of 59318 LinkedIn

Democratische controle op gemeenschappelijke regelingen

Jan Houtenbos 4 reacties

Voor een raadslid is een gemeenschappelijke regeling iets ongrijpbaars, onzichtbaar, een “ver-van-mijn-bed-show”. Een raadslid herkent zich niet altijd in het beleid van de gemeenschappelijke regeling en heeft onvoldoende zicht op de taken die een gemeenschappelijke regeling uitvoert, zeker als de desbetreffende gemeenschappelijke regeling meerdere taakvelden uitoefent. Hiermee komt de democratische legitimiteit van de gemeenschappelijke regelingen in gevaar.

In de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is de democratische controle geregeld. Enerzijds tussen het bestuur van de gemeenschappelijke regeling en de deelnemende gemeenten en anderzijds binnen het bestuur van de gemeenschappelijke regeling tussen het algemeen bestuur en dagelijks bestuur van de desbetreffende gemeenschappelijk regeling.

 

Veelal zijn de wethouders van de deelnemende gemeenten de vertegenwoordigers in het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling en hiermee zou de controlerende taak vanuit de verschillende gemeenteraden afdoende geregeld moeten zijn. De gemeenteraad en de individuele raadsleden ervaren het echter anders. Zij missen de directe invloed op de gemeenschappelijke regelingen. Eerdere onderzoeken naar het gemis aan controle door de gemeenteraad gaven aan dat gebrek aan tijd, gemis aan deskundigheid en gebrek aan ondersteuning vanuit de organisatie van de gemeenschappelijke regeling oorzaken zouden zijn.

 

Als oplossing werd ondermeer aangedragen om de gemeenteraden in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de beleidswijzigingen en besluitvorming van een gemeenschappelijke regeling. Natuurlijk is het goed om raadsleden tijdig te betrekken bij beleidswijzigingen. Neem ze mee in het proces en maak vooraf duidelijk op welke momenten van de raad een beslissing wordt verwacht. Gelukkig zien wij daar de laatste tijd goede voorbeelden van.
 

Maar is dat  de oplossing? Moeten wij niet eens kijken naar de structuur van de gemeenschappelijke regeling. Moeten wij ons niet eens buigen over de vraag in hoeverre wij de raadsleden op een andere wijze meer bij het bestuur van de gemeenschappelijke regeling moeten betrekken. Het is nu een wethouders-aangelegenheid, kijk maar in de paragraaf “verbonden partijen “ van de programmabegroting er maar op na.

 

De wethouders maken deel uit van een algemeen bestuur en moeten zich verantwoorden aan hun eigen raadsleden. Een min of meer “getrapte” verantwoording. Hoe zou het gaan werken indien raadsleden deel uit gaan maken van het algemeen bestuur?


Elke deelnemende gemeente wijst één of meerdere raadsleden als afgevaardigde aan, die deel uit gaan maken van het algemeen bestuur van de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. De wethouders blijven deel uitmaken van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.

Voordeel zou kunnen dat de desbetreffende raadsleden meer contact hebben met de organisatie van de gemeenschappelijke regeling. Zij worden eerder en meer uitvoerig geïnformeerd over beleidswijzigingen en hebben direct invloed via het algemeen bestuur van de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. Raadsleden kunnen direct hun controlerende taak richting het dagelijks bestuur uitoefenen en zijn in de gelegenheid om hun eigen raadsleden in de raad en/of commissie te informeren over de ontwikkelingen binnen de gemeenschappelijke regeling.

 

Natuurlijk zijn er ook nadelen, denk aan bijvoorbeeld extra tijdsbelasting van het desbetreffende raadslid maar misschien kan hij/zij hier in enige mate financieel gecompenseerd worden met een vergoeding (presentiegeld) vanuit de gemeentelijke regeling.

 

Misschien iets om over na te denken of op z’n minst onderzoek na te doen. Het dualisme wordt doet dan ook in enige mate zijn intreden bij de gemeenschappelijke regelingen.

Jan Houtenbos

De auteur is raadslid voor de VVD in de gemeente Bergen (NH)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Cees Roem (Wethouder gemeente Bergen nh) op
Noot: deze reactie is op persoonlijke titel!

College Houtenbos en ik hebben recent nog over dit onderwerp gesproken en het houdt mij als portefeuillehouder GR/VB ook bezig. Echter, meer in de lijn van hoe kunnen wij als bestuurder de raad dusdanig bedienen dat informatie aanbod overeenkomt met informatievraag. Onzekerheid over het functioneren van een GR komt meestal voort uit gebrek aan informatie annex kennis over alle ins en outs. Het is goed om met de gemeenteraad in overleg te treden en op basis van een door de raad vastgesteld informatiekader, informatie over de GR/VB op maat te leveren. Overigens hebben wij in Bergen i.s.m. de griffier hiervoor een opzet in de meest algemene zin gemaakt. Op deze wijze kunnen wij de informatie paradox wegnemen, zonder direct een beroep te moeten doen op extra tijd en inspanning van raadsleden. Waarbij aangetekend dat ook raadsleden deel kunnen uitmaken van het GR-bestuur zoals dit bijvoorbeeld bij vormen als recreatieschappen het geval is.
Door Hester Tjalma (bestuurlijk consulent VNG-project Slim Samenwerken) op
De WGR verzet zich niet tegen raadsleden in besturen van gemeenschappelijke regelingen, als het om taken van de raad gaat. Het is aan gemeenten zelf de afvaardiging te regelen. De raad van Bergen kan hier dus voor kiezen. Zie ook de publicatie 'Grip op samenwerken', te downloaden via www.vng.nl/samenwerken. Meer vragen? slimsamenwerken@vng.nl
Door Kees Jan de Vet (directieraad VNG) op
Gemeenteraadslid Jan Houtenbos doet in BB01 (18 -1-2013) een beroep op zijn collega-raadsleden om te zorgen voor meer raadsleden in bestuur en commissies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Raadsleden moeten meer invloed hebben op de koers van de VNG, aldus Houtenbos. Een goede zaak dat hij dit aan de orde stelt.

Wij moeten ons als leden­organisatie continu de vraag stellen of de VNG voldoende uitnodigend is om mee te denken en mee te doen; niet alleen voor burgemeesters en wethouders, maar zeker ook voor raadsleden. Het antwoord is nu dat het voor raadsleden beter kan. Om die reden ontwikkelen we – samen met het Actieprogramma Lokaal Bestuur en in afstemming met de raadsledenvereniging Raadslid.nu – een speciaal Raadsledenprogramma. Het programma voor 2013 en 2014 maken we samen met een klankbordgroep van raadsleden, zodat we zeker weten dat vraag en aanbod beter aansluiten.

De klankbordgroep heeft ook de vertegenwoordiging van raadsleden in bestuur en commissies aan de orde gesteld. Medio februari verkent het VNG-bestuur hoe de leden een effectieve rol kunnen spelen binnen de VNG in de nieuwe bestuursperiode (2014-2018). Dit punt zal dan zeker aan de orde komen. Overigens kunnen raadsleden nu ook al hun belangstelling kenbaar maken voor vacatures in bestuur en commissies, maar dat levert tot nu toe relatief weinig reacties op.

Als voorbeeld voor de te beperkte rol van raadsleden binnen de VNG noemt Houtenbos het VNG-standpunt dat rekenkamers niet verplicht hoeven zijn. Raads­leden delen dit standpunt volgens hem niet, omdat het de positie van de raad zou verslechteren. Wij zien dat anders, op basis van gesprekken met vertegenwoordigers uit het lokaal bestuur. Als gemeenteraden kunnen beschikken over een aantal controle-instrumenten, zijn zij ook zonder wettelijke normering goed in staat tot periodieke beleidsevaluatie. Gemeenteraden kunnen dan zélf een instrument kiezen en zélf het verschil maken. Het gaat ons om het afschaffen van de verplichtingen, niet om het afschaffen van de instrumenten.

Wij lezen het opiniestuk van Houtenbos als een uitgereikte hand die we graag beetpakken. Naast de mogelijkheden die er al zijn om mee te doen binnen de VNG, kunnen we altijd constructieve meedenkers gebruiken. Het Raadsledenprogramma heeft zeker behoefte aan input. Daarom nodigen wij Jan Houtenbos van harte uit om met ons mee te denken en mee te doen.
Door UIt Groet op
Goed dat er over nafedacht wordt . Ik kan het met de strekking van het artikel wel eens zijn