of 64621 LinkedIn

I-woord gaat langer mee indien zorgvuldig gebruikt

Zeger van der Wal Reageer

Zorgvuldig gebruik van het begrip integriteit garandeert een langere levensduur. Zorgvuldig gebruik is van belang omdat inzet van het ‘i-woord’ vaak niet zonder gevolgen blijft. Zodra er aan je integriteit getwijfeld wordt, moet je op je hoede zijn. Einde reputatie en loopbaan zijn niet zelden het gevolg.

Desalniettemin wordt er gretig met het i-woord gestrooid; in de Tweede Kamer, in publieke organisaties, op verjaardagsfeestjes en op Twitter. Dit alles roept de vraag op of we eigenlijk nog wel secuur en spaarzaam genoeg zijn in ons gebruik ervan. Het risico bestaat dat we ons schuldig te maken aan integritisme – het onnodig oprekken of ten onrechte inzetten van het integriteitsbegrip. Het gevolg daarvan kan zijn dat het woord zijn zeggingskracht verliest – als alles over integriteit gaat, gaat integriteit nergens meer over – of wordt ingezet in situaties waar dat niet terecht of relevant is, met uiteindelijk handelingsverlegenheid en verlamming tot gevolg.

 

Kernvraag hierbij is of integriteit wel duidelijk af te bakenen en te definiëren is. Een veelgebruikte definitie van bestuurskundige Huberts luidt dat je integer bent als je gedrag in overeenstemming is met geldende morele waarden, normen en spelregels. Deze definitie is bruikbaar maar roept tegelijkertijd nog steeds allerlei vragen op. Wat is ‘moreel’ en wat is ‘geldend’? ‘Moreel’ heeft betrekking op wat hoort en niet hoort in het sociale verkeer, met enige betekenis en zeggingskracht. Ethiek is daarmee dus duidelijk iets anders dan esthetiek. Iemands uitlatingen mogen weliswaar onsmakelijk zijn, of iemands functioneren een toonbeeld van incompetentie; dit wil niet per se zeggen dat het i-woord ook direct van stal moet worden gehaald.

 

‘Geldend’ verwijst naar het oordeel vanuit relevante publieken. Om wie het daarbij precies gaat, verschilt per situatie. Bestaande regelgeving is relevant (de moraal van het recente verleden), maar dat geldt ook voor de opvattingen van de bevolking en die vanuit de relevante beroepsgroep en gezaghebbende instanties. Voor een burgemeester zijn de relevante stakeholders en ‘scheidsrechters’ weer net anders dan voor een Kamerlid of beleidsambtenaar; en dat geldt evenzeer voor een CEO, talkshowhost of profvoetballer. Wat ‘publiek’ is, is daarbij ook fluïde. Een constante is wel dat medewerkers van publieke organisaties extra scherp worden gevolgd en beoordeeld.

 

Daarbij laat historisch onderzoek zien dat we als samenleving steeds strenger worden in ons oordeel, waardoor er dus per definitie steeds meer affaires en schendingen ontstaan. Gedragingen die twintig jaar geleden nog door de beugel konden, worden nu politiek, maatschappelijk en juridisch afgestraft. Beleid en wetgeving lopen daardoor altijd achter bij de zogeheten moresprudentie die daarmee ontstaat. Door nieuwe media en de mores die daarbij horen, bestaat het glazen huis voor ambtenaren en bestuurders nu zowel fysiek als online en ook nog eens 24/7. Daarbovenop wordt integriteit, zeker rondom verkiezingen, soms expliciet ingezet als politiek wapen.

 

Geen misverstanden. Meer aandacht voor integriteit juich ik juist toe, maar het moet wel de juiste vorm van aandacht zijn. Hoopgevend zijn meer recent ingezette, fundamentele discussies over de integriteit van wetgeving en de controle daarop, de staat van onze rechtsstaat en de veelbesproken nieuwe politieke cultuur. Het integriteitsdebat zou immers juist vooral over dit soort wezenlijke en systemische kwesties moeten draaien, waarbij het publiek belang in het geding is en waar mogelijk sprake is van ‘serious harm’. Waar het om gaat, kortom, is wat we precies bespreken en bekritiseren onder de noemer integriteit.

 

Laten we dus wat minder tijd en energie steken in gesoebat over boekenbonnen en flessen wijn, kleine pesterijtjes en gekrenkte egootjes, en het vaker hebben over aantasting van checks en balances in ons politiek-bestuurlijke systeem; de rechtspositie van burgers; oneigenlijke druk op ambtenaren; en de problematische doch onderbelichte kanten van lobbying en partijfinanciering, om er maar een paar te noemen.

 

In onze oordelen en uitspraken moeten we tot slot allemaal waken voor al te opportunistische moraalridderij. En bij twijfel bestuurders en ambtenaren vooral ook een tweede kans gunnen, terwijl we uiterst waakzaam blijven op de kwesties die er daadwerkelijk toe doen. Bij zulke kwesties is gebruik van het i-woord op zijn plaats en door precieze inzet voorkomen we ‘integriteitsvermoeidheid’. Zorgvuldig gebruik van het i-woord garandeert een langere levensduur.

 

Prof.dr. Zeger van der Wal, Ien Dales Leerstoel, CAOP en Universiteit Leiden

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.