of 64621 LinkedIn

Brede bezinning nodig op toekomst lokaal bestuur

Liesbeth Spies, Marcelle Hendrickx, en Bahreddine Belha 2 reacties

‘De taak van een bestuurder is niet gemakkelijk’, sprak Heer Bommel tot zichzelf. ‘Men moet maatregelen nemen die de bevolking niet begrijpt. En zelf begrijpt men dikwijls ook niet wat men bedoelt. Het is heel moeilijk.’ Ollie B. Bommel, Marten Toonders onvolprezen held-tegen-wil-en-dank, had het er moeilijk mee. Het bleek minder gemakkelijk dan gedacht om een tijdje burgemeester Dickerdack in Rommeldam te vervangen.

Misschien is dat wel meer dan ooit het geval. Niet alleen is het burgemeestersambt bewerkelijker geworden, het complete lokale bestuur staat onder groeiende druk. Wethouders krijgen heel wat voor hun kiezen. Het is geen toeval dat velen voortijdig afhaken. En het lidmaatschap van de gemeenteraad is al lang niet meer iets dat je er even bij doet.

 

Het burgemeestersambt, het wethouderschap en het raadslidmaatschap zijn stuk voor stuk meegegroeid met het lokale bestuur, een bestuur dat - als eerste overheid - voluit te maken kreeg met maatschappelijke, bestuurlijke en politieke ontwikkelingen. Het gemeentelijk takenpakket is uitgebreid, de financiële druk is zwaarder geworden en de verdergaande regionalisering stelt andere, hogere eisen aan gemeenten, hun bestuurders en volksvertegenwoordigers. Voeg er de toegenomen fragmentatie en polarisatie bij en je hebt het beeld van een lokaal bestuur dat het behoorlijk te verduren heeft. Over corona, naweeën en alles-wat-er-bij-komt hebben we het dan nog niet eens gehad.

 

Er zijn daarom goede redenen om grondig na te denken over de toekomst van het lokale bestuur. Hoe kunnen we dat letterlijk toekomstbestendig maken? Hoe richten we het zo in dat het tegen die opgaven is opgewassen? Zoals in ‘Den Haag’ wordt nagedacht over versterking van het nationaal bestuur, zo is er minstens zo veel reden om ons goed en grondig te bezinnen op het lokale bestuur. En dit is het moment. Er is een kabinetsformatie gaande, er wordt gewerkt aan een nieuw regeerakkoord.

 

We hoeven gelukkig niet bij nul te beginnen. Er bestaan volop ideeën over een krachtiger lokaal bestuur. Maar die voorstellen zijn vaak niet meer dan losse ideeën. Er wordt zelden, te weinig een - excusez le mot - integrale afweging gemaakt. Wat zijn de onderlinge verbanden? Wat zijn de gevolgen? Het is net als met een muur. Als je ergens een steen uittrekt, kan op een andere plek een scheur ontstaan. Of wordt het geheel gammel.

 

Neem het pleidooi om de burgemeester te kiezen. Er zijn best argumenten voor, net zo goed als er veel, minstens zo sterke argumenten tegen zijn. Onderliggend is de vraag welk probleem je eigenlijk oplost? Heb je niet binnen het lokale bestuur meer dan ooit behoefte aan houvast? Een gezicht? Gelukkig zijn er steeds minder die denken dat door de introductie van burgemeestersverkiezingen, als een druk op de knop, alles in een keer beter wordt. Het is een stap die elders in het hele lokale bestuur effecten heeft, ook ongewenste effecten. Wat betekent het voor de gemeenteraad, het hoogste orgaan van de gemeente? Wat gebeurt er als, naast de gemeenteraad, ook de burgemeester een eigen kiezersmandaat heeft?  Wat betekent het voor het dualisme - de balans van macht en tegenmacht? Wat gebeurt er met de wethouders? Stelt de burgemeester zijn eigen ‘wethoudersteam’ samen?

 

Op het gevaar af je in te graven, moeten we dit type vragen niet geïsoleerd bespreken. Van begin af aan moet het veel breder worden opgepakt. Het gaat er per slot van rekening om hoe de lokale democratie kan worden versterkt. Hoe kan de gemeenteraad (weer) een centrale rol spelen? Hoe kunnen wethouders bijna letterlijk in hun kracht worden gezet? Hoe kan het burgemeesterschap voluit tot z’n recht komen? Hoe geef je burgerparticipatie goed vorm? Hoe organiseer je macht & tegenmacht op lokaal niveau? Hoe krijgen we, anders gezegd, een lokaal bestuur waarin de burger zich herkent?

 

Dat pleit voor een brede bezinning op de toekomst van het lokaal bestuur, een bezinning die een impuls kan geven aan de lokale democratie. Niet alleen Rommeldam verdient dat.


Liesbeth Spies, voorzitter Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Marcelle Hendrickx, voorzitter Wethoudersvereniging

Bahreddine Belhaj, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Raadsleden

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Pieter (Beleidsadviseur) op
Nico heeft het verkeerd. Wethouders worden na hun aanstelling de spreekbuis van mensen en organisaties met belangen en faciliteren deze belangen middels meerderheidscoalities. De ambtenaar zit vaak met zijn handen in zijn haar. Directies die zorgen voor een sterk ambtelijk apparaat zijn van groot belang. Helaas kiezen directies vaak de kant van het college. Uit eigenbelang. Betere checks and balances tussen ambtenarij en politiek zijn van groot belang. Daar past geen uitgekleed ambtelijk apparaat bij, die alleen werkt in opdracht van colleges, maar een apparaat die meer een eigen macht vormt, ten dienste van de lange termijn.
Door Nico uit Loenen (gepensioneerde rijksambtenaar) op
Mevrouw Spies c.s. heeft een goed punt. Het duale stelsel functioneert niet. Raadsleden laten zich leiden door hun wethouders die na hun aanstelling de spreekbuis van hun ambtenaren worden en de eigen idealen van hun partij dan acuut vergeten. Een coalitie wint dan altijd een stemming, niet op basis van argumenten maar op basis van onderlinge saamhorigheid. Zoals bekend ging Liesbeth zelf ook de mist in door de raad (als voorzitter) te vragen de gedragscode (art 3.5) maar voor haar aan de laars te lappen, zo werkt dat dus. De grote vraag is dus hoe je het duale stelsel kan laten functioneren zodat er weer op argumenten raadsbesluiten tot stand komen. De enige manier is m.i. overal een minderheidscoalitie forceren die bij elk besluit de oppositie nodig heeft. Dat zal wel even wennen zijn voor de ambtenaren die dan niet altijd hun zin krijgen met hun college voorstellen.