of 63082 LinkedIn

Omgevingswet en lokale autonomie: een raadsel

Hansko Broeksteeg, Rian de Jong 1 reactie

Dat de Omgevingswet grote gevolgen heeft voor de gemeentelijke taakuitoefening, zal inmiddels wel duidelijk zijn. Op belangrijke onderdelen bestaan echter nog steeds vraagtekens ondanks dat de inwerkingtreding van de wet is voorzien voor 2022.

Zo is bijvoorbeeld niet goed nagedacht over de gevolgen van het opnemen van autonome regels in het omgevingsplan en is diffuus wat de gevolgen van de Omgevingswet zijn voor de gemeentelijke autonome taakuitoefening. Wij verstaan daaronder de vrijheid van gemeenten om de eigen huishouding te besturen en te regelen, dat wil zeggen zonder agendadwang van een andere (‘hogere’) overheid.

 

In de Omgevingswet neemt het omgevingsplan een centrale plek in: de gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente het plan vast. In dit plan worden regels opgenomen die de fysieke leefomgeving betreffen; het gaat dan met name om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het reguleren van activiteiten die de fysieke leefomgeving wijzigen en/of deze langdurig beïnvloeden.
Dat kunnen regels zijn die nu tot de gemeentelijke autonome bevoegdheidsuitoefening behoren. Te denken valt aan regels omtrent monumenten, het kappen van bomen of het uiterlijk aanzien van de gemeente.

In de eerste fase van de Omgevingswet werd nog de één-document-gedachte benadrukt, later werd duidelijk dat deze onderwerpen deels in het omgevingsplan thuishoren en volgde er op een aantal punten een globale afbakening. Vanaf 2019 is pas gestart met het preciezer in kaart brengen van de gevolgen voor autonome regels, onder meer door staalkaarten en handreikingen van de VNG, maar er blijven veel vragen.

 

De regulering van zones voor consumentenvuurwerk bijvoorbeeld. Dat is nu geregeld in de APV. Voor regulering in het omgevingsplan pleit dat het gaat om een activiteit die stank- en geluidsoverlast geeft. In de praktijk spelen echter vooral risico’s van openbare orde en veiligheid. Of neem wildkamperen: dat is vooral een persoonsgerichte, tijdelijke activiteit, maar betekent dat dan dat dit onderwerp niet in het omgevingsplan thuishoort?


Slecht doordacht is de keuzevrijheid die gemeenten deels krijgen om een onderwerp al dan niet in het omgevingsplan op te nemen. Te denken valt aan de regulering van parkeerexcessen en objecten op de openbare weg. Die keuzevrijheid leidt tot de potentieel bijzondere situatie dat de ene gemeente kan kiezen voor opname van een onderwerp in het in medebewind gevorderde omgevingsplan, terwijl de andere gemeente kan besluiten hetzelfde onderwerp in een autonome verordening te regelen, met alle juridische gevolgen van dien: het regime van toezicht en taakverwaarlozing is anders, de mogelijkheden van financiële compensatie voor de uitvoering en de rechtsbescherming kunnen op punten verschillen.

Het lijkt erop dat de wetgever zich dat niet heeft gerealiseerd.


Hoe dan ook lijkt er een verschuiving plaats te vinden, van onderwerpen die gemeenten vooralsnog in autonomie behartigen, maar met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in medebewind. Dat is niet alleen principieel van belang, daaraan zijn ook rechtsgevolgen verbonden. Opheldering is nodig voordat wordt besloten de Omgevingswet in werking te laten treden.

 

Hansko Broeksteeg, universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit 
Rian de Jong, universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Marileny op
Volgens mij dat het idee van de omgevingswet is Gemeenten stimuleren om samen te werken. Hoe better de samenwerking tussen Gemeenten loopt, hoe makkelijk is de uitvoering van de omgevingswet en de consequenties voor iedereen.