of 59281 LinkedIn

2001 – 2011

Het is deze zomer tien jaar geleden dat Pim Fortuyn zijn column in Elsevier opgaf om de politiek in te gaan. Hij ontketende een populistische revolte in de Nederlandse politiek die vorig jaar, met de gedoogsteun van de PVV aan dit kabinet, en zeer recent, met de vrijspraak van Geert Wilders door de Amsterdamse rechtbank, tot rust is gekomen. Deze uitkomst komt zowel ons politieke bestel als het populisme ten goede.

Ik heb een chemicus eens een betoog horen houden over de reactie van een biologisch systeem op een vreemde indringer. Eerst zal dat systeem de indringer negeren. Daarna zal het proberen de indringer te verjagen. En als dat allemaal niet lukt, zal het systeem het vreemde element in zichzelf opnemen en integreren, en wel zo dat het zelf daarvan sterker wordt.

In de politiek bestond de eerste fase in de poging Fortuyn, en Geert Wilders na hem, te negeren als een onbelangrijk verschijnsel dat in Nederland geen enkele kans maakte. Halverwege deze tienjarige periode, in het najaar van 2006, verscheen er nog een boek waarin geleerde politicologen de zittende politici gerust stelden: nee hoor, er was geen ruimte op rechts. Een maand na de verschijning van dat boek haalde de PVV negen zetels, een verkiezing later 24 zetels.

Het verdrijven van de vreemde indringer is geprobeerd via demonisering. Tegen Fortuyn werd Anne Frank in stelling gebracht, tegen Wilders de vergelijking met alles wat zweemde naar bruin. Ook deze tactiek lukte niet, simpelweg omdat de bevolking de oude politici die telkens weer dat fascisme in stelling brachten, niet meer geloofde.

Die derde fase, van de incorporatie, is, als ik het goed zie, in twee stappen verlopen. Eerst deden de zittende politici – toen langzaam maar zeker tot hen doordrong dat het populisme zich niet meer liet verjagen – net alsof ze de boodschap van Fortuyn en Wilders hadden begrepen. Ze zeiden toen dat die twee toch wel ‘een punt’ hadden gehad, en suggereerden met een kosmetisch gebaar dat ze dat punt hadden begrepen. Maar ook daar trapte niemand in.

Toen de PVV zo groot en daarmee machtig was geworden dat de partij een machtspolitieke factor van belang was geworden, moest het bestel de PVV als gedoogpartner een vooraanstaande positie van invloed en daarmee van macht toekennen – en de partij daarmee erkennen als een beweging die ‘een punt’ (de multiculturele samenleving) naar voren had gebracht dat alle andere partijen tot hun schade en schande genegeerd hadden.

Wilders verwierf erkenning, het bestel integreerde het gemaakte punt (lees de notitie over integratie die minister Donner kort voor dit zomerreces heeft gepresenteerd), en de nieuwe positie van de PVV leidde tot een niet geringe disciplinering van de politiek leider van deze partij. Wie verantwoordelijkheid accepteert binnen het bestel, kan zich niet meer als de provocerende buitenstaander blijven opstellen.

Dan was er de rechtszaak. De rechter heeft uitgesproken dat Wilders zich inderdaad grof en denigrerend heeft uitgelaten, maar dat hij niet heeft aangezet tot haat en discriminatie en dat die uitspraken in de context van het maatschappelijk debat moesten kunnen. Blijkbaar is het zo af en toe nodig te schoppen en te provoceren om tot een zelfgenoegzaam bestel de werkelijkheid van vele straten door te laten dringen. Wilders heeft zich gepresenteerd als buitenstaander die zich zowel tegen de politieke als juridische macht afkeerde. De politieke macht heeft hem geaccepteerd, de juridische macht heeft erkend dat hij een religie en geen mensen heeft willen bestrijden en hem om die reden vrijgesproken.

Wie in Nederland provoceert en polariseert, moet altijd weer bereid zijn een nieuwe consensus te zoeken. Dat is wat nu is gebeurd, na de grote wending van gedoogakkoord en vrijspraak. Nu het punt is gemaakt - hoe pijnlijk dat ook was - moeten we op een fatsoenlijke manier met elkaar verder om concrete oplossingen dichterbij te brengen. De schroom tegenover de idee van een leidende cultuur, het Leitmotif in Donners notitie, is afgelegd en daarmee de weg naar een oplossing gebaand.

Kortom, alle politiek is sublimatie, zoals alle leven. Er zijn emoties en behoeftes die hun rechten opeisen, we zagen het in de woede en verontwaardiging van een verwaarloosde klasse. Onderdrukking maakt het alleen maar erger. Erkenning en verheffing zijn het begin van de oplossing, de creatie van een consensus van waaruit we nu verder kunnen.

De discussie over Anders Breivik, en over de vraag of Wilders op enige manier (indirect) (mede-)verantwoordelijk is voor de afschuwelijke gebeurtenissen in Noorwegen, lijken de nieuwe consensus niet te kunnen doorbreken – hoezeer linkse politici en columnisten deze discussie ook met dat oogmerk hebben gevoerd. Wilders’ beelden van een apocalyptische oorlog tussen het vrije Westen en de islam heeft plaats gemaakt voor zijn steun aan een integratienota die concrete politiek oplossingen zoekt. Dat is grote winst, en het getuigt van een gebrek aan verantwoordelijkheid om die nieuwe stabiliteit in de waagschaal te stellen vanuit een korte-termijn-behoefte om enkele oppositionele en partijpolitieke punten te scoren.

Verstuur dit artikel naar Google+