of 64204 LinkedIn

Hangjongeren zijn bovenal onze jongeren

Jeroen Lugte Reageer

Een snackbarhouder uit Winschoten schroefde het zitvlak van de bankjes bij zijn zaak, nadat hier dagelijks tientallen ouderen rondhingen die voorbijgangers lastigvielen. Een opvallend bericht waar zelfs RTL Nieuws melding van maakte. Het had echter weinig reuring veroorzaakt als het betrekking had gehad op hangjongeren. Daar zijn we immers allemaal wel bekend mee. Toch moeten we juist ook als het overlastgevende jongeren betreft zelf verantwoordelijkheid nemen en voor een oplossing niet alleen maar naar overheidsinstanties kijken.

Toegegeven, acties zoals die van de Winschotense snackbarhouder zijn op z’n minst discutabel te noemen. Nadat de gemeente dreigde met aangifte wegens vernieling van haar eigendom, was hij genoodzaakt de bankjes te herstellen. Desondanks is zijn assertiviteit navolgenswaardig. Wie overlast ondervindt van hangjeugd, wacht te vaak af tot de overheid hier iets aan doet. Deze heeft hier echter lang niet altijd de benodigde menskracht voor en dus zijn ouders, buurtbewoners en jongerenorganisaties eerst aan zet.

 

Daarbij weet ik uit de praktijk – als ouder van inmiddels volwassen kinderen en als interim-hoofd Handhaving bij diverse Noord-Hollandse gemeenten – dat het in de meeste gevallen best mogelijk is om op rationele en relationele wijze met jongeren te praten. Dit is anders wanneer zij in groepsverband de straat op gaan. Het is daarom zaak om jongeren individueel en op persoonlijke wijze te benaderen.

 

Ken daarom je jongeren en moedig hun talenten aan. Dat is bij uitstek een rol die is weggelegd voor ouders en jongerenwerkers. Wellicht zijn de jongens en meiden goed in boekhouden, timmeren, lassen of coderen, beroepen waar tegenwoordig goud geld in valt te verdienen. Belangrijker nog, door hen uit te dagen en hun talenten te ontwikkelen, houd je ze van de straat.

 

Voorgaande lijkt vanzelfsprekend, maar gebeurt toch nog onvoldoende. Waar het ook vaak mis gaat, is de waarneming. Instanties hebben nu eenmaal niet de middelen en menskracht om op elke straathoek handhavers of agenten te positioneren. En dat moet je als samenleving ook niet willen. Daarom moeten we meer durven vertrouwen op technologische hulpmiddelen zoals surveillancecamera’s, maar ook op elkaars waarneming.

 

Overlastgevers gedragen zich vaak voorbeeldig zolang de jongerenwerkers ter plaatse zijn, maar de remmen gaan los zodra deze vertrekken. Eventuele overlastmeldingen worden vervolgens weerlegd door de jongerenwerkers, die enkel voorbeeldige jongeren signaleren. De jongerenwerkers voelen zich bovendien, al dan niet terecht, verplicht tot geheimhouding en zijn slechts beperkt bereid openheid van zaken te geven.  Aangezien de overlast door handhaving en politie vaak moeilijk is waar te nemen, blijven we zitten met de wankele conclusie dat het in de wijk allemaal oké is, terwijl iedereen aanvoelt dat dat niet zo is.

 

Bij dit alles moeten we bovenal voor ogen houden dat het om ónze jongeren gaat. Vanwege de coronacrisis zitten we nu eenmaal meer thuis en raken we sneller geïrriteerd, maar je kunt van de jeugd niet verwachten dat deze voortdurend binnen blijft zitten en bij de leeftijd hoort nu eenmaal enige baldadigheid. Aan het einde van de rit zijn het ónze jongeren en is het aan óns, als samenleving in zijn geheel, om hen met vaste hand op het juiste pad te krijgen en te houden. Het is een hardnekkige misvatting dat dat enkel de taak van de overheid is.

Jeroen Lugte, voormalig leidinggevende bij de Belastingdienst en Stadstoezicht, directeur bij Op Orde

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.