of 59345 LinkedIn

Deltacommissaris zoekt samenwerking met regio

Het Deltaprogramma, deze week verschenen als onderdeel van de Rijksbegroting, is geen zaak van het Rijk alleen. ‘Dwars door alle overheidslagen heen samenwerkingsverbanden opzetten, dát is wat we willen’, zegt deltacommissaris Kuijken.

Voor de aanleg en het ontwerp van nieuwe autowegen kent het ministerie van Verkeer en Waterstaat sinds enige tijd het programma Sneller en Beter. Een van de uitgangspunten is dat alle betrokkenen van binnen én buiten de overheid in een vroeg stadium met elkaar om tafel gaan. Bij de uiteindelijke besluitvorming spelen regionale en lokale overheden een centrale rol. Deze werkwijze vloeit voort uit adviezen van een commissie onder leiding van Peter Elverding, oud-topman van DSM.

 

Deltacommissaris Wim Kuijken, wil bij ‘zijn’ deelprogramma’s gaan werken op een vergelijkbare manier. Kuijken, die is benoemd voor een periode van 7 jaar, is nu ruim een halfjaar in functie. Een van zijn taken is het opstellen van een Deltaprogramma. Daarnaast moet de regeringscommissaris partijen bij elkaar brengen.

 

‘Ik ben niet alleen van het Rijk, ik ben net zo goed van de regio’, zegt Kuijken. ‘Als het gaat om afzonderlijke deelprogramma’s, wil ik het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten op inhoud met elkaar verbinden. Dwars door alle overheidslagen heen samenwerkingsverbanden opzetten. Alle respect voor het Huis van Thorbecke, maar soms zijn afwijkende modellen nodig. Ik noem het wel: de nieuwe manier van overheid bedrijven.’

 

Zo zullen voor deelprogramma’s stuurgroepen worden gevormd onder voorzitterschap van een gedeputeerde, een wethouder of een burgemeester. Ook als het Rijk opdrachtgever is, trekt de regio de kar. ‘Dat is een essentieel vernieuwend onderdeel’, zegt Kuijken, die beaamt dat in het programma Ruimte voor de Rivier met deze aanpak goede ervaringen zijn opgedaan.

 

Een tweede vernieuwend element is volgens Kuijken de ‘volledige transparantie’ die wordt nagestreefd. Volgens planning moet in 2014 een aantal cruciale besluiten worden genomen over de waterhuishouding in Nederland. ‘En iedereen kan de komende jaren hierover meepraten’, belooft Kuijken. ‘Samen gaan we op zoek naar de feiten, de beste maatregelen en de meest wenselijke opties. Dat is dus fundamenteel anders dan zeggen: dit is wat we in Den Haag hebben bedacht, en de regio mag er nu over meepraten.’

 

Nuchter

 

In opdracht van het kabinet houdt Kuijken zich bezig met twee grote vraagstukken voor de lange termijn: hoe kan Nederland worden behoed voor overstromingen, en hoe kan de beschikbaarheid van voldoende zoetwater worden gegarandeerd? In zijn eerste deltaprogramma spreekt de regeringscommissaris over een ‘puur economische noodzaak’.

 

Kuijken: ‘Bijna 60 procent van ons land is overstroombaar, waaronder ons economisch centrum. Bij een overstroming zijn de schade en het leed niet te overzien, daarom wil het kabinet een volgende ramp voor zijn.’ De deltacommissaris predikt hierbij ‘Hollandse nuchterheid’.

 

Als het gaat om klimaatvoorspellingen, wordt gewerkt met modellen van het meteorologisch instituut KNMI. ‘Dit betekent dat we, volgens de laatste berekeningen, moeten uitgaan van een stijging van de zeespiegel met 85 centimeter in de komende 100 jaar. In 2013 komt het KNMI met een herijking. Maar we moeten ook eerlijk durven zijn over onzekerheden.’

 

Ondanks de bepleite nuchterheid, staat voor Kuijken vast dat de zeespiegel zal stijgen, dat de bodem daalt, en dat de hoeveelheid water in de rivieren op piekmomenten verder zal toenemen. ‘Alle metingen wijzen daarop.’ Tegelijkertijd moet er rekening mee worden gehouden dat Nederland vaker met periodes van droogte te maken zal krijgen, zegt Kuijken.

 

‘In 2003 hebben we een periode van extreme droogte gehad. Dat heeft geleid tot een half miljard euro schade vooral in de landbouw. Volgens het KNMI gaan dergelijke droge periodes veel vaker voorkomen. In 2050 zal een periode als in 2003 worden aangemerkt als “gemiddeld”, in plaats van uitzonderlijk. Dit betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de beschikbaarheid van voldoende zoetwater.’

 

Voor Kuijken is daarmee niet gezegd dat het peil van het IJsselmeer drastisch moet worden verhoogd, zoals in 2008 is geopperd door de Deltacommissie onder leiding van Cees Veerman. ‘Dan dreigen al die historische stadjes te worden aangetast. Misschien moeten we elders water gaan vasthouden, of een andere creatieve oplossing bedenken. Daar hebben we gelukkig nog een aantal jaren de tijd voor.’ Kuijken zegt zich vooralsnog geen zorgen te maken over geld.

 

Tot 2015 zijn via lopende programma’s als Ruimte voor de Rivier en Zwakke Schakels Kust middelen beschikbaar. Als de na de kabinetscrisis door de Kamer controversieel verklaarde Deltawet alsnog wordt aangenomen, wordt met ingang van 2020 jaarlijks 1 miljard euro in een deltafonds gestopt. ‘Of dat genoeg is, zal moeten blijken. Wel moeten we nog iets bedenken voor de jaren 2015 tot 2020.’

 

Negen deelprogramma's

 

Het deltaprogramma bestaat uit negen deelprogramma's:

 

  • Veiligheid: actualiseren normen en adviseren over zeedijken
  • Zoetwater: hoe blijft ervoldoende zoetwater en hoe wordt het verdeeld?
  • Nieuwbouw & herstructurering: opzetten nationaal beleidskader voor ontwikkeling bebouwd gebied
  • Zuidwestelijke delta: hoe blijft deze veilig en vitaal?
  • Rijnmond-Drechtsteden: de waterveiligheid en zoetwatervoorziening in deze regio
  • Rivierengebied: plan maken om dit gebied veilig te houden
  • IJsselmeer: het maken van een keuze voor het peil
  • Kustveiligheid: duurzame stategie kustveiligheid en onderzoek kustuitbreiding
  • Waddengebied: onderzoek naar veiligheid op lange termijn
Verstuur dit artikel naar Google+