of 62812 LinkedIn

Maak snel werk van burgerparticipatie bij energietransitie

Kitty Jong, Marie-Thérèse Rooijackers 1 reactie

Elke keer sta ik er weer van te kijken. De energietransitie is een gigantisch veranderproces, maar degenen die dat het meest direct voelen komen niet of pas aan het eind aan de beurt. Niks bottom-up, co-creatie, sociale innovatie. Uit ons recente FNV-onderzoek blijkt dat 85 procent van de burgers zich niet gehoord voelt, laat staan betrokken wordt bij de energietransitie in hun omgeving.

FNV houdt zich daarmee bezig omdat wij vinden dat klimaatbeleid sociaal moet zijn wat betreft werk en inkomen. Fatsoenlijke groene banen en (om)scholing of compensatie als banen moeten verdwijnen. Met zeggenschap voor werknemers en burgers en zonder energiearmoede.

 

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de energietransitie van de gebouwde omgeving via 30 Regionale Energiestrategieën (RES) en gemeentelijke Transitievisies Warmte (TVW) plaatsvindt. Gemeenten hebben met elkaar de opdracht voor 2030 1,5 miljoen woningen en gebouwen te isoleren en/of aardgasvrij te maken en hernieuwbare opwekking van elektriciteit tot 35 TWH op land te realiseren.

 

FNV deed een representatief onderzoek onder 1025 mensen. Welke rol en invloed ervaren burgers op de energietransitie in hun regio, gemeente en wijk? Kunnen zij zich vinden in de afspraken over C02 reductie om klimaatverandering te vertragen? De uitkomst is zorgelijk: 85 procent geeft aan niet tot slechts een beetje op de hoogte te zijn van regionale -en lokale energieplannen. Ook de cijfers over inspraak van burgers zijn heel laag. Op RES-niveau ervaart 49 procent van de mensen zich niet te kunnen laten horen en 18 procent weet het niet. Op gemeentelijk niveau is dat 41 procent. Tot slot kan slechts 15 procent van de huurders meepraten (62 procent niet en de rest weet het niet) over verduurzamen van de woning. Van de woningeigenaren neemt 7 procent deel aan bewonersinitiatieven ten aanzien van de energietransitie. Een vijfde kent initiatieven maar neemt er geen deel aan. De rest kent ze niet.

 

Pas tijdens het ontwerp van het Klimaatakkoord kwam er voorzichtig wat aandacht voor draagvlak bij de burger. Draagvlak voor het plaatsen van zon- en windparken en verduurzamen van woningen. Situaties zoals in Frankrijk - gele hesjes - moesten worden voorkomen. Burgerparticipatie kreeg ook een plek in de Handreiking voor gemeenten om RESsen op te stellen. Wanneer en hoe je die burgerparticipatie zou regelen, mag je zelf weten.

 

Nu blijkt dus dat dit niet genoeg is. Weliswaar zijn de definitieve plannen nog niet gereed, maar de concepten zijn dat wel, helaas zonder veel betrokkenheid van burgers. Die is cruciaal. Het is méér dan een technologische verandering; het is vooral een maatschappelijke omwenteling. Het onderzoek is wat de FNV betreft een wake-up call: maak nu echt snel serieus werk van burgerparticipatie. Dat betekent niet een communicatietraject in de trant van ‘we leggen het u nog een keer uit’ via filmpjes of lokale krantjes. Maar ga burgers - en zeker ook werknemers - als stakeholders in deze transitie zien. Betrek bewonersinitiatieven en maatschappelijke organisaties zoals lokale netwerken van de FNV er heel nadrukkelijk bij. Luister naar hun bezwaren én hun ideeën. Dat kost tijd maar dat mag. Die tijd is er ook voor de technische kant. Bovendien levert het bij burgers energie en eigenaarschap op. En het kan, zoals een aantal regio’s al hebben laten zien.

Kitty Jong, vicevoorzitter FNV

Marie-Thérèse Rooijackers, adviseur energietransitie FNV

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Robin (influencer) op
En daarom gaat het ook nooit wat worden met die energie transitie: voor de meeste mensen is het een ver van mijn bed show. Ik heb gelukkig een eigen huis en iedereen die hier over aan de deur komt, ontzeg per direct de toegang tot mijn grond. Moet je ze eens zien kijken: ogen vol ongeloof! En die FNV laat zich overal voor betalen (zie CAO Gemeenten 2019): meer dan een massage-instituut is het niet meer.