of 58952 LinkedIn

Benutten van complexiteit en swingen met onzekerheid

De derde voortgangsrapportage van de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd bracht de gemoederen de afgelopen week weer stevig in beweging. De hoofdconclusie van de TSJ loog er dan ook niet om: de gemeenten hebben onvoldoende voortgang geboekt en als het zo doorgaat kan de transitie jeugdzorg niet zorgvuldig doorgang vinden.

Echt verbazing kan deze conclusie natuurlijk niet wekken. Iedereen met een beetje gezond verstand kon dit van mijlen ver zien aankomen. De verschillende betrokken overheden houden elkaar immers al langere tijd, ondanks wel degelijk geboekte vooruitgang, in essentie in een verlammende houdgreep en wentelen de negatieve gevolgen vooral af op organisaties die de jeugdzorg vanaf 2015 moeten uitvoeren.

 

Volgens de TSJ hoeft de transitiedatum van 1-1-2015 niet ter discussie te worden gesteld, mits de gemeenten zich de komende maanden vooral gaan concentreren op het vervullen van de minimaal noodzakelijke randvoorwaarden. Het is overigens maar zeer de vraag of gemeenten daar nog in zullen slagen. Eerdere waarschuwingen van de TSJ hebben immers ook onvoldoende effect gehad.

De nieuw aangekondigde Transitie Autoriteit zal zeker nuttig werk gaan verrichten, maar komt ook veel te laat. De TA gaat pas per 1 april van start en zal daarna nog enige tijd nodig hebben om zich uit te spreken over de afhandeling van de frictiekosten die als molenstenen om de nek van vele jeugdzorginstellingen hangen. Dit terwijl eerder door alle betrokken overheden was afgesproken dat hierover uiterlijk eind vorig jaar duidelijkheid moest komen. Het wachten is nu waarschijnlijk nog op een transitiepaus die zal worden ingesteld als volgende vlucht vooruit.

 

Het lijkt er dus op dat men als konijnen kijkend in de koplampen op de eigen ondergang afstevent. De roep om alsnog uitstel of op zijn minst differentiatie van de invoeringsdatum (er zijn immers ook regio’s die wel voldoende voortgang boeken) begint dan ook steeds luider te klinken. Dat zou echter heel onverstandig zijn. De oplopende tijdsdruk heeft immers tot noodzakelijke tempoversnellingen geleid en moet gewoon blijven bestaan om druk op de ketel te houden.

En er is een simpel noodscenario beschikbaar voor die “worst case” gevallen waarin gemeenten en jeugdzorginstellingen onvoldoende voorbereid aan de start verschijnen op 1-1-2015. Dat noodscenario komt er in essentie op neer dat die gemeenten per 1-1-2015 gewoon verantwoordelijk worden, maar in eerste instantie verder alles bij het oude laten. Ze trekken in het oude huis, worden eigenaar, gaan er eerst een tijdje in wonen en gaan vervolgens geleidelijk aan verbouwen. Niet ideaal, de transformatie zal vertragen, maar ook geen ramp. Zorgcontinuïteit kan worden geboden, zolang gemeenten niet meer bezuinigen dan volgens de landelijke taakstelling nodig is. Het feit dat gemeenten definitief integraal verantwoordelijk zijn per 1-1-2015 zal er vervolgens toe leiden dat de tot dan toe trage gemeenten alsnog snel verantwoordelijkheid gaan nemen.

 

Alle betrokken partijen doen er overigens goed aan vooral bijlage 4 bij de derde rapportage van de TSJ goed te lezen en daaruit lering te trekken. In die bijlage analyseert de NSOB op treffende wijze hoe het zo ver heeft kunnen komen. De wijze waarop de voorbereiding op de transitie tot nu toe vooral is aangepakt kenmerkt zich door een top down rationele wijze van besturen die bij uitstek ongeschikt is voor complexe met veel onzekerheden omgeven operaties zoals de transitie jeugdzorg. De NSOB pleit dan ook terecht voor het overstappen op strategisch incrementalisme.

 

Zelf spreek ik in dit verband graag van uitvoeringsgericht werken. Complexe problemen los je niet op met vereenvoudigen, maar met complexe oplossingen, waaronder het benutten van de praktische kennis die in de uitvoering ruimschoots aanwezig is. Beleidslogica moet worden vervangen door uitvoeringslogica door in partnerschap met de diverse uitvoeringsorganisaties en cliënten te bouwen aan het nieuwe stelsel. Het benutten en ontketenen van de diversiteit aan aanwezige ervaringskennis en positieve uitvoeringsenergie stelt gemeenten in staat om de vormgeving van de nieuwe jeugdzorg met de pink faciliterend te besturen. Het gaat om innoveren door te bricoleren: iets nieuws maken gebruikmakend met wat voorhanden is. Het is een illusie om te denken dat onzekerheid tot nul kan worden gereduceerd in het complexe jeugdzorgdomein. Men zal dus moeten leren swingen met onzekerheid. De aard van het probleem leren kennen door gewoon te beginnen met de oplossing ervan. Het bouwen van de brug, terwijl je er over loopt. In plaats van wachten met actie totdat de complexiteit en onzekerheid zijn gereduceerd. Dat kun je namelijk lang wachten, want de transitie jeugdzorg is intrinsiek complex en onzeker. En dat is dus precies wat er gebeurt. Wachten op de eenvoud en zekerheid die nooit zal komen. Met beide benen op de grond is één ding zeker, je komt geen stap vooruit.

 

De oproep tot “Alle hens aan dek” van TSJ voorzitter Geluk is dus niet voldoende om de transitiestorm te doorstaan. Alle hens zijn ook al een tijdje aan dek. Ook de bestemming van het transitieschip is al een tijd helder. Alle hens moeten gewoon aan de slag. Gooi de verlammende ankers los, ga varen. Blijkt onderweg de wind van richting te veranderen, stel dan de zeilen bij. Dat is de enige manier om het schip in veilige haven te brengen. We weten waar we heen willen en dan heb je in principe altijd wind mee, tenminste als je durft te varen.

Erik Gerritsen 

Verstuur dit artikel naar Google+