of 59925 LinkedIn

Brief: reactie op column D.J. Elzinga

Mariëtte Pennarts Reageer

‘Het politieke profiel van de provincies loopt gevaar’, waarschuwt Douwe Jan Elzinga in zijn laatste column. Als reden noemt hij de veelkleurige samenstelling van de colleges die bijna allemaal uit meer partijen bestaan dan voorheen. Deze ‘afspiegelingscolleges’ zijn in zijn ogen een stap terug na de ‘programmacolleges’ van de afgelopen jaren. Ze zouden leiden tot een flets profiel van de provinciale politiek waardoor de kiezer teleurgesteld zal afhaken. In mijn visie is er precies het tegenovergestelde aan de hand.

Reactie op column Douwe Jan Elzinga, Binnenlands Bestuur 16

Het klopt dat de colleges van GS de afgelopen twee bestuursperiodes kleiner waren. En ze bestonden vooral uit combinaties van partijen uit het politieke midden, met CDA en VVD als de grootste leveranciers. Na de verkiezingen van 2019 zien we dat de provinciebesturen breder van samenstelling zijn en een groot programma willen uitvoeren.

In 2011 gebeurde het omgekeerde: een Commissie onder leiding van Tineke Lodders had geadviseerd tot welke kerntaken de provincies zich idealiter zouden moeten beperken. Vooral de randstadprovincies omarmden deze visie met enthousiasme.

Maar in deze programmacolleges, waar de zittende regeringspartijen bijna zonder uitzondering dominant vertegenwoordigd waren, lag voor de provincies het gevaar op de loer dat ze functioneerden als ‘uitvoeringskantoor’ van het kabinet. Zo werden in 2010 de miljardenbezuinigingen op natuur, waar de naam van Henk Bleker voor altijd aan verbonden is, in de provincies voortvarend ten uitvoer gebracht. Toen het kabinet Rutte II in 2016 op een aantal trajecten de maximum snelheid verhoogde naar 130 kilometer/uur kwam er veel protest van gemeenten, maar in de provincies bleef het stil. Ook bij de PAS-problematiek, die zich al jaren geleden aankondigde, waren rijk en provincies onvoldoende kritisch naar elkaar.

De nieuwe provinciebesturen, waar de huidige oppositiepartijen uit de Tweede Kamer prominenter deel van uitmaken, hebben brede coalitieprogramma’s geschreven en willen bijvoorbeeld op het gebied van milieu en energie veel bereiken. Ze zullen zich richten tot het kabinet voor steun om die plannen uit te voeren. Dat leidt tot een scherpere dialoog tussen rijk en regio. En dat is voor de burger veel interessanter. Temeer omdat de provincies zelf ook met de burger in gesprek zullen moeten om draagvlak te krijgen voor hum ambities. Burgerparticipatie is niet voor niets een stuk hoger op de politieke agenda komen staan.

De kleurrijkere politieke samenstelling van de huidige provinciebesturen zal de lijn met het kabinet losser maken en resulteren in een autonomere politieke koers van provincies. De belangen van de regio krijgen daardoor meer prioriteit waardoor er bij de kiezers meer belangstelling zal ontstaan voor provinciale politiek. Zo kan het provinciebestuur de komende jaren aan betekenis winnen.

Mariëtte Pennarts, oud-gedeputeerde Utrecht (GroenLinks)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.