of 60775 LinkedIn

Wat de ROB vergat: nieuwe wegen voor de gemeenteraad

Onno de Zwart 1 reactie

Het advies van de Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) over een meer sturende rol van de gemeenteraad in het sociaal domein blijft in haar aanbevelingen teveel binnen traditionele kaders. Juist het sociaal domein vraagt in haar complexiteit en ambiguïteit een gemeenteraad die nieuwe wegen in durft te slaan.

Het advies dat beschrijft hoe gemeenteraden worstelen om een sturende rol te krijgen, laat zien dat politieke debatten over maatschappelijke waarden nauwelijks van de grond komen en signaleert dat colleges te sturend zijn. De ROB komt met aanbevelingen om hier verandering in te brengen. De kern van de boodschap is dat de decentrale taak van de gemeenten meer gepolitiseerd moet worden. Dit lijkt op het eerste gezicht een logisch advies. Vanuit diverse hoeken is commentaar gekomen op het advies waarbij of gepleit werd voor een versterking van de volksvertegenwoordigende rol, of dat er om politiek te sturen een steviger ondersteuning en advisering voor de raad nodig is of dat gemeenteraden een stem moeten krijgen in de landelijke besluitvorming over decentralisaties. Wat aan deze kritiek mist, is dat niet buiten de traditionele kaders van het gemeenteraadswerk wordt getreden.

 

De focus van het sociaal domein op kwetsbare personen leidt er volgens het advies toe dat nauwelijks politieke debatten over waarden en kaders van beleid worden gevoerd. Daardoor zou het niet correct zijn om dan (partij) politiek te voeren over prioriteiten in het sociaal domein. Over die constatering wordt te makkelijke heen gestapt, zeker als je beseft dat in elke kwartaalmeting die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar burgerperspectieven uitvoert, de gezondheidszorg en ouderenzorg als de belangrijkste prioriteit voor de politieke agenda worden gezien. Raadsleden voelen het grote belang dat burgers er aan hechten blijkbaar goed aan. Waarom zouden zij dan opeens een politieke discussie over prioriteiten gaan voeren?

 

Het vraagt dan ook om een ander en nieuw lokaal maatschappelijk gesprek. De gemeenteraad moet naar buiten en andere vormen van gesprek met burgers en maatschappelijke partners gaan organiseren. Het ontbreekt tot nu toe aan het echte lokale gesprek over maatschappelijke waarden in het sociaal domein en welke keuzen burgers zouden willen maken. Gesprekken die verder gaan dan de focus op eventuele misstanden, maar juist de dialoog aangaan over welke waarden burgers belangrijk vinden. Wat betekenen die waarden voor keuzen en welke financiële gevolgen zou dat mogen hebben. Een gesprek gebaseerd op kennis en de diverse ervaringen en perspectieven van alle betrokkenen.

 

Tijdens deze coronacrisis merken we dat burgers beseffen dat er altijd in onzekerheid perspectieven moeten worden afgewogen en keuzes gemaakt. Uitgaande van dat besef en lerend van ervaringen over andere vormen van lokaal gesprek, liggen er talloze kansen. Het niet voeren van het maatschappelijke gesprek buiten de traditionele raadsvergadering zal de ervaren tegenstelling, tussen burgers voor wie zorg belangrijk is en de beleving dat de lokale politiek alleen nog over geld en bezuinigingen praat, alleen maar aanwakkeren.

 

Tijd dus voor de gemeenteraad om nieuwe wegen in te slaan om zo van de decentrale taak een politieke en gemeenschappelijke zaak te maken.

 

Onno de Zwart, algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en tot november 2019 directeur Welzijn, Zorg & Jeugdhulp bij de gemeente Rotterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door cri (jur. adv) op
Wat moet een gemeente aan met de aan hen overgedragen taken op het terrein van de jeugdzorg (als voorbeeld want er zijn veel anderen). Praktijk: men schrijft in al die honderden gemeente het aangeleverde VNG concept-raadsvoorstel en idem verordening over en stelt het vast. Allemaal de keukentafelgesprekken, allemaal dezelfde percentages, beleidsregels, allemaal geen idee van al die instellingen wat daar mee te doen, geen idee een zinnig eigen beleid in te voeren, een robuuste gesprekspartner te zijn met die instellingen over indicering, trajectverloop,resultaten declaraties. Gemeenten zijn de sitting dunks richting de hulpvrager, (waarom loopt de hulpvraag nu ineens op nu gemeenten indiceren), en richting de zorginstellingen. Gemeenten zijn niet in staat om zo'n stuk beleid uit te voeren, tenzij zij voldoende kritische massa hebben en voldoende eigen beleidsruimte hebben. De meeste gemeenten schrijven de VNG-voorstellen over en de burger die wil juist ook geen verschil in beleid tussen zijn gemeente en die van de aanliggende. Geen wil tot verschil. Argeloos de argumenten overnemend van de rijksoverheid van dichter bij de burger, goedkoper, efficiënter, integrale aanpak, mantelzorg voorop terwijl heel Nederland werkt.
Ik snap de heer zwart wel dat hij op zoek is naar nieuwe wegen maar die zal hij niet vinden vrees ik want bij de meeste gemeenten (minder dan 150.000 inwoners?) ontbreekt de organisatie, kennis daadkracht en schaal. Goede vraag zou zijn hoe de heer Zwart als voormalig hoofd `welzijn ca van Rotterdam kan verklaren hoe "eigen" het beleid van R'dam eigenlijk wel was, hoe de toename van de vraag na de decentralisatie toenam, en nu bijna elke jongere waar een vlekje aan wordt waargenomen plots nu ineens in een traject zit. Is het niet hetzelfde als met de rugzakjes in het basisonderwijs. Elk aanbod schept zijn vraag en NL is nu dan ook wereldkampioen autisme, disclectie etc. van de wereld per 100.000 l.l.
De schaal van deze taken moet hogerop en juist niet gepolitiseerd, weg bij gemeenten en richting provincie bijv. dan hebben die ook weer eens een substantieel taak, want deze bestuursschaal ligt toch gewoon op apegapen?
Ik wil met mijn betoog zeker niets afdoen aan het vele werk en inspanningen die gemeenten zich getroosten om het werk uit te voeren, maar het is werk dat op de verkeerde plaats en bestuursniveau wordt uitgevoerd.
Alles is bijna terug te voeren op de onwil van het rijk om nu eens voor goed en altijd een fatsoenlijk herverdeling (lees opschaling) van bestuurslagen tot stand te brengen die passen in deze tijd met nadruk op goeide uitvoering meer dan op al dan niet vermeende politieke keuzes die Den Haag maakt en niet de gemeenten maar die hun daarmee wel opzadelt..