of 59185 LinkedIn

De afstand tussen burger en bestuur: tijd voor nuances

Geert Mos 2 reacties

Het aanzien van ons openbaar bestuur staat onder druk. De afstand tussen burger en bestuur zou te groot zijn geworden, het vertrouwen van burgers in bestuurders is afgenomen, politici zouden leven in een eigen bubble en zich bezighouden met zaken waarin ‘de gewone man of vrouw’ zich niet meer herkent. 

Voorbeelden van disfunctioneren en te veel incidenten rond integriteit versterken gevoelens van afstand en van afkeuring. Ook de lokale democratie ontkomt er niet aan: het leven van raadsleden zou worden gedomineerd door veelvuldig vergaderen en het lezen van enorme hoeveelheden stukken over ingewikkelde onderwerpen. Hun tijdsbesteding zou niet deugen. Als volksvertegenwoordigers zouden ze zich meer moeten begeven onder de mensen voor wie ze het allemaal doen. En ook in gemeenten zijn het natuurlijk de foute incidenten die de beeldvorming mede bepalen.

 

De teneur van de discussies vind ik opvallend. Sinds vier jaar ben ik raadslid in een middelgrote gemeente met veel buitengebied, zestien dorpskernen en een kleine stad: de gemeente Medemblik. Raadslid zijn is geen kleinigheid: de raad moet de bevolking vertegenwoordigen, hij moet strategie en beleid van de gemeente vaststellen en de uitvoering door B en W controleren. Raadsleden herkennen het probleem en doen hun best ‘alle ballen in de lucht te houden’.

 

Vanaf het begin ben ik onder de indruk van de inzet en het enthousiasme waarmee de overgrote meerderheid van de raadsleden - elk vanuit de eigen achtergrond - zijn functie uitoefent. Als je dat in een gemeente van deze schaal goed wilt doen, kost het al gauw 15 tot 20 uur per week. Een deel doet dat naast de verantwoordelijkheden voor een baan en een gezin.

 

Natuurlijk moeten we ons steeds afvragen of we het goed doen - en die vraag stellen we onszelf ook. We willen resultaten zien, maar de weg ernaartoe is vaak lang. Elk raadsbesluit is een compromis van tegenstrijdige belangen, binnen regels blijven en werken binnen financiële mogelijkheden. Geen van de belanghebbenden krijgt onverkort zijn zin. Wie iedereen tevreden wil zien, kan maar beter geen raadslid worden!

 

Het kan altijd beter: ook wijzelf zuchten soms onder de stroperigheid van veranderingen en het hoge procedurele karakter van een deel van ons werk. Tja, een gemeente, als politieke structuur, is geen ‘snel’ bedrijf. Een parlementaire democratie kost tijd en geld. Een beter systeem dat ook nog goed werkt is overigens nog niet bedacht!

 

Als problemen in de relatie tussen raad(sleden) en burgers niet primair veroorzaakt worden door inzet en kwaliteit van de raad, moet er iets anders aan de hand zijn. Deze problemen zijn in de kern terug te voeren op het toegenomen spanningsveld tussen twee van de rollen van raadsleden: het vertegenwoordigen van de bevolking en het realiseren van het (strategisch) beleid van de gemeente.


De eerste rol hangt onvermijdelijk aan tegen belangenbehartiging, de tweede is algemener, abstracter.

In de eerste rol heeft het raadslid te maken met een samenleving die verdeeld en veel individualistischer is dan een paar decennia terug. “What’s in it for me?” is in toenemende mate het kader waarin het individu beoordeelt. De tweede rol wordt vervuld in een setting van steeds grotere gemeenten, waardoor de algemeenheid van de discussies en daarmee het ver-weg-gevoel bij velen toenemen. Want die verwachten dat de voorzieningen in hun dorp blijven bestaan, maar in de raad wordt -als het goed is - vooral het strategische gesprek gevoerd over ‘Wat voor gemeente willen we over dertig jaar zijn?’ en ‘Moeten we onze voorzieningen niet concentreren in de grotere kernen om ze te kunnen behouden?’

 

In de samenleving van - pakweg - een halve eeuw geleden was dit spanningsveld er veel minder. De gemeente was veelal kleiner - en daarmee het gevoel van afstand ook. En de strategische richtingen - zeg maar: het grotere verhaal - werden vooral landelijk ontwikkeld en bestendigd door de zuilen waarop de samenleving was gebouwd en die gezamenlijk het politieke spectrum bestreken. Mijn ouders waren gereformeerd en daarmee stemden ze standaard op de toenmalige ARP: de eigen club weet wat goed is. Wat de bestuurders deden werd niet al te kritisch bekeken. Maar omvang en macht van die zuilen zijn voor een belangrijk deel verdwenen. Hun partijen bestaan nog, maar zijn de oude ideologische veren kwijt en verliezen terrein, aan vooral de ‘boze’ partijen die zich op specifieke groepen en hun deelbelangen richten: ouderen, allochtonen, de (blanke) gewone man of de conservatieve intellectueel.

 

Het gevoel van afstand zal niet minder worden, integendeel: de gemeentelijke schaalvergroting gaat nog wel even door. En daarmee wordt het gevoel bij velen versterkt dat we er niet zitten voor hem of haar. Mogen we verwachten dat de gemiddelde burger zit te wachten op de steeds algemener discussies die van die schaalvergroting het gevolg zijn? Mogen we ervan uitgaan dat hij/zij het grote gehalte aan bestuurlijk-organisatorische agendapunten begrijpt (bijvoorbeeld over de verhouding tot de steeds talrijker GR-en) en die als belangrijk voor de democratie beschouwt? Nee, dat kunnen we wel vergeten: niet het hele land heeft bestuurskunde gestudeerd! En de valkuil van het sentiment dat het vroeger allemaal beter was doet de rest!

 

Hoe moeten we dan omgaan met het toenemend ‘democratisch tekort’ dat wordt ervaren? 

Allereerst moeten we duidelijker zijn over het spanningsveld waarbinnen we als raad functioneren. Dit heeft ook consequenties voor de verkiezingscampagnes zoals die er nu nog vaak uitzien: wie vooral dorpshuizen blijft rondgaan, vraagt hoe men het de komende vier jaar graag gehad zou willen hebben en die verlangens ‘aan elkaar niet’, krijgt meer stemmen maar werkt daarmee niet vanuit een eigen beeld van hoe de gemeente er op middellange termijn moet uitzien en wekt verwachtingen die steeds minder kunnen worden waargemaakt.

 

Vervolgens - de wal keert het schip - mogen we verwachten dat met de verdergaande schaalvergroting van de gemeente het gehalte aan ‘dorps-sinterklazen’ in de raden zal verminderen: dat zijn degenen die het als hun voornaamste taak lijken te zien door middel van onbekookte moties allerlei leuke dingen voor de eigen achterban te regelen en daarop wel keer op keer herkozen worden. Het verdwijnen van deze groep zou echt winst zijn!

 

Maar wellicht het belangrijkste: we zullen er niet aan ontkomen een structuur te ontwikkelen waarbinnen de mensen in de kernen, binnen de algemene kaders, zelf beslissingen kunnen nemen over een aantal zaken in hun eigen woonomgeving. Want we moeten als raad in een grote gemeente niet elk detail zelf willen regelen. Dat is nog niet zo makkelijk. We zullen dan wel besluitvormingsstructuren moeten hebben die representatief zijn en daarmee voldoende legitimiteit hebben.

 

Geert Mos

Fractievoorzitter D66 Medemblik

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door de waarheid (nvt) op
als de gemeente niet luisterd en niet de helpende hand bied.bij mensen met een beperking[antw gemeente hilversum wij zijn niet verantwoordelijk wat op de sociale werkplek gebeurd,pesten,intimideren en dreigen]ja geen wonder dat de burger geen vertrouwen meer heeft. als je als mens met een beperking zelf een advocaat moet nemen waar zijn wij dan mee bezig gemeente?geen wonder dat de mensen argwanend naar de gemeente en politiek kijken .gemeente je moet je diep schamen wel praten over de slachtoffer maar niet met schande.
Door Boris op
Het hele model van onze (vertegenwoordigende) democratie moet mi op de schop. Eigenlijk had dat al gemoeten. Het vigerende partijkartel is failliet, wat afgelopen periode, mede door D66 (tragisch), weer is bewezen. Er zijn iedere verkiezing, lokaal-regionaal-landelijk-europees geen alternatieven: het is of een kartelpartij kiezen, of een partij die alleen plaatselijk mee doet of helemaal niet kiezen. Ik ben daarom voorstander van het zichtbaar maken van niet uitgebrachte stemmen in de raden, staten en kamers zolang er geen nieuw democratisch bestel ligt. D66 heeft afgelopen jaar bewezen niet in staat te zijn een bijdrage te kunnen en willen leveren aan vernieuwing. Het blijken, omgeacht welke partij, altijd loze praatjes. Vwb de "volksvertegenwoordigers", ook daar heeft het maatschappelijk individualsime toegeslagen. Gelukkig niet allemaal, maar het barst van de ego's die alleen uit zijn op persoonlijk gewin.