of 59147 LinkedIn

Waken voor machtsbederf, integriteit anno 2018

1 reactie

In een toespraak in 1992 maakte de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Ien Dales, het begrip machtsbederf bespreekbaar. Het openbaar bestuur moest zich in de moderne maatschappij weren tegen de ontkenning van de hoge waarden, waar onze democratische rechtstaat voor staat.

Met machtsbederf introduceerde zij een breed, niet juridisch begrip, dat elementen van verval, ontbinding en normvervaging in zich droeg. Zij vroeg van allen die een rol in het openbaar bestuur vervulden een hoge moraal en permanente aandacht voor bestuurlijke zuiverheid. Haar oproep had tot gevolg dat in bestuurlijk Nederland een begin werd gemaakt met het vormgeven van integriteitsbeleid. Er werd een gemeenschappelijk integriteitskader ontwikkeld, in de vorm van gedragscodes, onderzoeksprotocollen en meldregelingen, waardoor het thema integriteit, wellicht onbedoeld, een juridisch karakter kreeg.

 

Die ontwikkeling, die grofweg tot 2004 duurde, is te kenmerken als integriteitsbeleid 1.0, de eerste aanzet om integriteit in het openbaar bestuur te borgen. Gedurende dit proces raakte de term machtsbederf, met een veel bredere en krachtige morele notie, in onbruik. Later is het besef ontstaan dat door het te juridiseren, het begrip integriteit met een negatieve lading belast werd. Bovendien, creatievelingen beschouwden alles wat niet expliciet verboden was als toegestaan of, nog erger, als integer.

 

Kortom, in de praktijk bleek al snel, dat integriteit, of nog sterker, integer gedag, zich niet goed liet vastleggen in regels en verordeningen. Men vroeg als het ware om een scheidsrechter (buiten zichzelf) om uitspraak te doen of iets wel of niet integer was. En er bleek behoefte aan een verbreding van het thema door toevoeging van een sterke morele component.

 

In dat kader is het beleid verder doorontwikkeld (2.0)  In dat proces is integriteit verbreed tot een integrale beroepsverantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid dwingt je om over je eigen gedrag en houding na te denken en nodigt je uit tot het ontwikkelen van moreel besef als beroepscompetentie. Niet als een extra belasting maar als een natuurlijk onderdeel van je functioneren.

 

De meeste organisaties ondersteunen deze beweging door, met het organiseren van trainingen, workshops en het instellen van een moreel beraad, de ambtenaren en politici in staat te stellen morele vaardigheden te ontwikkelen en integer gedrag te stimuleren. Integriteit is een vorm van kwaliteit, en krijgt nu een positieve connotatie, is in de volle breedte bespreekbaar en herkenbaar.

 

Die ontwikkelingen volgend kun je voorzichtig stellen dat de integriteitsvolwassenheid van het openbaar bestuur zich nog steeds in opwaartse richting beweegt. En we hebben al een hele weg afgelegd sinds 1992. De uitdaging voor de uitbouw van het integriteitsbeleid anno nu is het verder ontwikkelen van een evenwichtig vrijwillig sanctiebeleid, het wapenen tegen ondermijning en ongewenste beïnvloeding van buitenaf. Ook door intensiever te gaan samenwerken, zoals we dat al jaren in Limburg doen, kunnen we de aandacht voor bestuurlijke zuiverheid versterken.

 

Maar dan moeten we wel een zelfde integriteitsbegrip hanteren en ons niet tot een smalle juridische interpretatie laten verleiden. Dales heeft ons een grote dienst bewezen door ons op de kracht van integer bestuur te wijzen. De opdracht die zij het openbaar bestuur heeft meegegeven is nog steeds actueel en waken voor machtsbederf blijft geboden. Machtsbederf… een mooie term voor iets lelijks.

 

Theo Bovens, gouverneur provincie Limburg
Rick Duiveman, senior beleidsmedewerker integriteit provincie Limburg

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door loekoek (vm. jur.medew.gsd) op
Met interesse gelezen. Kreeg wel de indruk dat een woordenbrij is gemaakt om het eigen gelijk te kunnen profileren. Het woord machtsbederf is meer iets voor de slager. Machtsmisbruik is meer iets des bestuurs. Overigens blijft men de Trias Politica ondergraven en dat moet een reden hebben. Angst voor de juridische poot? Liever zelf oplossen via "vrijwillig sanctiebeleid" brengt het bestuur in de achterkamer. Dat vraagt om halve oplossingen.