of 60715 LinkedIn

Corona en efficiënte politiek

Steven Dijk Reageer

Peter Castenmiller betoogde in BB nr. 7 dat de coronacrisis er in ieder geval voor heeft gezorgd dat de gemeenteraden een stuk eficienter kunnen gaan vergaderen. Want zo stelt hij, voor de corona de samenleving platlegde: “… verdrinken raadsleden of Statenleden in de informatie, verlopen vele vergaderingen soms hopeloos inefficiënt en is de vastlegging en archivering van de gebeurtenissen in de vergaderzaal en commissiekamers lang niet op orde.” 

Ingezonden brief, gepubliceerd in BB 09-2020

 

Het slotpleidooi van Castenmiller luidt: “Door de onvoorziene coronacrisis is er plots sprake van dringende urgentie voor digitale innovatie in het besluitvormingsproces van overheden. Never waste a good crisis!”

Ik ben sinds 1974 actief in de lokale politiek en herken veel in wat Castenmiller naar voren brengt, maar juist het digitale tijdperk is één van de redenen dat raads- en Statenleden verzuipen in de informatie. In het verleden werd een aantal keer goed nagedacht welke informatie wel en welke niet in de envelop voor de raadsleden ging. Immers die stukken moesten nog wel op het gemeentehuis gekopieerd worden. Veel van de stukken met achtergrondinformatie lagen in die tijd voor de raadsleden ter inzage op de fractiekamer en werden door een enkeling geraadpleegd. In het huidige tijdsgewricht is alles digitaal en hup, daar gaat weer een megabyte. Met de ogen dicht doorsturen naar de gemeenteraadsleden kost minder tijd dan te bekijken wat wel en wat niet relevant is. “Kunnen we ook nooit het verwijt krijgen dat we onze actieve informatieplicht hebben verzaakt.”

Dat raadsleden daardoor absoluut niet in positie worden gebracht is niet in strijd met enige bepaling van de gemeentewet. Een stuk achterhouden kan dat wel zijn, omdat dan die actieve informatieplicht (artikel 169 van de gemeentewet) niet wordt nageleefd. In de tijd dat ik wethouder was (in de jaren 80 van de vorige eeuw en de eerste jaren van het dualisme) was er twee keer een burgemeester die vond dat de vergaderingen van B&W efficiënter konden. De middagsessie van B&W met drank aan het eind werd vervangen door een ochtendbijeenkomst tussen 10 en 12 uur. Het gevolg was dat een paar beleidsambtenaren en twee van de vier wethouders tijdens de vrijdagmiddagborrel over de toekomst van de gemeente discussieerden. De burgemeester en de rest van het college waren dan al aan het weekeinde begonnen. Die twee wethouders hadden daardoor heel wat meer invloed op het gemeentelijk beleid dan hun collega’s in het college. De B&W-vergadering was wel een stuk efficiënter.

Steven Dijk, actief in de gemeenteraad van Diemen van 1974-2004 en sinds 2005 lid van enkele rekenkamers 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.