bestuur en organisatie / Partnerbijdrage

Verhaal kosten bestuursdwang op appartementseigenaar

Let op: de kosten van bestuursdwang bij dwangbevel die betrekking hebben op gemeenschappelijke gedeelten van een appartementencomplex kunnen ook bij de individuele appartementseigenaren worden ingevorderd! In het arrest van de Hoge Raad van 4 mei 2012, LJN BW4812, staat de vraag centraal of de gemeente de kosten van toepassing van bestuursdwang met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten van een appartementencomplex, bij wege van dwangbevel op de voet van artikel 5:26 lid 1 (oud) Awb van een individuele appartementseigenaar kan invorderen.

Artikel 5:26 lid 1 (oud) Awb luidt als volgt:

"Het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft toegepast, kan van de overtreder bij dwangbevel de ingevolge artikel 5:25 verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen.".

Meer concreet spitst het geschil zich in cassatie toe op de vraag of de individuele appartementseigenaar moet worden aangemerkt als overtreder in de zin van artikel 5:26 (oud) Awb, indien de aanschrijving tot het treffen van voorzieningen aan de gemeenschappelijke gedeelten slechts gericht is aan de VvE en niet aan de individuele appartementseigenaar.

Casus

Eiser tot cassatie (hierna: “de individuele appartementseigenaar”) is eigenaar van een appartement in ’s-Gravenhage, dat deel uitmaakt van een appartementencomplex. Hij is uit dien hoofde lid van de VvE. In 2000 heeft de gemeente op grond van artikel 14 lid 1 (oud) Woningwet de individuele appartementseigenaar onder aanzegging van bestuursdwang aangeschreven om een aantal voorzieningen te treffen met betrekking tot zijn appartement. Op diezelfde datum heeft de gemeente eveneens op grond van artikel 14 lid 1 (oud) Woningwet de VvE onder aanzegging van bestuursdwang aangeschreven een aantal voorzieningen te treffen ten aanzien van (onder meer) de gemeenschappelijke gedeelten van het appartementencomplex. Deze aanschrijving heeft de gemeente gericht aan de VvE, maar gezonden aan de individuele appartementseigenaren. De voorzieningen zijn niet binnen de gestelde termijn getroffen. De gemeente heeft daarom aan een aannemingsbedrijf opdracht gegeven de voorzieningen aan de gemeenschappelijke gedeelten en het appartement van de individuele appartementseigenaar uit te voeren. In 2005 heeft de gemeente de individuele appartementseigenaar gesommeerd om de kosten van de aannemer en de door de gemeente gemaakte kosten te voldoen. Aan deze sommatie heeft de individuele appartementseigenaar geen gehoor gegeven. De gemeente heeft daarom in 2006 aan de individuele appartementseigenaar een dwangbevel laten betekenen. In dat dwangbevel zijn de kosten van bestuursdwang aan het appartement van de individuele appartementseigenaar opgenomen en een deel van de kosten dat betrekking had op de gemeenschappelijke gedeelten, waarvoor de individuele appartementseigenaar op grond van artikel 5:113 lid 5 BW aansprakelijk kan worden gehouden. Tegen dit dwangbevel is de individuele appartementseigenaar in verzet gekomen.

 

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de kosten van bestuursdwang met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten van het appartementencomplex bij wege van dwangbevel van de individuele appartementseigenaar kunnen worden ingevorderd en motiveert dat als volgt. De kosten van bestuursdwang kunnen op grond van artikel. 5:26 lid 1 (oud) Awb van de overtreder bij dwangbevel worden ingevorderd. Overtreder is in dit geval degene die in strijd met artikel 21 lid 1 (oud) Woningwet niet voldoet aan een tot hem gerichte aanschrijving. Volgens de Hoge Raad moet in het onderhavige geval niet alleen de VvE, maar ook de individuele appartementseigenaar worden aangemerkt als overtreder in de zin van artikel 5:26 lid 1 (oud) Awb. De Hoge Raad legt daaraan ten grondslag dat een aanschrijving aan een VVE tot het treffen van voorzieningen aan gemeenschappelijke gedeelten tevens is aan te merken als een aanschrijving aan de, op grond van artikel 5:126 lid 2 BW door de VvE vertegenwoordigde, appartementseigenaren tezamen. De kosten in de zin van artikel 5:26 lid 1 (oud) Awb kunnen dan ook van de individuele appartementseigenaar bij dwangbevel worden ingevorderd, aldus de Hoge Raad.

Conclusie

Het was lange tijd onduidelijk of de kosten van bestuursdwang met betrekking tot de gemeenschappelijke gedeelten van een appartementencomplex op de individuele appartementseigenaren konden worden verhaald. In de lagere rechtspraak werd daarover wisselend geoordeeld (zie onder andere Rechtbank ’s-Gravenhage 23 mei 2007, LJN BA7186, Rechtbank Rotterdam 4 februari 2009, LJN BH5455, Gerechtshof ’s-Gravenhage 15 maart 2011, LJN BP8059 en Rechtbank Rotterdam 22 juni 2011, LJN BR0110). Met dit arrest maakt de Hoge Raad een einde aan de bestaande onduidelijkheid. De Hoge Raad oordeelt dat een aanschrijving aan een VvE tot het treffen van voorzieningen aan gemeenschappelijke gedeelten tevens is aan te merken als een aanschrijving aan de, op grond van artikel 5:126 lid 2 BW door de VvE vertegenwoordigde, appartementseigenaren tezamen. Niet alleen de VvE, maar ook de individuele appartementseigenaren moeten dan ook aangemerkt worden als overtreders en de kosten in de zin van artikel 5:26 lid 1 (oud) Awb kunnen dan ook van de individuele appartementseigenaren worden ingevorderd.

Hoewel artikel 5:26 (oud) Awb inmiddels is vervallen, is deze uitspraak ook relevant voor de per 1 juli 2009 gewijzigde regeling van kostenverhaal in de Awb (zie de artikelen 5:25, 5:10 en 5:2 Awb).

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.