of 63000 LinkedIn

Laat gemeenteraad risicoanalyse kandidaat-wethouders inrichten

Niels Karsten Reageer

Rijk en gemeenten werken intensief aan versterking van de integriteit van het lokaal bestuur. Onderdeel van de aanpak is het 'Wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur'. De nota van wijziging daarop stelt voor om de al vrij gangbare risicoanalyse voor kandidaat-wethouders verplicht te maken en gemeenteraden in een verordening regels over reikwijdte en proces te laten vaststellen. Dat biedt veel ruimte om de risicoanalyse vorm te geven. ‘Prachtig!’, hoor ik verdedigers van lokaal zelfbestuur zeggen.

Verrassend genoeg pleiten VNG en de Wethoudersvereniging echter voor bij wet afgedwongen uniformiteit in de vormgeving en uitvoering van de risicoanalyses. Ze geven daarmee weinig blijk van voeling met het integriteitsbegrip, zetten de autonomie van gemeenten wel heel snel bij het grofvuil, en nemen een motivatie bij gemeenteraden weg om het zo belangrijke gesprek over integriteit te blijven voeren.

Integriteitsopvattingen zijn contextafhankelijk: ze verschillen naar tijd en plaats en van persoon tot persoon. Mag een wethouder een grondpositie in de gemeente bezitten of uitbreiden? Wat als er planontwikkelingen op stapel staan rond het betreffende perceel? Maakt het voor het antwoord op die vragen uit of het de wethouder Ruimtelijke Ordening betreft of de wethouder Sociaal Domein? Is een wethouder die onrechtmatig een uitgeprocedeerd asielzoekersgezin helpt onderduiken integer? Het antwoord op zulke vragen is geen simpel ‘ja’ of ‘nee’.

Maar, door te stellen dat het onwenselijk is dat ‘bestuurlijke integriteit in de ene gemeente een andere invulling kan krijgen dan in de andere’, vraagt de VNG de wetgever feitelijk om voor alle gemeenten eenduidig te bepalen wat bestuurlijk integer is en wat niet. Dat is niet alleen praktisch onmogelijk, omdat vrijwel elk geval uniek is en er telkens andere omstandigheden meewegen, maar miskent ook dat het aan gemeenteraden is om eigen integriteitsnormen vast te stellen, onder andere in de Gedragscode Bestuurders, en dat ze bij integriteitskwesties met het volste recht verschillend kunnen oordelen.

Ook risicoanalyses zien er in de praktijk heel verschillend uit. Naar welke risicogebieden kijk je? Laat je de kandidaat een BKR-verklaring aanvragen? Welke openbare (media)bronnen raadpleeg je? Hoe breed win je externe referenties in? Wie krijgen er inzicht in de verschillende onderdelen van het eindrapport? Dergelijke keuzes bieden ruimte voor maatwerk in aansluiting bij het lokale integriteitsbeleid. De VNG suggereert echter dat het ‘naar eigen inzicht vorm kunnen geven van de risicoanalyse’ iets slechts is. ‘Discussie tussen gemeenten over wat de juiste aanpak is moet worden voorkomen’ en de analyses moeten ‘uniform verlopen’, stelt de Wethoudersvereniging.

Uit angst voor differentiatie bieden beiden het rijk de gemeentelijke autonomie dus op een presenteerblaadje aan. De VNG noemt rechtszekerheid als argument. Maar, die wordt door andere zaken geborgd, zoals het vooraf duidelijk vastleggen welke informatie wordt betrokken en het waarborgen van de privacy. Dat kan prima in een verordening. Sowieso is het integriteitsoordeel politiek uiteindelijk altijd aan de raad. Daar heeft de rechtspositie van wethouders al oog voor. Ter vergelijking: de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters omarmen de lokale autonomie wel stevig, al pleit laatstgenoemde voor een wettelijke bandbreedte, zodat gemeenten geen analyses uitvoeren die niets om het lijf hebben maar ook niet doorschieten in integritisme.

Over waar de balans tussen die twee uitersten ligt, zou elke gemeenteraad regelmatig een goed debat moeten voeren. Niet alleen wat betreft de risicoanalyse, maar ook over het bredere integriteitsbeleid. Alleen dan houd je het gesprek levendig, en dat is een belangrijke voorwaarde voor integer bestuur. Door de wetgever alles te laten bepalen, ontneem je het lokaal bestuur een instrument om dat gesprek op de agenda te zetten. Dat zou een gemiste kans zijn als we de bestuurlijke integriteit echt serieus willen nemen.

Dr. Niels Karsten MA
, universitair docent aan Tilburg University en adviseur bij Necker van Naem

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.