of 58952 LinkedIn

Het belang van landelijk werkende gespecialiseerde jeugdzorginstellingen

Afgelopen vrijdag besteedde het TV programma Nieuwsuur terecht aandacht aan het belang van instandhouding van landelijk werkende gespecialiseerde jeugdzorginstellingen. De JGGZ lobby was er weer als de kippen bij om de terechte zorgen die er leven over de continuïteit van deze instellingen te zien als zoveelste argument waarom de transitie niet door zou moeten gaan.

Opnieuw sloegen zij de plank mis, omdat alle geïnterviewden, waaronder ook de kinderombudsman, zich uitspreken voor de transitie. De zorgen die in Nieuwsuur aan de orde werden gesteld gingen om het risico dat deze instellingen kopje onder gaan, wanneer er niet betere omzetafspraken worden gemaakt. In het landelijke transitiearrangement is weliswaar sprake van verplichte raamovereenkomsten die gemeenten met deze instellingen moeten maken, maar dat is te weinig om een verantwoorde bedrijfsvoering op te baseren.

Meer nog dan de regionaal werkende jeugdzorginstellingen leven de landelijk werkende instellingen in grote onzekerheid over hoeveel plekken/behandeltrajecten de gemeenten vanaf 2015 van plan zijn te gaan afnemen. Als die onzekerheid nog veel langer voortduurt, zullen deze instellingen gedwongen worden om hun capaciteit te gaan afbouwen of zelfs helemaal tot volledige liquidatie over te gaan. Dat mag niet gebeuren, want landelijk werkende instellingen zoals de Hoenderloogroep of Fier Fryslan leveren zeer noodzakelijke gespecialiseerde jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen in de knel.

 

Het gaat hier dus niet om het vanwege organisatiebelangen koste wat het kost in stand houden van jeugdzorgorganisaties, maar om het vanwege de belangen van de meest kwetsbare kinderen garanderen van de voor hun meest passende gespecialiseerde zorg. Een instelling als de Hoenderloogroep biedt bijvoorbeeld integrale (opvang, behandeling, onderwijs) zorg voor jongeren met dusdanig zware problematiek, waaronder agressie en gewelddadigheid, dat ze niet te handhaven zijn bij regionale jeugdzorginstellingen. Voor sommige jongeren is het ook noodzakelijk dat ze ver uit de buurt van hun woonplaats worden opgevangen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de slachtoffers van loverboyproblematiek en eerwraak, een specialisme van Fier Fryslan. Als dit soort gespecialiseerde jeugdzorg niet meer beschikbaar zou zijn, betekent dit dat kinderen letterlijk op straat komen te staan, afglijden naar zware criminaliteit, blijvend slachtoffer worden van seksuele uitbuiting en eergerelateerd geweld en niet de behandeling krijgen voor de heftige trauma’s die ze als kind hebben opgelopen.

 

De oplossing dit nu nog potentiële probleem is simpel en hoeft dan ook niet belemmerend te werken voor de transitie. De kinderombudsman pleitte in Nieuwsuur terecht voor een meerjarig overgangsregime voor alle jeugdzorginstellingen. Zo’n regime moet er dus ook gewoon komen voor de landelijk werkende instellingen. De 41 regio’s van samenwerkende gemeenten moeten gewoon gezamenlijk een meerjarige (aflopende) omzetgarantie afgeven aan deze instellingen en daar per regio een op ervaringsgegevens gebaseerd percentage van het budget voor reserveren. Alle gemeenten zullen immers ook de komende jaren gewoon te maken blijven krijgen met extreem kwetsbare kinderen die alleen goed geholpen kunnen worden met gespecialiseerd jeugdzorgaanbod. Het gaat op zich om dure trajecten, maar als deze trajecten niet beschikbaar zijn en ingezet worden dan leidt dit tot exponentiële stijging van jeugdzorg en andere maatschappelijke kosten, nog los van het onnodig leed dat kinderen in de knel dan zou worden aangedaan. Gemeenten hebben er dus juist in het kader van de transitie alle belang bij dat er voldoende capaciteit aan dure gespecialiseerde jeugdzorg beschikbaar blijft ter voorkoming van onnodig verergering van jeugdzorgproblematiek en oplopende kosten in het zwaarste segment. Anders kunnen ze ook niet aan hun wettelijke jeugdhulpplicht voldoen.

 

De transformatie van de jeugdzorg zal zeker op termijn leiden tot afname van het beroep op dure gespecialiseerde jeugdzorg, maar het is een illusie om te denken dat we helemaal zonder kunnen. De ongemakkelijke waarheid is nu eenmaal dat er altijd sprake zal zijn van een gebroken schepping die alleen baat heeft bij gespecialiseerde jeugdzorg. Het is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van gemeenten en rijksoverheid om er voor te zorgen dat de daarvoor noodzakelijke gespecialiseerde voorzieningen beschikbaar blijven.

Erik Gerritsen 

Verstuur dit artikel naar Google+