of 59318 LinkedIn

Ondeugdelijke eedaflegging

Op 20 januari 2009 werd Barack Obama geïnaugureerd als president van de VS. Bij die gelegenheid nam opperrechter John Roberts de nieuwe president de eed af: ‘I do solemnly swear that I will faithfully execute the Office of President of the United States, and will to the best of my Ability preserve, protect and defend the Constitution of the United States.

Bij het uitspreken van de formule vergiste Obama zich echter en sprak het woord ‘faithfully’ uit op een verkeerde plaats in de zin. Naar aanleiding van discussie daarover werd besloten de dag daarop in het Witte Huis nogmaals de eed af te nemen en wel om ieder misverstand uit te sluiten en verdere discussie over de rechtsgeldigheid van de beëdiging te voorkomen.

 

Ook in ons land zijn er af en toe problemen bij de eedaflegging en rijzen vragen over de gevolgen die zijn verbonden aan een onjuist of gebrekkige eedaflegging. Zo ontstond enkele weken geleden in Almere een kwestie rond het CDA-raadslid Van Teijlingen. Bij zijn beëdiging sprak het raadslid de eedformule verkeerd uit. In plaats van ‘Zo helpe mij God Almachtig’ werd gezegd ‘Zo helpe God allemachtig mij’. In de raad van Almere werd vervolgens getwijfeld aan de rechtsgeldigheid van de raadsbesluiten die na deze beëdiging hadden plaatsgevonden.

 

Ook in eerdere gevallen gaf de beëdiging aanleiding tot debat. Bij de kwestie-Saar Boerlage werden in 1990 door dit lid van een Amsterdamse deelraad aan de verklaring ‘dat beloof ik’ kanttekeningen toegevoegd over haar veronderstelde binding aan wet en grondwet.

 

In de kwestie-Koetsier werd door dit Noord-Hollandse Statenlid bezwaar aangetekend bij de term ‘God Almachtig’. Bij de eedafleging wilde deze volksvertegenwoordiger de aanduiding ‘Almachtig’ weglaten, omdat hij dat niet kon rijmen met de holocaust. Dit werd door de Statenvoorzitter niet geaccepteerd.

 

Een aantal bewindslieden – waaronder De Graaff Nauta en Peper op Binnenlandse Zaken – schiep aan het einde van de vorige eeuw ruimte voor enige afwijkingen. De persoonlijke geloofsbeleving zou een grond kunnnen zijn om van de teksten af te wijken. Zo mocht een raadslid uit de gemeente Aalten toegestaan zweren: ‘In naam van Allah de Erbarmer de Barmhartige’ en een Zuid-Hollands Statenlid wilde de aanduiding ‘God de Krachtige’ gebruiken - hetgeen werd toegestaan.

 

Door een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2002 is deze route nu weer afgesloten en in de literatuur is overwegend negatief gereageerd op de mogelijke ruimte voor voorzitters van volksvertegenwoordigingen om allerlei afwijkingen toe te staan, vooral ook omdat de eed een alternatief heeft in de vorm van de belofte. In Almere was er een duidelijke afwijking van de wettelijke formule.

 

Overziet men echter alle gevallen die mogelijk tot een ondeugdelijke eedaflegging zouden leiden of hebben geleid, dan was daarbij steeds sprake van een uitdrukkelijk oogmerk om tot die afwijking te geraken. In het geval van het raadslid uit Almere was dat oogmerk uitdrukkelijk afwezig. In die zin kan de kwestie in Almere het beste worden vergeleken met de verspreking van Barack Obama. In dat geval werd de eed de dag daarop nogmaals uitgesproken, een en ander echter onder de uitdrukkelijke erkenning dat daartoe geen formele noodzaak bestond.

 

Voor de kwestie in Almere moet dan ook de conclusie luiden dat raadsleden voortaan beter moeten worden geïnstrueerd over de uit te spreken eedsformule. In dat geval kunnen versprekingen, zoals in het onderhavige geval - niet of minder gauw voorkomen.

 

Het opnieuw afleggen van de eed door het betreffende raadslid ligt niet erg in de rede, omdat daarmee ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat de eerder afgelegde eed een materieel gebrek bezat, hetgeen niet het geval is. Nu de afgelegde eed weliswaar een vormgebrek kende, maar geen materieel gebrek, is er geen enkele rechtsgrond om te twijfelen aan de rechtsgeldigheid van de besluiten die de raad van Almere na de betreffende beëdiging heeft genomen.

 

Douwe Jan Elzinga is hoogleraar Staatsrecht aan de RU Groningen

Verstuur dit artikel naar Google+