of 59147 LinkedIn

Ollongren haalt Thorbecke van zijn voetstuk

Marcel Boogers 3 reacties

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken hield woensdag 10 oktober haar Thorbeckelezing in Zwolle. Het was jammer dat ze hem vanwege ziekte door secretaris-generaal Maarten Schurink moest laten voorlezen, want het was een gedenkwaardig betoog dat het verdiende door haar zelf te worden uitgesproken. Het zal me niets verbazen als we hem later zullen herinneren als het begin van een ingrijpende hervorming van het binnenlands bestuur. De eerste stap is in ieder geval gezet.

Wat allereerst opvalt is de stijl van haar lezing, die de vorm heeft van een brief aan Thorbecke. ‘Beste Rudolf, Ik schrijf je, omdat iets met je wil delen.’ Door zich persoonlijk tot hem te richten gaat Ollongren als het ware naast hem staan, waarmee ze de grote staatsman bijna achteloos van zijn voetstuk haalt. Dat onderstreept haar visie op Thorbeckes erfenis, die eveneens bijzonder is.

 

In het denken over het binnenlands bestuur wordt de naam Thorbecke namelijk vaak geassocieerd met staatkundige dogma’s. Vaak wordt dan verwezen naar het ‘huis van Thorbecke’, hoewel Thorbecke zijn staatsbestel nooit zo zou hebben genoemd. Volgens Ollongren is het hoog tijd dat tegen het heilige huisje van Thorbecke wordt aangetrapt. Daarbij benadrukt Ollongren dat Thorbecke zelf niet anders zou doen. ‘Je zei met zoveel woorden: openbaar bestuur moet met zijn tijd meebewegen, anders zal het niet meer naar behoren functioneren.’ Zo verwisselt ze het beeld van Thorbecke als dogmatische staatsrechtgeleerde voor het beeld van Thorbecke als moderne hervormer. Een erg slimme manier om de geesten rijp te maken voor veranderingen in het binnenlands bestuur.

 

Minister Ollongren laat zich duidelijk door Thorbeckes hervormingszin inspireren, en dat is het derde dat bijzonder is aan haar lezing. Vooral omdat haar voorgangers er juist veel aan hebben gedaan om vernieuwingen tegen te houden of terug te draaien. Zo werden Amsterdam en Rotterdam niet lang geleden gedwongen om hun stadsdeelbesturen te ontmantelen en werd de WGR-plus regeling afgeschaft. Als het aan de minister ligt, kan dat straks allemaal weer: ‘waarom – als sommige gemeenten dan toch meer taken op zich nemen – eigenlijk een ‘nee’ tegen de mogelijkheid om gemeenten meer hun eigen bestuur in te laten richten?’  In naam van Thorbecke hebben gemeenten en provincies bij Binnenlandse Zaken te vaak nee gehoord; en als het aan de minister ligt gaat dat dus snel veranderen.

 

Een lezing als deze is natuurlijk bedoeld om te prikkelen en hoort daarom juist vragen op te roepen. De eerste vraag is natuurlijk: welk probleem lost dit op? Dat gemeenten meer mogelijkheden willen om hun bestuur zelf in te richten, wil niet zeggen dat ze daardoor ook beter in staat zijn om hun problemen aan te pakken. Toch is het de minister daar wel om te doen. Volgens Ollongren is meer maatwerk en differentiatie nodig om de grote variëteit aan lokale en regionale problemen te lijf te gaan, maar nergens wordt uitgelegd waarom. 

 

De tweede vraag is: met welke randvoorwaarden moeten gemeenten rekening houden als ze hun bestuur zelf inrichten? Hoeveel maatwerk en differentiatie willen we toestaan? Ollongren stelt in haar lezing dat meer verschil mogelijk moet zijn om de eenheid te bewaren, maar waar de balans tussen eenheid en verscheidenheid ligt is niet helder. Ollongren roept in herinnering dat Thorbecke een einde maakte aan de lappendeken van steden, dorpen, ambachten, grietenijen en heerlijkheden, maar ze laat in het midden of ze een nieuwe lappendeken wil laten ontstaan.


De derde en laatste vraag is het belangrijkste: wie gaat straks bepalen binnen welke kaders gemeenten hun bestuur zelf mogen inrichten? En als gemeenten dat straks gaan doen, wie mogen daar dan over meepraten? Het probleem van dit soort bestuurlijke discussies is namelijk dat de belangen van bestuurders snel voorop komen te staan. En omdat deze belangen vaak tegenstrijdig zijn, is de kans klein dat de gewenste maatwerkoplossingen ook van de grond komen. En ook als bestuurders er samen wel uitkomen, is het maar de vraag of de samenleving met alle vernieuwingen gediend is.


Een logische volgende stap is dus dat ook de samenleving in het debat wordt betrokken. De urgentie voor hervormingen kan zo krachtiger worden uitgedragen en het draagvlak ervoor verbreed. De minister zal daarom meer lezingen moeten geven en gesprekken moeten houden op plekken waar normaal haar collega-ministers komen: bij sociale partners, het onderwijs, de zorg. Alleen dan kan haar hervormingsagenda succesvol zijn.

 

Marcel Boogers

Hoogleraar innovatie en regionaal bestuur aan de Universiteit Twente

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Henk Knoop (Teamleider) op
Ik heb het artikel wel uitgelezen. Ik vind het jammer dat de gedachte van het opnieuw inrichten het openbaar bestuur na het hanteren van het fileermes door een hoogleraar al bij voorbaat van tafel wordt geveegd. Het idee om het bestuur en de inrichting ervan opnieuw te bestuderen en aan te passen aan de eisen van deze tijd is beslist goed. Al is het alleen maar omdat de 19e eeuwse samenleving; versnipperd, met een niet zo goed opgeleide en arme bevolking en ruikend aan een opkomende industrialisatie, niet te vergelijken valt met de samenleving van nu; hoog opgeleide en welvarende bevolking, post industrieel èn onderdeel van een globale samenleving met een verschuivend machtsevenwicht, met bovendien een laag democratisch gehalte van de Europese democratie. Een samenleving die door die veranderingen meer lokaal krachtig en passend bestuur vereist. Een stelling die ook internationaal overigens meer en meer wordt betrokken is om de urbane samenlevingen meer zichzelf vorm te laten geven en te besturen.
Het ergste vind ik echter nog dat 'de boel wordt af geserveerd' met argumenten van die 19e eeuw. Het 'Huis' heeft zijn diensten bewezen, maar begint te kort te schieten -en ja, ook nu weer zonder voorbeelden e.d.- en we hoeven niet alles weg te gooien, dat houdt opnieuw naar ons bestuur kijken ook niet in. Het getuigt van realiteitszin die je van een minister van Binnenlandse Zaken verwacht, waarbij zij aangetekend dat ik geen fan ben van deze minister.
Door m (u) op
Slecht stuk. Waarschijnlijk weer een zeperd voor de zoveelste recente BZK minister. Ook Boogers laat niet een van zijn sterkste stukken zien. Waar Thorbeckse'streven gesteund werd door een opkomende burgerij zit er achter Ollengren's en Boogers' vernieuwingsdrift eigenlijk niets. De zin Urgentie voor hervormingen kan zo krachtiger worden uitgedragen en het draagvlak ervoor verbreed' geeft aan goed de leegte van haar lezing en dit stuk van Boogers aan. innovatie moet inhoud hebben en geen marketing truc zijn. Beiden kunnen niet op de sokkel van Thorbecke staan.
Door Arie op
"Minister Ollongren hield op woensdag 19 oktober haar Thorbeckelezing.
Helaas was ze door ziekte niet in staat om die uit te spreken".

Toen ben ik maar gestopt met verder lezen...