is nu een overeenkomst voor datacenters rond Almere. Daar moet echter nog het nodige voor worden gedaan en dat is cruciaal om bij de wereldtop te blijven horen.’ 

 

Dit artikel verscheen in nummer 16 van Binnenlands Bestuur. Hier kunt u de digitale versie van het blad lezen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.