of 59345 LinkedIn

Ingezonden brief: reactie op column D.J. Elzinga

Reageer

In zijn column van in Binnenlands Bestuur nr. 5 verlangt prof. Elzinga voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer terug naar het stelsel van vóór 1983. Groot voordeel daarvan was, dat in elk van beide groepen provincies Statenleden van één per drie zittingsperioden er niet aan te pas kwamen.

Dat was voor de provinciale kiezers zo fijn ondoorzichtig dat het de opkomst nauwelijks beïnvloedde. Het stamde uit de begintijd van ons parlementair stelsel. Daarin vervulde de senaat als ménagerie du roi een noodremfunctie, mocht in de prille democratie (met censuskiesrecht, dat nog wel) de zich emanciperende bourgeoisie het ooit te bont maken.

Elzinga vindt de Eerste Kamer gepolitiseerd. Dat is zo en dat hoort ook zo. Hij bedoelt wellicht, dat het decennialang vanzelfsprekende politieke primaat van de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer uitslijt doordat deze en het zittende kabinet zich, in Elzinga’s woorden, ‘structureel voor de voeten’ gelopen voelen. Die ‘structuur’ van quasi- midterm-verkiezingen bestaat overigens slechts zolang de Tweede Kamer niet weer eens voortijdig wordt ontbonden. Bij Provinciale Staten kan dat niet, zodat tussentijdse ontbinding van de Eerste Kamer, hoewel op zichzelf mogelijk, haar niet echt politiek zal kunnen verkleuren. Wel blijft het bezwaar, dat de Eerste Kamer als medewetgever een doublure van de Tweede vormt, met halve omvang en dus per lid dubbel stemgewicht.

De part-time senatoren vormen samen de geïnstitutionaliseerde lobbycratie. Vooral hierom is het jammer, dat Elzinga niet aanroert of het tweekamerstelsel nog bestaansrecht heeft. In alle vergelijkbare niet-federale Europese staten bestaat het parlement uit één kamer; ook Noorwegen is tien jaar geleden afgestapt van het Bataafs-Noorse stelsel. Dan zouden we ook af zijn van de ‘nationalisering’ van de provinciale verkiezingen. De volgende stap moet natuurlijk zijn: afschaffing van de provincies zelf. Als bestuurslaag zijn deze overbodig; dat laat bijvoorbeeld Denemarken zien. Het toezicht op de ruimtelijke ontwikkeling van de nog maar 355 gemeenten, zowat een derde van het aantal in de tijd van de postkoets, kan worden overgenomen door het nog niet dubbele aantal waterschappen, mits deze nuttige instellingen ooit nog eens democratisch gelegitimeerd worden en de geborgde zetels in hun algemene besturen vervallen.

W.J.N.M. Snoijink, Arnhem

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.