of 61043 LinkedIn

Herdenken (2)

Jan de Wit Reageer

In het artikel ‘Herdenken met de knip erop’ (BB, 1 mei) roept het chapeau ‘Gemeenten worstelen met joodse oorlogsmonumenten’ verbazing op. Hoewel journalistiek de onderkop geboren is om feiten te beschrijven, wordt meer en meer in het artikel helder dat de nuance ontbreekt. 

In het artikel wordt de veronderstelde worsteling en geïnsinueerde gierigheid van gemeenten gereduceerd tot de drie gemeenten Geertruidenberg, Smallingerland en Arnhem. Ook het aantal beschreven initiatieven rond eerbetoon aan joodse slachtoffers blijft in het artikel steken op slechts twee: het initiatief ‘Levenslicht’ én het project Stolpersteine. Bij mij roept het de vraag op of uw magazine dit – afgezet tegen de inzet van 350 gemeenten – representatief vindt voor het beschikbaar stellen van anderhalve pagina ‘leed-op-de-vierkante-centimeter’.

Bij de weging tot deelname aan het project ‘Levenslicht’ accentueert u vooral incidentele administratieve knulligheden van twee gemeenten. Vreemd dat de schrijver geenszins de moeite heeft genomen te onderzoeken waarom net iets meer dan de helft van de gemeenten juist niet heeft meegedaan aan dit project.

In NoordBrabant is lokaal zorgvuldig nagedacht over participatie aan het project ‘Levenslicht’. Binnen de Kring Kabinetsmedewerkers NoordBrabant (vertegenwoordigers Brabantse gemeenten en provincie) is het verzoek tot participatie in de volle breedte besproken en gewogen, en veelal vanuit een veel bredere insteek op lokaal niveau geadviseerd aan colleges van burgemeester en wethouders. Wat zag je daarbij bestuurlijk terug? Een uiteindelijke beperkte Brabantse participatie. De onderbouwing? Samengevat: het project is incidenteel en past minder in de jarenlang zorgvuldig opgebouwde lijnen die we in veel Brabantse gemeenten zien rond het herdenken en duiden van deze beladen periode en de vervolgde en vermoorde inwoners.

Eveneens wordt de waarde van incidentele projecten betwijfeld omdat ze vaak heel kort en dus onvoldoende aandacht hebben, mede door juist die tijdelijkheid en het ontbreken van enige vervlechting met de directe lokale omgeving. Bijkomende weging was dat veel gemeenten de gevraagde gemeentelijke financiele bijdrage voor het (structurele) Holocaust Namenmonument in onze hoofdstad omarmd hebben en daarbij een gedragen nationaal project de waarde en erkenning wensen te geven die het toekomt.

Vanuit de Kring Kabinetsmedewerkers NoordBrabant zien we eveneens dat bij lokaal eerbetoon geld geen doorslaggevende rol speelt en door Brabantse gemeentebesturen zelfs ruimhartig in de buidel wordt getast voor blijvende bewustwording van de lessen uit de oorlogsperiode en het recht doen aan slachtoffergroepen en nabestaanden. Het krachtige Europese project Stolpersteine is daar slechts één voorbeeld van, en heeft volop aandacht en bestuurlijk (financieel en facilitair) alle medewerking. Niets geen worsteling dus, niets geen hand op de knip.

Jan de Wit, Kabinetschef gemeente ’s-Hertogenbosch 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.