of 64120 LinkedIn

Coronacrisis vraagt om lokale exit strategieën

Jet Bussemaker, Pieter Hilhorst en Jan Kremer 1 reactie

Geef gemeenten en instellingen de ruimte om op hun eigen manier van het slot te gaan. Bij een crisisaanpak hoort misschien een strenge landelijke aanpak. Bij het geleidelijk openen van de samenleving hoort lokaal maatwerk. Juist gemeenten en instellingen kunnen het beste zien waar de schade van de corona-maatregelen het grootst was en waar versoepeling dus het meest noodzakelijk is.

Stel: we schrijven eind maart, begin april 2021. Alle 60+ers en zorgmedewerkers die dat willen hebben hun eerste coronavaccin gekregen. De ergste nood in termen van ic-opnames lijkt daarom geleden. Het schrikbeeld van overbelasting van de ziekenhuizen ligt achter ons. Na ruim een jaar crisismanagement met TINA uitstraling (‘There Is No Alternative’) valt hét kompas van de crisisaanpak weg. Er valt weer wat te kiezen. Hoe nu verder?

 

Voor deze nieuwe fase is ook een nieuw kompas nodig. Een kompas, waarin de schade die geleden is als gevolg van de gekozen crisisaanpak voorop staat. Want die schade, die is er – en dat is ook logisch. In een crisis is het altijd balanceren tussen de schades die je keuzes onvermijdelijk zullen veroorzaken. Bijvoorbeeld tussen een tekort aan IC-capaciteit (gezondheidsschade), het wegvallen van inkomsten voor horecaondernemers en winkeliers (economische schade) en een toename van huiselijk geweld en psychische problemen (sociale en mentale schade).

 

In de aanpak van de coronacrisis is om begrijpelijke redenen prioriteit gegeven aan het voorkomen van gezondheidsschade. Maar het gevolg van die keuze is dat er grote economische, sociale en mentale schade geleden is, die nog jaren – zo niet een hele generatie – voelbaar zal blijven. Want laten we niet vergeten dat bijvoorbeeld armoede en schulden óók van mens tot mens worden overgedragen. Het is een morele plicht om de schade die de gemaakte keuze heeft veroorzaakt te erkennen en aan het herstel ervan te beginnen. En dat liever vandaag dan morgen.

 

Het kompas voor de volgende fase moet zich dan ook richten op de mensen die onevenredig hard getroffen zijn door de gekozen crisisaanpak. Zij zouden vanaf nu voorop moeten staan in de afwegingen over het verlengen dan wel versoepelen van de crisismaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan kinderen, jongeren en studenten: het wordt de hoogste tijd om verantwoord risico’s te nemen in het belang van hun ontwikkeling en mentale gezondheid. Of denk aan mensen met een beperking voor wie nabijheid en fysiek contact een wezenlijke en soms zelfs enige vorm van communicatie zijn. Zodra de cliënten en medewerkers van een lokale woonvoorziening zijn gevaccineerd zou de anderhalvemeter-samenleving voor hen alvast tot het verleden moeten behoren.

 

Het zijn dan ook gemeenten en lokale organisaties die het best kunnen inschatten bij wie de schade van de corona-maatregelen het hardst zijn aangekomen en wie bij het openen voorrang kunnen krijgen of anderszins compensatie nodig hebben. Zo weten de sociaal werkers die in wijken actief zijn precies waar de nood het hoogste is, bij wie de rek eruit is en welke oplossingen daar soelaas waar zouden bieden. En wat blijkt? Klein beginnen doet ertoe. Zoals het weer opstarten van sollicitatietrainingen voor mensen die op zoek zijn naar werk, zodat zij weer perspectief krijgen. Met dit soort concrete ideeën vindt deze organisatie gehoor bij de gemeenten waarin haar organisatie werkzaam is. En dus kunnen er stappen worden gezet. Dat is een prachtig voorbeeld van hoe lokale exit strategieën tot stand kunnen komen.

 

Naast het virale reproductiegetal is dus ook een ‘sociale R’ nodig. Die sociale R geeft aan waar sociale en mentale risico’s als gevolg van de maatregelen om het virus te bestrijden te groot worden. Om daar dan vervolgens in actie te komen. Afwegingen over verantwoord risico’s nemen in het weer openen van de samenleving kunnen juist in een lokale setting goed gemaakt worden. Dus daarop moet ons kompas vanaf nu gericht zijn: een beweging van generieke angst naar perspectief van onderop, van eenzijdige risico-inschatting naar brede waardenafwegingen, van algemeen crisismanagement naar vertrouwen op lokaal gezond verstand.

 

Jet Bussemaker (voorzitter), Pieter Hilhorst en Jan Kremer (beiden raadslid) van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Anton Jongbloed (Managing Director) op
Met behulp van de Shycocan kan er tegen lage kosten bescherming worden gecreëerd. Daardoor kunnen bibliotheken, horeca e.d. weer open.