of 63000 LinkedIn

Toeslagengedrag ‘niet evenredig’ of niet integer?

Caroline Raat Reageer

Mij leek het voor de hand liggen: institutionele vooringenomenheid, zoals in de toeslagenaffaire, is in strijd met het verbod op vooringenomenheid. Dit staat in artikel 2:4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht. De bepaling betekent dat sympathieën, antipathieën en persoonlijke meningen geen rol mogen spelen bij bestuursbeslissingen zoals toeslagen of vergunningen. Het is met lid 2 Awb – het verbod op belangenverstrengeling – de basis voor bestuurlijke en ambtelijke integriteit.

Ik zocht naar publicaties over institutionele vooringenomenheid, toeslagen en artikel 2:4 Awb. Ik vond er één: 'Vermalen door de overheid' door Pieter Klein van RTL. Verder niets. Zelfs in rapporten over de toeslagenaffaire van de Nationale ombudsman geen spoor van artikel 2:4 Awb. Is institutionele vooringenomenheid dan geen vooringenomenheid? 

 

In reflectietrajecten en themanummers betuigen bestuursrechters en -wetenschappers hoe hard de overheid was. Zij hebben ook al een oplossing. Sinds enige jaren is responsief bestuursrecht, geleend uit de klassieke rechtssociologie, het modewoord, evenals ‘maatwerk’ en ‘prettig contact’.

 

Van meer menselijkheid en fatsoenlijke bejegening wordt de overheid natuurlijk niet minder. Wat andersdeskundigen verbaast, is het gemak waarmee de inner crowd –  gevolgd door het legioen adviseurs – responsiviteit, maatwerk en daarbovenop evenredigheid omarmt. Die begrippen gaan namelijk niet over willekeur, vooringenomenheid en belangenvermenging; waaronder het belang van de organisatie om de reputatie te beschermen.

 

Belangrijke overheidswaarden als gelijkheid, neutraliteit en objectiviteit worden hiermee, als men niet heel goed oppast, verkwanseld. Met meer beslisruimte voor ambtenaren die daarin niet goed getraind en gecontroleerd door anderen aan de slag gaan, is dit een recept voor nog meer vooringenomenheid. Mensen – ook professionals – zijn namelijk behept met bias: veel besluiten nemen we niet rationeel, maar volgens de neuropsychologie met ons ‘snelle brein’.

 

Dat geeft niets, maar willekeur moet wel ingekaderd worden. De auteurs schrijven dat een professionaliseringsslag hiervoor nodig is, maar werkt dat?  Begonnen achter een overheidsloket besef ik dat er echt een ‘knop om moet’ als er iemand komt die afwijkt van de norm – of hij nu stinkt naar drank of dat collega’s al hebben ingefluisterd dat het een fraudeur is. Die knop is niet aangeboren, maar moet steeds worden afgesteld en geijkt.

 

In 2007 noemde ik dit rechtsstatelijkheid als evenwichtskunst: je moet als ‘overheidsdienaar’ (niets mis met dat woord!) objectief, onpartijdig en neutraal handelen en tegelijkertijd responsief maatwerk leveren. Niet alleen als een ander meekijkt, maar altijd. Verkeerd gebruik van macht is niet onevenredig, het is meer dan dat.

 

In zaken van klanten zie ik bevooroordeeldheid, gebrekkige dossiers en onprofessioneel feitenonderzoek – de toeslagenaffaire is geen uitzondering. Om daar verandering in te krijgen, is meer nodig dan reflectie door mensen uit het systeem die alleen of vooral bestuursrechtelijk denken. Niet omdat zij slecht zijn; zij zijn bedrijfsblind.

 

Wat volgens de wetenschap helpt, is een open mind. Laat iedereen meedenken. Niet alleen bestuurders, rechters, een paar geselecteerde burgers en rechtswetenschappers. Organiseer een breed maatschappelijk debat op open uitnodiging. Houd de agenda open en moedig jonge mensen aan. Je weet van tevoren immers nooit waar welke goede en praktisch bruikbare ideeën vandaan komen.

 

Caroline Raat, jurist en bestuurswetenschapper, gespecialiseerd in integriteit en behoorlijk bestuur

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.