of 63000 LinkedIn

Wie is hier eigenlijk de baas?

Boris Gooskens Reageer

Vorig jaar was ik met een gemeente in gesprek over hun ambitie om flexibel en wendbaar te worden. Na een tijdje bleek waarom het niet lukte: de controller was de baas. De afdeling control stuurde zodanig op doelmatigheid, rechtmatigheid en verantwoording dat elke verandering in de kiem werd gesmoord. Op de vraag ‘wie is hier eigenlijk de baas?’ komen we soms bijzondere antwoorden tegen.

Zoals de carnavalsvereniging die formeel drie dagen per jaar de sleutel van het stadhuis overgedragen krijgt, maar waar in de praktijk ook de rest van het jaar de Raad van Elf de koers van de gemeente bepaalt tijdens de bestuursvergaderingen en netwerkborrels. De wethouder met het machtige politieke en zakelijke netwerk die in zijn vierde termijn de ambtenaren opdraagt wat de inhoud van hun advies moet zijn op onderwerpen buiten zijn portefeuille. Of de handige ondernemer die middels sponsoring, kennissen en vastgoedprojecten de ongekroonde onderkoning van het dorp is geworden.

 

Soms is het juist interessant te weten wie níet de baas is, zoals de burgermeester die geen grip meer heeft op het verloop van de collegevergaderingen of de gemeentesecretaris die in de voorbereiding van besluiten constant gepasseerd wordt door de rest van het managementteam (MT). Macht is immers relatief, de macht van de één zegt iets over de zwakte van de andere spelers. In een wankel evenwicht kan één nieuwe speler de verhoudingen op het speelveld veranderen.

 

Wat leren we van deze voorbeelden? In een democratie wordt de macht idealiter gedeeld. In een robuuste organisatie kun je niemand aanwijzen die écht de baas is. Macht is informeel en afhankelijk van persoonsgebonden factoren zoals kennis, netwerk en overtuigingskracht. Personen met dezelfde formele bevoegdheden kunnen aan die bevoegdheden een zeer uiteenlopende invloed ontlenen. Formele afspraken kunnen informeel leiderschap echter wel inkaderen, onze ervaring is dat een besturingsfilosofie kan dienen als een stok achter de deur.

 

In een besturingsfilosofie wordt de rolverdeling tussen raad, college en ambtelijke organisatie vastgelegd, zowel waar het gaat om de onderlinge samenwerking als de contacten met de samenleving. Bijvoorbeeld door vast te leggen hoe om te gaan met individuele verzoeken van burgers aan raad en college of door af te spreken dat besluiten voordat ze in het college komen eerst langs het MT gaan. Het gesprek over de besturingsfilosofie – met vragen als ‘hoe willen wij met elkaar omgaan?’ en ‘wat vinden we wel en niet normaal?’ – is minstens zo relevant als het resultaat.

 

Boris Gooskens, Algemeen Directeur bij Rijnconsult

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.