of 59162 LinkedIn

Blue zones van de jeugdhulp

Levi van Dam, Esther Alblas 1 reactie

Inwoners van het dorpje Silanus op Sardinië leven langer, gezonder en gelukkiger. Dit komt door hun wijze van eten, de dagelijkse routine, de waarde die ze hechten aan relaties met de mensen om hen heen en hun kijk op het leven. Dat ontdekten onderzoekers in 2004. Op de landkaart omcirkelden zij dit demografische gebied met een blauwe stift en noemden het een blue zone.

National Geographic startte vervolgens een wereldwijd onderzoek om meer van dit soort ‘blue zones’ te identificeren. Afgebakende gebieden ter grootte van een gemeente waar mensen lang, gezond en gelukkig leven. En dat is precies wat de jeugdhulp nu nodig heeft, een zoektocht naar de blue zones van jeugdhulp in Nederland.

 

Op 31 oktober kwam het CBS ineens met positief bericht over de jeugdhulp: “Voor het eerst sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 is het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt niet verder toegenomen. In de eerste zes maanden van 2018 kregen bijna 337 duizend jongeren jeugdhulp, 11 duizend minder dan in dezelfde periode vorig jaar.”

 

Daarna werd het stil. Eerdere berichtgeving vanuit het CBS over toename van jeugdhulp werd gretig overgenomen om te wijzen op alle fouten van de nieuwe jeugdwet. De conclusie van die stukken was altijd kraakhelder: gemeente en rijksoverheid (“het systeem”) zijn de schuldigen. De enige die nu met de voorlopige cijfers van het CBS aan de slag ging, was minister Hugo de Jonge. Zijn voortgangsbrief naar de tweede kamer fleurde hij vorige week op met een factsheet met daarin de meest positieve cijfers prominent uitgelicht. Zijn optimisme is hoopvol, maar wat zeggen dit soort landelijke cijfers als individuele gemeenten hier verantwoordelijk voor zijn? Het CBS gaf namelijk in hetzelfde bericht aan dat er sprake is van grote regionale verschillen. In het zuiden en midden van Limburg, het oosten van Groningen en Drenthe was het percentage jeugdhulp het hoogst. Is het niet veel zinvoller om te kijken naar verschillen tussen gemeenten in plaats van conclusies te trekken op basis van landelijke cijfers?

 

Nu naast de budgettaire krapte voor het eerst positieve cijfers naar buiten komen, weten jeugdhulp experts dit minder goed te duiden. En het is ook ingewikkeld. Komt het door dat met de wijkgerichte aanpak gezinnen eerder en duurzamer zijn geholpen? Komt het door nieuwe innovaties zoals het werken met natuurlijke mentoren (JIMs) uit de omgeving van jongeren om uithuisplaatsingen te voorkomen? Of klopt het wat de FNV aangeeft, dat er meer jongeren op de wachtlijst staan en daardoor de huidige cijfers een vertekenend beeld geven? Naar aanleiding van de aanhoudende budgetoverschrijdingen van gemeenten op het budget jeugdhulp, verwees de minister afgelopen maandag in het Kamerdebat veelvuldig naar het door hem ingestelde financiële onderzoek naar de verschillen tussen gemeenten. Dat is een te eenzijdige benadering van een complex probleem.

 

Er is geen snel en eenduidig antwoord op dit complexe probleem, maar een financiële analyse alleen doet ons zeker blindstaren op geld in plaats van de kwaliteit van zorg. Daarom moet de minister juist nu zijn onderzoek naar de financiële verschillen tussen gemeenten verruimen. Jeugdhulpexperts zouden samen met financieel specialisten en datawetenschappers op zoek moeten gaan naar de ‘blue zones van de jeugdhulp’. Zodat we niet alleen weten waar de jeugdhulp het goedkoopst is, maar ook kunnen leren van de gebieden waar minder uithuisplaatsingen zijn en de kwaliteit van de jeugdhulp optimaal is tegen een fair tarief.

 

Levi van Dam, orthopedagoog bij Spirit

Esther Alblas, tot voor kort (programma)manager in de wijkgerichte jeugdhulp

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Kalle van IJzendoorn (Adviseur ) op
Ik kan me helemaal vinden in jullie visie Levi & Esther. Wij hebben inmiddels aardig wat ervaring opgedaan met het in kaart brengen van populaties binnen gemeenten in relatie tot de zorg consumptie. Zonder verbinding van data met kwalitatief onderzoek, mist de echte duiding!