of 59123 LinkedIn

Staat gaat confrontatie aan met kerk

Reageer

Ik wil reageren op uw rubriek ‘Over de grens’ (Binnenlands Bestuur, nummer 9) waarin het gaat over de scheiding van kerk en staat. 

Over het algemeen ben ik daar een voorstander van. Wat mij echter opvalt in de discussie is dat die vrijwel altijd één richting uitgaat: de mogelijke beïnvloeding van de staat door de kerk, dan wel eventuele subsidiering van de kerk met overheidsmiddelen. Ik hoor heel weinig over de stroom die de andere kant uitgaat: hoe de staat probeert de kerk te beïnvloeden. Daar loop ik zelf vooral tegenaan bij de geloofsbeoordeling van vluchtelingen door de IND.

Veel vluchtelingen komen hiernaartoe omdat ze vanwege hun geloof vervolgd worden. Dat treft niet alleen christenen, maar alle geloofsgemeenschappen, inclusief moslims. Sinds enkele jaren stelt de IND de expertise te hebben verworven om zelf te kunnen beoordelen of een vluchteling echt christen is, dan wel een bekering heeft doorgemaakt. Daarbij wordt de lat enorm hoog gelegd, vele malen hoger dan bij Nederlandse christenen. Er moet een behoorlijke kennis van de Bijbelse geschiedenis zijn en het Godsbeeld wordt uitgebreid getoetst. Vervolgens volgt vrijwel altijd een afwijzing waarin de IND aangeeft dat de bekering of het christen-zijn als ongeloofwaardig is beoordeeld. Ook wanneer er referentiebrieven liggen van kerken die de betreffende vluchteling als lid hebben opgenomen.

Juist om in twijfelgevallen tot een oordeel te kunnen komen, hebben de kerken de commissie-Plaisier ingesteld, die door de IND om advies kan worden gevraagd. Deze werkwijze werd echter door de IND als niet-efficiënt ervaren (zorgvuldigheid kost tijd) en hiervan wordt geen gebruik meer gemaakt. IND-medewerkers mogen nu zelf alle geloofsvragen beoordelen. Dit pakt desastreus uit. Van het grootste deel van de vluchtelingen die wij in onze kerk hebben is hun christen- zijn, of hun bekering naar het christendom, door de Nederlandse staat in eerste instantie ongeloofwaardig geacht. Dit is dan het argument waarmee een voornemen tot afwijzing van de asielaanvraag wordt afgegeven. Daar moet dan op gereageerd worden met een zienswijze en het eindoordeel ligt meestal bij de derde macht, de rechtbank.

Er vindt dus een stelselmatige beoordeling plaats van de geloofsovertuiging van kerkleden ten behoeve van een bestuursrechtelijke procedure. Dat is geen simpele vaststelling van een breed gedragen feit, want er is hierover geen consensus met de kerk en met het kerklid. Integendeel: de staat gaat op dit vlak de confrontatie met de kerk aan. Individuele leden worden door de IND ongeloofwaardig als lid van hun gemeenschappen geacht en dat standpunt wordt ingebracht in de procedure.

Met deze handelswijze heeft de staat zich volgens mij op een hellend vlak begeven. Want waarom zou de staat die grens niet nog wat kunnen oprekken zodat ook op andere beleidsterreinen geloofsbeoordelingen in het bestuursrecht ingezet kunnen worden? Scheiding van kerk en staat is daarmee veel verder weg dan sommige politici zich bewust zijn.

Gert Schouwstra, raadscommissielid voor de ChristenUnie in Súdwest-Fryslân

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.