of 59345 LinkedIn

Gemeenten verliezen regie huishoudelijk plastic afval

Hugo Bellaart 2 reacties

In het nieuwe voorstel van de VNG, dat 29 november wordt voorgelegd aan de leden, wordt minder belang gehecht aan het circulaire resultaat en wordt gescheiden inzameling van Plastic Metaal en Drankkartons (PMD) uitgangspunt. Bovendien raken gemeenten de regie kwijt; die gaat naar de industrie.

Huishoudens tonen zich betrokken bij afvalinzameling en -verwerking. Dat is niet zo gek, want behalve schuldgevoel, is er verwarring over welk afval waar in moet. En wat er daarná mee gebeurt. De lokale politiek twijfelt steeds meer aan de huidige aanpak waarin vermindering van restafval centraal staat.

 

Die twijfel komt niet uit de lucht vallen. Plastic is een verzamelnaam voor technisch verschillende kunststoffen. Naar schatting slechts 20 procent van huishoudelijk plastic afval wordt daadwerkelijk zinnig hergebruikt. Vermoedelijk is er lekkage naar Azië. De helft van ons plastic afval uit PMD gaat naar Duitsland, en Duitsland exporteert plastic afval naar Maleisië, Vietnam, Indonesië en Thailand.

 

Sinds 2015 hebben gemeenten de regie over inzameling, verwerking en vermarkten. De verpakkingsindustrie betaalt, via het Afvalfonds Verpakkingen, een vergoeding aan gemeenten per ton gekwalificeerd afval. In het nieuwe voorstel betaalt het Afvalfonds alleen voor inzameling en gaat de regie naar de verpakkingsindustrie óf naar een samenwerkingsverband van inzamel- en verwerkingsbedrijven. Die werken voor 250 gemeenten. Het is duidelijk dat een individuele gemeente, die vandaag lokaal het afvalbeleid kan bepalen, in de toekomst haar invloed kwijt is.

 

Verder maakt het straks niet uit of het afval recyclebaar is. Waar afvalcoaches nu uitleggen dat chipszakjes bij het restafval moeten, kan dat straks gewoon bij het PMD. Waarmee de relatie tussen zorgvuldige inzameling en circulair resultaat verder uit beeld raakt. Dit ‘ruime’ PMD wordt bovendien uitgangspunt. In veel gemeenten is daarvoor een vierde bak uitgerold. Maar de resultaten zijn ontluisterend en de inzamelkosten tot vier maal zo hoog. Van PMD is 30 procent ‘residu’; dit zorgvuldig gescheiden afval gaat direct naar de verbrandingsoven. Nog eens bijna 30 procent, de ‘mix plastics’, gaan vanuit Suez in Rotterdam 700 km over de weg naar Duitsland. Het bedrijf Cabka maakt daar tegen betaling bermpaaltjes van: schijnproducten, waarmee meer plastic in het milieu blijft dan nodig. Drankkartons is 5 procent van PMD en al jaren problematisch. Blik daarentegen,  10 procent, is wél waardevol. Maar waarom zit dat in PMD? Het antwoord geeft het Afvalfonds: “Net als papier en karton kent metaal een hoge opbrengst en worden hieruit de kosten voor inzameling en recycling ruimschoots vergoed.” En: “Het gescheiden inzamelen van metalen is niet alleen onnodig maar ook inefficiënt zonder dat het milieurendement toeneemt”. Metaal zit dus in het PMD vanwege de opbrengst en om de recycling te pimpen. Bovendien vermindert het restafval. Al met al blijft 25 procent aan plastics van PMD over. Waarom moet PMD nu eigenlijk uitgangspunt worden?

 

Er zijn twee belangengroepen. De verpakkingsindustrie wil zich op de markt onderscheiden, hetgeen niet automatisch leidt tot een hogere kans op recycling. Daarnaast is er de inzamel- en verwerkingsindustrie, verenigd in koepelorganisatie NVRD. Die bedient zich voortdurend van het woord ‘gemeentelijk’, maar dat is misleidend. Inzamelbedrijven hebben belang bij een extra logistieke keten. Ze werken voor gemeenten, maar hebben transport als core business. De belangen van beide industrieën zijn vergroeid. De verpakkingsindustrie moet de circulaire schijn hoog houden, want plastic biedt fantastische eigenschappen voor een habbekrats. De NVRD wil dat ook, maar dan om logistieke afvalstructuren - zoals die van PMD - in de lucht te houden. Gezamenlijk lanceren zij - geruststellend voor politici - steeds nieuwe ambities voor circulariteit. Na het Plastic Pact is er nu het Platform Ketenoptimalisatie waarin het publieke belang is gemarginaliseerd.

 

Want het publieke belang van de gemeente gaat over milieuwinst. Die is hoog bij glas en papier, maar van milieuwinst blijft bij PMD weinig over. De VNG toont zich gevoelig voor het succesvolle frame ‘gemeentelijk’ van inzamelkoepel NVRD.

 

Hoog tijd dat gemeenten wakker worden om dit VNG-voorstel op 29 november te beoordelen. En hoog tijd dat de VNG én de Minister voor Milieu na twee Raamovereenkomsten Verpakkingen milieuwinst als uitgangspunt hanteren in plaats van PMD

 

Hugo Bellaart is namens de VVD gemeenteraadslid in Gooise Meren.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Alex van Dam (Burger gemeente Zaanstad) op
De heer Oehlen heeft gelijk in deze.

De heisa die ontstaan is na het LAP3 binnen de gemeentes waarbij massaal naar de “kliko” wordt gegrepen als gouden oplossing heeft onnodig druk gelegd bij burgers. Ik ben als burger van de gemeente Zaanstad met anderen in actie gekomen tegen de plannen van de gemeente om afval bakken in tuinen te plaatsen terwijl
de hele wijk werkt met ondergrondse containers. In de actie wordt informatie gewonnen over de structuren tussen gemeentes en afvalverwerkers. Ik ben een leek, maar de relaties tussen deze twee kunnen in een circulaire economie onder druk komen te staan, simpelweg omdat de burger bewust is van de waarde van de grondstoffen en dadelijk liever de afvalverwerker als partij ziet dan de gemeente die de afvalzorgplicht tracht in te vullen. De burger is zelf een partij in de keten geworden, en zal niet meer dulden om afvalstoffenheffing te betalen en grondstoffen te moeten scheiden, terwijl derden inkomsten hebben van de gescheiden grondstoffen. Wanneer het VANG aangeeft dat er gestraft moet worden, dan kan je rekenen op verzet. Maar het VANG geeft ook aan dat beloning werkt. Waarom hier niet op ingezet wordt heb ik nog niet mogen vernemen.
Door Math Oehlen (Beleidsmedewerker afval) op
“Want het publieke belang van de gemeente gaat over milieuwinst ………………. De VNG toont zich gevoelig voor het succesvolle frame ‘gemeentelijk’ van inzamelkoepel NVRD”. Zegt de heer Bellaard nu dat de financiëel-logistieke belangen domineren boven het publieke belang?
Zou goed kunnen. Sterker nog daar zijn keiharde indicaties voor. Al in 2015 toonden CE-Delft en TNO in hun “Milieueffectanalyse van de Raamovereenkomst Verpakkingen” aan dat het maatschappelijk en milieukundig rendement van het Raamakkoord Verpakkingen weliswaar boven de nul uitkomt, maar toch beperkt is. De destijds becijferde milieupunten vertaald in geld komen uit op een opbrengst van pakweg € 25 miljoen per jaar. Dat is dus wat de maatschappij en het milieu terugziet van al die nijvere logistiek door burgers en bedrijven. In de wetenschap dat het Afvalfonds jaarlijks rond de € 200 miljoen aan het Verpakkingen Akkoord uitgeeft aan gemeenten en bedrijven is dat een heel erg bescheiden verhouding. Tevens maakt die verhouding duidelijk wat het sturende principe is geworden. Dat is veel minder het milieu, maar veel meer de subsidieverslaafdheid in die gevallen dat miljoenen zijn geïnvesteerd. Investeringen met een beperkt maatschappelijk nut in verhouding tot de kosten. Merkwaardig, omdat maatschappelijke zuinigheid toch een kernwaarde van duurzaamheid geacht wordt te zijn. Het CPB zette daar ook al meermaals kanttekeningen bij. Het principe van het internaliseren van kosten schiet door. Er wordt veel meer geïnternaliseerd dan dat het oplevert. Leuk voor de business maar het blijft een grotendeels onbaatzuchtig cadeautje van de maatschappij.
Dat maakt dat de positie van de afvalscheidende burger ook wat meer van uit een servicegerichtheid aan hem bekeken zou mogen worden. Niet iedereen heeft de bescheiden milieuwinst even goed in beeld en is al snel tevreden met een goed gevoel. Waar dat dan ook op gebaseerd zou zijn. Dat is te billijken vanuit het respect voor het individu. Voor generiek overheidshandelen echter zouden bewezen en rationele kosten-baten verhoudingen toch de doorslag moeten geven.
De resultaten rechtvaardigen al helemaal niet een tunnelvisie op afvalscheiding die allerlei negatieve maatschappelijke bijeffecten heeft. Zoals vervuiling in de openbare ruimte en van recyclebare stromen. Die bovendien calculerende burgers oplevert die twijfelen aan het nut van een gemeente en hen tegen elkaar opzet in plaats van dat ze in solidariteit worden opgevoed. Die repressie en toezicht noodzakelijk maakt. En dat voor een beperkte milieuwinst. Het wordt tijd dat breed en officieel onderkent wordt dat de zogenaamde VANG-doelstellingen vooral gericht zijn op een statistische schijnwerkelijkheid. En dat er een dermate negatieve prikkel van uitgaat dat er goed aan gedaan wordt ze niet langer als kern van het nationale aanjaagprogramma te hanteren. Laat staan ze over te nemen. De inmiddels alom erkende slogan Kwaliteit boven Kwantiteit doet vermoeden dat de geesten er rijp voor zijn. Nu nog even formeel de consequentie er van uitspreken. Door de perverse prikkel die de doelstelling van 30 kilogram restafval in 2025 in veel gevallen betekent officiëel af te zweren. Ook niet te verbieden, maar het behoort niet de norm te zijn. Het leidt doorgaans tot niets.