of 63082 LinkedIn

Steven de Waal over de jeugdgezondheidszorg

Afgelopen maandag presenteerde Steven de Waal namens de Public Space Foundation zijn interessante essay over de Jeugdgezondheidszorg "Zijn we op de goede weg? Een bericht van een reiziger". Met de hoofdlijnen van het verhaal ben ik het van harte eens. Hier en daar maak ik een kleine kanttekening.

Lees het essay vooral zelf. Uploads/Files/Jeugd-Gezondheidszorg291009-DEF2.doc

Ik pik er een aantal dingen uit. Heel belangrijk is de aandacht die de Waal vraagt voor het belang van het goed gebruiken van de contactmomenten die instanties hebben met kinderen. Die contactmomenten zijn vaak schaars en moeten daarom gekoesterd worden in plaats van verprutst met te veel doorverwijzingen. Dit past heel goed in mijn eerdere pleidooien voor één vaste gezinsmanager per cliënt.  

 

Verhelderend is het onderscheid dat de Waal maakt tussen onnodige zorg, onnutte zorg, onduidelijke zorg en onaffe zorg. Vooral voor het voorkomen van onnutte zorg en onaffe zorg is het volgens de Waal noodzakelijk dat men tijdens het zorgproces aanwezig is en de werkelijkheid observeert. Hij stelt terecht dat indicatiestelling hier geen toegevoegde waarde heeft. Dat geldt overigens wat mij betreft ook voor de onnodige zorg. Het moge duidelijk zijn uit mijn vorige weblogs dat ik juist hier een toegevoegde waarde zie voor de gezinsmanagers van Bureaus Jeugdzorg. Die kunnen voor die onafhankelijke blik in de werkelijkheid zorgen. Voor voldoende checks and balances om te voorkomen dat jeugdzorg onnodig, onnut of onaf wordt aangeboden.

 

Zoals de Waal terecht stelt zit de werkelijke kostenverhogende aanzuigende werking in de jeugdzorg in de rijkdom en tegelijk verkokering van het hulpaanbod. "Iedere hulpverlener en instantie heeft er belang bij zelf iets te doen aan het probleem, binnen het eigen domein, maar ook om het daarna gelegitimeerd door te schuiven naar een andere instantie....Deze keten in het hulpverleningsaanbod functioneert helaas al heel lang, maar is dus vooral gericht op het in stand houden van zoveel mogelijk en verschillend aanbod en veel tussentijdse diagnoses, niet voor het leveren van hulp die werkelijk de zaak oplost, sterker nog vaak ontbreekt de definitie van - voldoende - resultaat." Ik ben het volmondig de Waal eens als hij stelt dat het stroomlijnen van de hulpketen, het verminderen van de indicatiedrukte en het leggen van regie in een ontkokerd financieel systeem rond jongere en gezin met veel vertrouwen in de uitvoerende professionals ons veel van deze kosten zal  besparen.

 

De Waal ziet wat betreft die regierol een belangrijke rol weggelegd voor de GGD's die dan wel een bredere en meer outreachende taakopvatting moeten krijgen zoals bijvoorbeeld nu al de GGD Amsterdam. Ik ben dat met hem eens als het gaat om de regierol voor de eerste lijns jeugdzorg (als onderdeel van de centra voor jeugd en gezin). Voor de tweede lijns jeugdzorg zou wat mij betreft die regierol door de BJZ's vervult moeten worden. Het is daarom vreemd dat de Waal op zijn minst de indruk wekt weinig tot geen rol voor de BJZ's te zien. Temeer omdat hij terecht pleit voor het veel minder vrijblijvend aanbieden van jeugdzorg. Daarvoor zijn toch echt de wettelijke bevoegdheden van de BJZ's op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering nodig. Maar wellicht komt deze omissie in het verhaal van de Waal voort uit zijn wellicht wat eenzijdige beeld van BJZ's als vooral indicatieorgaan (daar moeten we inderdaad vanaf) en zijn terechte wens om de problemen zoveel mogelijk vroeg te signaleren en op te lossen voorin de keten.

 

De Waal pleit terecht voor het budgettair tot één probleem voor één instantie maken maken van de jeugdzorg. Maar hij lijkt zich er op voorhand al bij neer te leggen dat dit niet gaat gebeuren. Als next best oplossing "maar goed genoeg" heeft hij wel erg veel vertrouwen in een oplossing gebaseerd op sturing via informatie, normen, kengetallen en prestatieindicatoren. Maar daarmee doorbreek je de kosten/batenterreur die de jeugdzorg nu kenmerkt niet en vraag je wel heel veel domein overstijgend leiderschap van de betrokken bestuurders. Het is mijns inziens beter om echt vol te gaan voor financiële ontschotting als de systeemwijziging die het aanzien van de jeugdzorg echt fundamenteel zal veranderen omdat het de perverse prikkels voor non-samenwerking en bureaucratisme zal wegnemen.

 

Tot slot verdient het pleidooi  van de Waal voor publieke zeggenschap in plaats van marktwerking in de jeugdzorg bijzondere vermelding. Dat heeft volgens hem alles te maken met het feit dat de werkelijke hulpvraag zich verschuilt en actief gezocht moet worden waarbij het aanbod ook niet-vrijblijvend moet worden aangeboden. Mooier dan de Waal zelf kan ik het niet zeggen en dus volgt hier tot slot een citaat:"Kern is daarbij dat we steeds moeten beseffen dat de verhouding publiek/privaat hier geheel anders is dan op een markt. De vraag verschuilt zich,de echte vrager (het kind of de jongere) is kwetsbaar en verdient publieke bescherming en het aanbod is niet vrijblijvend en belegt met publieke bevoegdheden. Deze laatste gaan heel ver en kunnen ertoe leiden dat de officiële private zeggenschap van ouders over hun kinderen publiek wordt doorbroken en vervangen."

 

Vacatures